Folkert de Jong

'Ik zoek naar een universele taal'

Als Folkert de Jong (Egmond aan Zee, 1972; afgestudeerd aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten Amsterdam) zijn atelier laat zien, wordt er gebeld. Een koerier overhandigt drie pakketten. De inhoud: drie skeletten, Made in China. 'Die ga ik mogelijk verbronzen. Met bestaande objecten levert dat fantastische resultaten op, vooral als de hechting onregelmatig is.' Hij toont het model van een 17e-eeuws galjoen waar het brons op sommige plekken ontbreekt en op andere als een rafelige rand aan de giek en de ra's hangt. 

Werken met brons is relatief nieuw voor De Jong. Hij is vooral bekend vanwege het gebruik van styrofoam en polyurethaanschuim, isolatiematerialen voortgekomen uit de oorlogsindustrie, nu vooral gebruikt in de bouw. Dat materiaal, vaak gefabriceerd in gemene kleuren als fel roze en bleekblauw, bewerkt hij op verschillende manieren en met uiteenlopende werktuigen. Hij draagt daarbij een gasmasker om zich te beschermen tegen de kwalijke dampen die vrijkomen bij het kerven, smelten en assembleren. Zijn werkruimte oogt als een slagveld.

Het resultaat zijn theatrale tableaus met groteske, soms angstaanjagende, soms komische karakters. De toeschouwer waant zich nu eens in een scene uit een horrorfilm, dan weer in een oorlogsconflict of gothic freakshow. Een ongemakkelijke confrontatie met The Living Dead. De Jong: 'Als ik een idee heb, dan ga ik in de studio aan de slag met portretten, ik creëer karakters in een theatersetting. Ik wil er archetypen van maken, de essentie uitbeelden door identiteiten te comprimeren. Ik zoek naar een universele taal, de kracht moet zitten in de simpelheid.' Het levert, gezien De Jongs succes op verschillende continenten, beelden op die voor een groot publiek herkenbaar zijn.

Zijn werk is grimmig en vrolijk tegelijk, maar je wilt liever niet dat zijn personages – altijd meer unheimlich dan gemütlich –, tot leven komen. De Jong wil meer dan de toeschouwer overrompelen met visueel krachtige tableaus. 'Ik probeer effectbejag te vermijden. Als regisseur van mijn personages heb ik een machtspositie en een verantwoordelijkheid, daar moet ik voorzichtig mee omgaan. Als kunstenaar wil ik de wereld een beetje beter maken door een intensere kijk op de realiteit te bieden en de toeschouwer te tonen dat het menselijk drama van alle tijden is. Mijn beelden moeten hem of haar als een soort tijdmachine naar het verleden katapulteren. Ze zijn niet bedoeld om mensen voor het hoofd te stoten, maar ik wil ook absoluut niet pleasen.'


Les Saltimbanques (2007)

De Jong verhult geen moment dat hij schatplichtig is aan beeldend kunstenaars, filmers en schrijvers die in hun werk soortgelijke thema's behandelen. Zo is Les Saltimbanques (2007) een driedimensionale weergave en uitbreiding van Picasso's schilderij van in zichzelf gekeerde, rondtrekkende circusartiesten. In 2001 maakte de Jong naam met de beeldengroep The Iceman Cometh, een carnavaleske oorlogsstoet vol (grijns)lachende, deels verminkte figuren. De titel is ontleend aan een toneelstuk uit 1939 van Eugene O'Neill over een aantal gedesillusioneerde anarchisten die in een alcoholische roes vergetelheid zoeken. De Jong: 'We streven voortdurend naar ontwikkeling en vooruitgang, maar het is de vraag of we zoveel verder zijn dan een paar eeuwen geleden. Ik gebruik veel vanitas-motieven en mijn onderwerpen zijn soms deprimerend. Door zintuiglijke, prikkelende kleuren en vormen kan ik die onderwerpen lichter maken. Mijn verhalen betreffen vaak conflictsituaties. Die zijn sowieso interessant, omdat ze het beste en het slechtste in een mens naar boven halen. Ze roepen de vraag op "hoe zou je zelf handelen?" '


The Iceman Cometh (2001)

Verschillende van die beeldengroepen zijn gemaakt in opdracht en rekening houdend met de ruimte waarin ze geëxposeerd worden. De Jong: 'Ze komen het best tot hun recht in een lege, institutionele omgeving. Als je ze in een winkelcentrum neerzet, zou het niet werken.' Hij wil ook niet de concurrentie aangaan met allerlei commerciële manifestaties die de toeschouwer bedelven onder een bombardement van beeld en geluid. 'Met kunst kun je daar in technologische zin nooit tegenop. Wat kunst wél kan, is het menselijke instinct raken en zintuiglijke, fundamentele emoties bereiken.' 

De uiteenzetting met de geschiedenis is in recent werk alleen maar belangrijker geworden. Aan het crëeren van nieuwe sculpturen gaat steeds uitgebreid onderzoek vooraf. Voor The Holy Land (2014) bestudeerde De Jong de wapenuitrusting en harnassen van Hendrik VIII. De Jong: 'Ik vind het interessant om te onderzoeken wat een historische figuur ons over het nu vertelt, ik maak daar een soort filmscenario van.' Drie harnassen, uit verschillende levensfasen van de vorst, vormen de kern van het tableau over macht, oorlog en vernietiging waartoe ook een armada van uitgebrande galjoenen en drie grote symbolische figuren in vitrines behoren. De harnassen werden net als verschillende moderne vuurwapens met de nieuwste 3D-technieken gescand en geprint in polystyreen. Daarvan werden mallen gemaakt om de beelden vervolgens te gieten in brons.

The Holy Land was te zien in The Hepworth Wakefield (Engeland) en wordt vanaf 19 maart tot 25 april tentoongesteld in de James Cohan Gallery in New York.


The Holy Land (2014)

Archeologie en geschiedenis liggen ook ten grondslag aan de expositie Hominid Land, tot 31 mei te zien in het Musée d'Art, Histoire et Archéologie in Evreux (Frankrijk) waarvoor De Jong zich liet inspireren door de collectie van het museum zelf. Het internationale publiek dat zijn werk waardeert, inclusief de verzamelaars die het aankopen, heeft volgens hem gemeen dat 'ze niet alleen waarde hechten aan het materiële, ze identificeren zich echt met hun culturele erfgoed. Als nog levende kunstenaar wil ik daarbij aansluiten. Dat betekent dat ik me steeds moet verdiepen in die geschiedenis, maar ook dat ik me nieuwe technieken en processen eigen moet maken.'  


Hominid Land (2014)

Voor de openbare ruimte heeft De Jong nog niet zoveel werk gemaakt. Voor het Haagse Koningsplein ontwierp hij in 2014 De Speler. Buurtbewoners wilden een beeld dat recht zou doen aan de identiteit van de buurt (volgens hen zelf 'allure versus kneuterigheid') en aan het karakter van het plein, dat veel gebruikt wordt door ouders met jonge kinderen. Het resultaat is de ambigue figuur van een hofnar, tegelijk vriendelijk en een beetje eng, tegelijk bespotter van de koning, maar ook financieel van hem afhankelijk. Een verkapt zelfportret?


De Speler (2014)

 

Michaël Amy e.a., Folkert de Jong - Circle of Trust. Selected Works 2001-2009. Amsterdam 2009.

www.folkertdejong.org

 

Openingsfoto (portret): Aatjan Renders.