sprekers en onderwerpen

 

Hieronder vindt u een overzicht van eerder gehouden Historische café's. De actuele hsitorische café's vindt u hier: http://www.oud-utrecht.nl/agenda.

Bert Poortman sprak 10 april 2015 over de overgang van koetshuizen naar garages. Deze historie is zichtbaar in panden in de binnenstad. In de Ridderschapstraat staan twee van de oudst bewaard gebleven garages en een tweetal koetshuizen. Koetshuizen en garages hebben uiteraard veel te maken met de voertuigen van onze mobiliteit, maar nog meer met speeltjes van de rijken. Alleen ging dat heel anders dan we zouden denken.
Bert Poortman (1956) heeft de historie van het Ridderschapkwartier van Utrecht in kaart gebracht, de omgeving van de Plompetorengracht en het Wolvenplein. Verhalen hierover zijn verschenen op het blog Ridderschapkwartier. Verder is hij actief in USINE, de Utrechtse Stichting voor het INdustrieel Erfgoed. Voor USINE heeft hij het boekje Van koetshuizen tot garages geschreven, het is uitgekomen op monumentendag 2014. In de Ridderschapstraat staat nog een origineel bewaard gebleven koetshuis, nu kinderdagverblijf. In 1904 begon Anton Immink een smederij voor het vervaardigen van automobielen op Ridderschapstraat 1. Tien jaar later werd Ridderschapstraat 8 gekocht door de U.T.A.M., een taxibedrijf en verhuur van automobielen. De koetshuizen in de straat, in totaal vijf stuks, kregen inmiddels allen een andere bestemming. Dat kwam niet door die nieuwe auto, die was voor de meesten onbetaalbaar. Maar waardoor kwam dat wel?

Pieta van Beek (1958) is wetenschappelijk onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht en de Universiteit van Stellenbosch (Zuid-Afrika). Zij gaf jarenlang onderwijs in de Klassieke en Nederlandse talen (o.a. Afrikaans) op school en universiteit.  In 1997 promoveerde zij op de Opuscula Hebrea Graeca et Gallica, prosaica en metrica van Anna Maria van Schurman en in 2004 verscheen “De eerste studente - Anna Maria van Schurman (1636)".
Nog altijd staat er in de schoolboeken dat Aletta Jacobs de eerste studente in Nederland was. Maar alt tien jaar geleden verscheen “De eerste studente: Anna Maria van Schurman (1636), Utrecht Matrijs en Utrecht Universiteit, 2004”. Dat boek belicht op grond van de bronnen in het Grieks, Latijn en Hebreeuws de geleerde Anna Maria van Schurman en haar intellectuele banden met Utrecht, Nederland en Europa en toont ook aan dat zij de eerste studente in Utrecht, Nederland en in Europa was. Het boek beleefde een tweede druk en er verscheen een Engelse vertaling die ook gratis digitaal te verkrijgen is: The First Female University Student: Anna Maria van Schurman (1636).
Het boek inspireerde onder andere ook tot een tentoonstelling van Sabine van den Berg (Franeker, 2207), tot een jeugdroman “Slimmer dan iedereen" (verschijnt in 2015), en tot verzoeken om te werken aan een serie van de BBC: "Women artists of the 17th century”. Afgelopen jaar startte de serie Schurmanniana waarin onbekende documenten van Van Schurman het licht zien (1. “De Deo, over God, een onbekend florilegium” (ca. 1625); “Uw lieftallige brief”, een onbekende brief van haar aan Johannes Vollenhove (1668); “Verslonden door zijn Liefde”, een onbekende brief aan Petrus Montanus (1669). En toch is de kennis over de geleerde Van Schurman in Nederland niet wijd en zijd verbreid.

In het Historisch Café van 13 maart 2015 heeft zij niet alleen stilgestaan bij dat verschijnsel, maar ook de banden van de geleerde Anna Maria van Schurman over Utrecht en haar internationale allure aan de hand van de meest recente ontdekkingen belicht.

Mevrouw Louise van den Bergh-Hoogterp, kunsthistorica, sprak 13 februari 2015 over het ambacht van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Utrechtse zilversmeden. In 1990 promoveerde zij op een proefschrift, handelend over Goud- en zilversmeden te Utrecht in de late middeleeuwen. Van 1981 tot 2002 was zij lid van de Society of Jewellery Historians te Londen. Voorts was zij gastconservator van het Centraal Museum te Utrecht en maakte zij deel uit van het Bestuur van de Vrienden van het Catharijneconvent. Sinds 1997 is zij lid van de Redactiecommissie van de Nederlandse Zilverclub. Zij publiceerde in 2011, in het Jaarboek van de Zilverclub, over de Utrechtse zilversmid Nicolaas Verhaer (werkzaam van 1710 tot 1740). Momenteel is haar onderzoek gericht op Utrechtse goud- en zilversmeden in de 17e en 18e eeuw.

Mevrouw Tineke Barreveld studeerde binnenkunstarchitectuur aan de Kunstacademie in Rotterdam. Haar interesse ligt met name op het terrein van de architectuurgeschiedenis. Voorts geeft zij rondleidingen en verzorgt zij met Mevrouw Els Jimkes de architectuurcursus bij het Gilde Utrecht. Zij sprak op 9 januari 2015 over de Arts and Craftsmovement in Engeland en de invloed die deze beweging heeft uitgeoefend op onder andere de architectuur, in het bijzonder de Jugendstil. Vervolgens heeft zij de specifieke kenmerken van de Jugendstil uitgelegd aan de hand van een aantal panden aan onder andere de Steenweg, de apotheek aan de Voorstraat en het Siebelgebouw.

Op 3 december 2014 vertelde ons lid, publicist en stadsgids Rob Hufen Hzn over drie generaties edelsmeden Brom. Zij schiepen in Utrecht vanaf 1856 kunstwerken voor kerk en maatschappij; in 1898 vanuit hun nieuwgebouwde 'kunstfabriek' achter hun woning aan de Drift 15, waarvan de fabrieksschoorsteen aan de Keizerstraat nog rest.
De 'knechten' waren vaak als leerjongen bij Brom opgeleid en binnen de feodale bedrijfscultuur maakten ze, in anonimiteit, profane werken, zoals het ere-zwaard voor generaal Eisenhower, sieraden, de kroonluchters in het paleis te Amsterdam, kunstwerken op drie cruise schepen en de gouden muze aan onze schouwburg. Maar ook honderden kerkelijke voorwerpen, waaronder vele monstransen en kelken, meer dan manshoge doopvonten, reliekschrijnen, kandelabers, koorhekken, preekstoelen en votieflampen.
Jan Eloy en Leo Brom mengden zich in het Utrechtse kunst- en kunstenaarsleven en werden notabele lieden. Leo redde het Utrechtse Kunstliefde  van een faillissement, maar veroorzaakte tevens een arrest van de Hoge Raad over een voorwerp uit de eerste eeuw na Christus: 'De Kantharos van Stevensweert'. Hun zus Joanna- en echtgenote Hildegard Brom produceerden kleurrijke emailles en paramenten.
Tot slot overhandigde Rob Hufen het eerste exemplaar van zijn lijvige biografie Meesters voor God en Kerk. De familie Brom, hun edelsmidse en knechten aan de voorzitter van de Vereniging Oud Utrecht, Heins Willemsen.

Op vrijdag 14 november 2014 vertelde Maurice van Lieshout, publicist en eindredacteur van het Tijdschrift Oud-Utrecht, aan de hand van unieke foto's en bijzondere verhalen over de 140-jarige geschiedenis van Maatschappij Zandbergen in Amersfoort. Zandbergen staat aan de wieg van de moderne pleegzorg en andere vernieuwingen in de zorg voor misdeelde en problematische jeugdigen. Op 9 oktober is het boek Thuis bij Zandbergen - 140 jaar jeugdzorg verschenen als resultaat van zijn onderzoek.

Peter Sprangers, secretaris van de Historische Kring Hoograven, sprak op vrijdag 10 oktober 2014 over Scheepsbouw aan de Vaartse Rijn van 1600 tot 1800. Opeenvolgende generaties meester-scheepmakers hebben tussen 1600 en 1800 op enkele wer- ven langs de Helling zo'n 1.000 houten schepen gebouwd. Een groot deel werd door de belangrijke houthandelaren van Utrecht gebruikt voor de vaart op Keulen.

Op vrijdag 12 september 2014 hield historicus Armand Heijnen een inleiding over 375 jaar Botanische Tuin Utrecht: begonnen op bol- werk Sonnenborgh als didactische tuin voor geneeskundestudenten en vervolgens verhuisd naar Nieuwegracht/Lange Nieuwstraat en later naar Fort Hoofddijk in de Uithof.

Vrijdag 13 juni 2014 was Els Jimkes-Verkade, kunsthistoricus en rondleider in het café en sprak over de Willebrorduskerk in de Minrebroederstraat 21 in Utrecht (1876-1990).

Utrechtse Heuvelrug

Vrijdag 9 mei 2014 behandelde Annet Werkhoven, historicus en auteur, het thema 'Eten van de Heuvelrug’. Ze ging in op vragen als: Wat aten de jagers en verzamelaars op de Heuvelrug, hoe komt het dat daar zoveel imkers en schapen zijn, wat hebben duiventorens, ijskelders en sprengen met eten te maken? Maar ook: waar kunnen we nu gezond en lekker eten of regionaal gekweekte groente krijgen?

Vrijdag 11 april 2014 vertelde Go Bruens, architectuur-historicus en rondleider, over de woningbouw in de jaren dertig van de vorige eeuw binnen de singels van Utrecht. Aan de hand van een aantal voorbeelden in de stad verhaalde zij over wie er bouwden, wat er gebouwd werd en wat de rol van de gemeente hierin was.

Vrijdag 14 maart 2014 sprak Bettina van Santen, adviseur architectuurhistorie bij Stads Ontwikkeling Erfgoed van de gemeente Utrecht over Toonbeelden van de wederopbouw in Utrecht (periode 1940-1970).

Vrijdag 14 februari 2014 sprak landschapsarchitect Marlies van Diest onder de titel: Retourtje Utrecht-Amsterdam over de openbare ruimte in de binnensteden van Utrecht en Amsterdam. In beide steden heeft de gemeenteraad in 2000 een openbaar ruimteplan vastgesteld dat in 2015 tot een samenhangende inrichting voor de gehele binnenstad moet leiden. Van Diest, die bij beide plannen betrokken is, maakt de balans op van de resultaten tot nu.

De eerste spreker in 2014, op vrijdag 10 januari, was Jean Penders, bouwhistoricus en coördinator van documentatie.org. Onderwerp van zijn lezing: 'Panorama 1870', een fotoserie gemaakt door W.C. van Dijk van de Utrechtse binnenstad gezien vanaf de Domtoren.