Baronie IJsselstein

Als je in deze herfst en coronatijd een ronde maakt door IJsselstein dan zie je de geschiedenis af aan het erfgoed van de stadsmuren en stadswal bij het vestingplantsoen en molenplantsoen, de Nicolaaskerk, het stadhuis en de oude straten en grachten. Er is genoeg te zien. Kijk en lees mee.

Op 2 augustus 1777 bezocht stadhouder Willem V, die de titel baron van IJsselstein van zijn vader had geërfd, voor het eerst zijn baronie. Misschien niet erg tactvol, gaf hij te kennen eigenlijk in het geheel niet van plan te zijn geweest om de IJsselsteinse inwoners met zijn aanwezigheid te vereren. Toch was hij aangenaam verrast over hoe alleraardigst het stadje was, liet zich in de kerk en het kasteel rondleiden en maakte met de lokale hoogwaardigheidsbekleders een ommetje door de kasteeltuin. Bij wijze van lunch nuttigde hij wat uit de boomgaarden in de omgeving en complimenteerde de burgemeesters met het zoete fruit, het lekkerste dat hij dat jaar gegeten had. De grote menigte, die zowel in IJsselstein als in Benschop op de been was gekomen om haar heer te aanschouwen, vormde het bewijs van zijn populariteit. Deze populariteit wilde nog wel eens wisselen maar de titel van baron is levend gehouden, ook koning Willem Alexander draagt de titel baron van IJsselstein.

IJsselstein heeft van een boerendorp tot een stedelijke samenleving kunnen uitgroeien dankzij een aantal gunstige factoren: de ontginningen van het gebied van de Lopikerwaard, de bedijkingen van de Lek, en de aanleg van de Vaartse Rijn (1122) en de Nieuwe Vaart (1288). Dat waren voldoende redenen voor de Van Amstels, en later de Van Egmonds, om zich in dit gebied te vestigen. Zij krijgen vanaf 1279 Utrechtse (Stichtse) en Hollandse rechten en gronden in leen, en weten hun positie op slimme wijze te verbeteren door de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht tegen elkaar uit te spelen. Een aantal van deze rechten en gronden zou IJsselstein gaan vormen.

Omstreeks 1310 laat Gijsbrecht van Amstel nabij het kasteel de (oude) Sint-Nicolaaskerk bouwen. Daarnaast schenkt de bisschop van Utrecht in 1310 aan IJsselstein het recht om drie vaste jaarmarkten te houden, wat een stimulans voor de economie betekent. De combinatie van het stichten van een kerk en het verlenen van het recht tot het houden van markten, duidt erop dat er sprake is van een doelbewuste verheffing van een dorp tot een stad. Hoewel niet bekend is wanneer er stadsrechten zijn verleend, vormen deze twee kenmerken de basis voor IJsselstein als stad. IJsselstein is genoemd naar het kasteel van de Van Amstels en de IJssel: het stein (kasteel) aan de IJssel, IJsselstein.

IJsselstein is een zogenaamde heerlijkheid: een zelfstandige enclave in het bezit van de Van Amstels. Als zodanig had IJsselstein bepaalde soevereiniteitsrechten zoals op het gebied van belasting en asielverlening. In 1354 krijgt Arnoud van Amstel (zoon van Gijsbrecht) van de graaf van Holland de titel van baron. De heerlijkheid IJsselstein mag vanaf nu de naam baronie voeren.

Nadat IJsselstein in 1363 in handen is gekomen van de Van Egmonds, versterkt Arnoud II van Egmond in 1390 de stad met muren en verdedigingstorens. Er worden ook twee stadspoorten gebouwd, de IJsselpoort aan de noordkant en de Benschopperpoort aan de zuidkant van de stadswallen. Hiermee kan definitief van de stad IJsselstein worden gesproken. Er waren veel schermutselingen, ook met Utrecht, de toren ‘Swijch Utrecht’ bij de IJsselpoort getuigde hiervan.

De vrede met Utrecht in 1511 heeft tot gevolg dat IJsselstein een kleine renaissance beleeft. Uit de tijd van de Van Egmonds, te beginnen bij Floris van Egmond die in 1521 heer van IJsselstein wordt, dateren de meeste gebouwen die nu nog de historische uitstraling van IJsselstein bepalen, zoals de kasteeltoren, de toren van de (oude) Sint-Nicolaaskerk, de restanten van het voormalige klooster Mariënberg en het oude stadhuis.

In opdracht van Floris van Egmond wordt in 1528 de Loyerstoren in Renaissancestijl gebouwd door architect Rombout Keldermans. Dit is de toren die er nu nog staat, want in 1888 wordt de rest van het kasteel afgebroken.

Ook in opdracht van Floris van Egmond bouwt de architect Alessandro Pasqualini tussen 1532 en 1535 de toren van de Nicolaaskerk: de Pasqualinitoren. Kenmerkend is de klassieke zuilenorde (van onder naar boven de Dorische, Ionische en Corinthische orde). De toren is een van de eerste bouwwerken uit de renaissance in de Noordelijke Nederlanden. In de jaren 1925-27 is (na een brand in 1911) de huidige bekroning in de vorm van de keizerskroon aangebracht naar het ontwerp van Michel de Klerk, een architect uit de Amsterdamse School.

Museum IJsselstein is - in overeenstemming met de maatregelen die 3 november zijn afgekondigd om het aantal covid-besmettingen terug te brengen - gesloten van donderdag 5 november tot en met woensdag 18 november.

In deze periode zijn de werken van Empathie | Geen mens is een eiland op buitenlocaties wel te bezoeken. Wanneer je in IJsselstein een wandeling maakt kun je onder andere in het Molenplantsoen, bij de Nicolaasbasiliek, de Oude Sint Nicolaaskerk en in het Kronenburgplantsoen delen van de tentoonstelling zien.

Bron: Canon van Nederland, Museum IJsselstein, Fred Vogelzang in Jaarboek Oud-Utrecht, Rudger Smook, over historische stedenbouwkundige structuren van vier Hollands-Stichtse steden in Maandblad Oud-Utrecht 1988.

IMG 7124

Nederlands Hervormde Kerk, Oude Sint Nicolaaskerk

X3408 TA561 Plattegrond IJsselstein Van Deventer HUA
Kaart van IJsselstein door Van Deventer, 1540, Het Utrechts Archief

IMG 7167

IMG 7128

De Loyerstoren van kasteel IJsselstein

IMG 7133

Bertha van Heukelom, kasteelvrouwe van IJsselstein, 1265-1322

IMG 7142

 De Waag, thuis van Stichting Historische Kring IJsselstein

IMG 7143

Stadhuis IJsselstein

IMG 7157

Zicht op de Pasqualinitoren, met Amsterdamse Schoolspits van Michel de Klerk

IMG 7172

Molenplantsoen met molen De Windotter

IMG 7178

IMG 7181 

 

Bijlage(n)