Kerkensymposium & Kerkenvisie

In 2015 organiseerde de Commissie Cultureel Erfgoed van de Vereniging Oud-Utrecht een symposium over kerkengebouwen in Utrecht: 'Hebben leegkomende kerken in Utrecht een toekomst?' (Een verslag van dit symposium leest u hier).

Bijlage(n)

Waarom werd dit symposium georganiseerd? Utrecht is een kerkenstad, en we associëren dat allereerst met de middeleeuwse kerken binnen de singels. Die zijn beschermd als rijksmonument. De meeste kerken in Utrecht zijn overigens in de 20e eeuw gebouwd, en het gebruik daarvan in de oorspronkelijke functie staat onder druk. Secularisatie is een geleidelijk proces dat al ruim een eeuw plaatsvindt en de onkerkelijkheid neemt toe. Daarnaast zijn kerkleden vaak minder actief betrokken dan voorheen. Het draagvlak voor de veelheid aan kerkgebouwen neemt dan ook af, de eigenaar heeft steeds meer moeite de exploitatie rond te krijgen; overtollige kerken worden afgestoten en te koop aangeboden. 

Dat gebeurde eerder, vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw. Soms werd een kerkgebouw herbestemd, zoals de Buurkerk en de Martinuskerk, soms werd een gebouw gesloopt, zoals de Monicakerk, de Oosterkerk en de Pauluskerk. En soms hebben we daar spijt van.  En, zo dachten we, voordat je weet verdwijnen er opnieuw kerken.  En krijgen we daar opnieuw spijt van. Utrecht kerkenstad heeft toch ook betrekking op de kerken die in de 20e eeuw gebouwd werden, in de uitbreidingen van begin vorige eeuw en in de wijken die na de oorlog gebouwd werden.  Veel van die kerken zijn inmiddels gemeentelijk monument. De boodschap van het symposium was: ontwikkel visie, denk na over mogelijk gebruik en gewenste herbestemming.

Het symposium speelde zeker een rol bij het indienen en aannemen van een motie in de Utrechtse gemeenteraad, waarin het College van B&W opgedragen werd om een visie op te stellen. En nu is er dan een conceptversie van een Visie Religieus Erfgoed. Die wordt binnenkort met de gemeenteraad besproken, waarbij de eigenaren en ook erfgoedorganisaties als Oud-Utrecht worden betrokken.

Hier kunt u de concept-Kerkenvisie zelf lezen: -link-. Het is een mooi uitgevoerd en informatief document geworden. Een interessant overzicht van de historie van de bescherming van de kerkgebouwen in Utrecht,  van de beschermde kerken in Utrecht, en van de kerken die in het verleden gesloopt zijn. Daarbij wordt ook veel aandacht gegeven aan herbestemming en hergebruik, met een stimulerend overzicht van kerken in binnen- en buitenland die een nieuw leven hebben gekregen.

De visie relativeert: Het gaat (op dit moment) over een beperkt aantal monumentale kerken die verkocht zijn, of dat binnenkort zeer waarschijnlijk gaan worden, en die herbestemd (moeten gaan) worden.  De visie geeft een mooi perspectief van waaruit je naar de concrete gebouwen kunt kijken.  Wat is de verhouding tussen ‘behoud van monumentale waarden’ en het ‘nieuwe programma’?  Je hebt te maken met de financiële haalbaarheid maar ook met de esthetiek van het gebouw, zowel van buiten als van binnen, met de situatie in de omgeving, de wijk, en de stedenbouwkundige aspecten, zoals hoe ‘markant’ het gebouw is. Dat is een handzaam kader, waarmee je naar de actuele en de toekomstige ontwikkelingen kunt kijken.

De situatie in Utrecht is relatief gunstig;  het gaat op dit moment (nog) om een overzichtelijk aantal monumentale kerken. Het meest concreet zijn de katholieke kerkgebouwen van de Ludgerusparochie: de Josephkerk aan de Draaiweg, de Antoniuskerk in Lombok, de Domincuskerk in Oog en Al, en de Jacobuskerk in Zuilen. Er zijn ook veel potentiële gebruikers in de stad,  maar die zijn lang niet altijd in staat de aankoop te financieren en zich af te dekken tegen risico’s. Hier ligt een uitdaging, en dan eigenlijk niet eens alleen voor religieus, maar bijvoorbeeld ook voor industrieel erfgoed.  Hoe kun je stimuleren dat nieuwe potentiële gebruikers van te herbestemmen erfgoed, ook als ze niet over het kapitaal beschikken om tot aankoop over te gaan, de stap durven te zetten?

Er is dan een fundamenteel dilemma: de eigenaar heeft legitieme redenen om tot verkoop over te gaan, maar als er eenmaal sprake is van een monument (gemeentelijk of rijks-) kan dat beperkingen opleggen aan toekomstig gebruik. Erfgoedorganisaties benadrukken het belang van bescherming en behoud van monumentale waarden, en de eigenaar wil een ‘optimale’ prijs.  In de Kerkenvisie krijgt de Gemeente een brede ondersteunende positie: bemiddelaar, ook binnen de eigen Gemeentelijke organisatie, makelaar tussen maatschappelijk vraag en aanbod, en adviseur van eigenaren.

In de slotalinea van de visie lezen we: “Het is de rol van de gemeente om het maatschappelijk belang, met inbegrip van de cultuurhistorische waarden, en het belang van de (nieuwe) eigenaar goed tegen elkaar af te wegen en daar een beslissing over te nemen. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden bij het transformatieproces, net als bij iedere andere herontwikkeling van een beschermd monument.” Of dat altijd de goede benadering is om aan dit dilemma te ontsnappen, dat zal zich steeds bij concrete gebouwen moeten bewijzen. Het gaat niet alleen om de kerken die nu aan de orde zijn (drie verkocht, en deels al herbestemd, vier katholieke kerken nu  in de verkoop ). De prognoses zijn somber, meer kerken zullen ongetwijfeld afgestoten gaan worden.  En hoe dan ook, als we als samenleving besluiten iets tot monument te maken is dat geen vrijblijvende keuze: dat kost soms gewoon geld.

De Vereniging Oud-Utrecht zal naar het zich laat aanzien als inspreken op mogen treden bij de raadsinformatieavond waarin dit onderwerp binnenkort aan de orde komt. Het is goed om partner te zijn in dit gesprek en we hopen wederom een inhoudelijke bijdrage te kunnen leveren. Heel mooi dat er nu een Kerkenvisie is, maar dit document is zeker niet de laatste stap die we gaan zetten in de bescherming van ons erfgoed.

In het Tijdschrift Oud-Utrecht van oktober 2016 wordt itgebreider ingegaan op het symposium en de gemeentelijke Visie Religieus Erfgoed.