Op pad met Oud-Utrecht: Twee waterlopen in Oost-Utrecht

Oud-Utrecht maakt voor DUIC wandelingen door de stad, op zoek naar bijzonder erfgoed. In het oosten van de stad liggen twee bijzondere waterlopen, de Biltsche Grift en een wetering van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Tekst: Wim ten Brinke
Foto’s: Het Utrechts archief en Wim ten Brinke
Onder het artikel tips om verder te lezen met links naar artikelen.

Bij bushalte Oorsprongpark kijk je vanaf de brug uit over de Biltsche Grift, een smalle watergang ingeklemd tussen de bebouwing. Dat was ooit anders. Zo’n duizend jaar geleden golden hier Marsmans woorden ‘Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan’, want hier stroomde een loop van de Vecht, als een aftakking van de Rijn. De rivier verlandde, maar de oude bedding bleef min of meer zichtbaar en was geschikt om daar in de 17e eeuw de Biltsche Grift in te graven.

De Bleyenburgkade, nu de Numankade met de Biltsche Grift, rond 1903 (Het Utrechts Archief)

We gaan rechtsaf het Veeartsenijterrein op, waar het water is ingebed in de historische bebouwing met de voormalige paardenstallen, de Paardenkathedraal en het Onderwijsgebouw. Een voetpad voorbij het Onderwijsgebouw leidt naar het water en gaat achterlangs de hondenstal waar nu restaurant Goesting is. Na de Poortstraat lopen we via het Hoefsmederijpad langs het fraaie Anatomiegebouw en gaan we rechtsaf naar de witte voetgangersbrug. Vanaf hier is goed te zien dat je met een oude rivierloop te maken hebt, want zoals grote laaglandrivieren dat doen: ze buigen zich in grootse bochten en dat zie je aan de majestueuze meander waarin de Biltsche Grift ligt.

De Biltsche Grift gegraven in de ruime bocht van de vroegere Vecht, bron: Wim ten BrinkeDe Biltsche Grift gegraven in de ruime bocht van de vroegere Vecht (Wim ten Brinke)

Nieuwe Hollandse Waterlinie
We lopen rechtuit en komen uit bij onze tweede hoofdrolspeler: deze watergang was onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, aangelegd vanaf 1815 en bedoeld om Utrecht en West-Nederland tegen aanvallen uit het oosten te beschermen. Dat gebeurde door weilanden tot kniehoogte onder water te zetten, zodat wegen en sloten niet zichtbaar zouden zijn. De vijand, die met troepen en geschut door het gebied wilde trekken, zou hierdoor zeker stranden. Om alles te laten overstromen, te inunderen in waterlinietaal, moest water worden aangevoerd. In dit deel van de linie werd het water uit de Kromme Rijn getapt en vervolgens verspreid door een stelsel van sloten, waaronder deze, naar de te inunderen polders.

We gaan rechtsaf en volgen het voetpad langs de sloot, linksaf de Jan van Galenstraat in en rechtsaf de Huizingalaan in.

Terug naar de 12e eeuw
Deze waterloop ligt niet zomaar op deze plek, want is gegraven parallel aan een kade (de Hoofddijk) en watergang (de Hoofddijkse Wetering) uit de 12e eeuw. De wetering moest het aangrenzende veengebied ontwateren. Dat veen was een grote wildernis: moerasbossen met hier en daar open plekken waar gagel, riet en elzen groeiden – vrijwel ondoordringbaar en in de winter drijfnat. Er woonde niemand.

Dat veranderde nadat in 1122 de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede was afgedamd. Toen zakte het waterpeil en nam het risico op overstromingen sterk af. Het werd mogelijk de veenwildernis te ontginnen. Daarvoor was de wetering nodig, om het water uit de noordelijk gelegen wildernis op te vangen. Het was een lange sloot die liep van klooster Oostbroek – ten oosten van de Uithof – tot helemaal aan de Klop bij de Vecht (en is met wat moeite nog altijd op de kaart van Utrecht te herkennen)

Schaatsen op het inundatiekanaal, rond 1950, op de achtergrond de Ezelsdijk (met fietser) (Het Utrechts Archief)Schaatsen op het inundatiekanaal, rond 1950, op de achtergrond de Ezelsdijk (met fietser) (Het Utrechts Archief)

De wildernis getemd
Vanaf de Hoofddijk trokken ontginners de wildernis in. In een periode van eeuwen temden ze het woeste land en schoven zo de bewoningsgrens naar het noorden.

Strak waren de smalle kavels, die tot wel 1500 meter het land in staken, gescheiden door sloten. Ruim achthonderd jaar hebben ze hun stempel op het landschap gedrukt, maar begin jaren zestig is de oude structuur vrijwel volledig weggevaagd en vervangen door woonwijk Tuindorp-Oost. Alleen de middeleeuwse Hoofddijk is nog altijd te herkennen. Op oude topografische kaarten heet die de Ezelsdijk, maar bij de aanleg van Tuindorp-Oost kreeg het dijkje een nieuwe naam: de Huizingalaan. De lijn die de weg volgt is nog steeds gelijk aan die van z’n 12e-eeuwse voorganger, maar niets herinnert in deze doorzonwoningenwijk aan z’n oorspronkelijke functie. De herinnering aan de waterlinie bleef wel intact, want het inundatiekanaal ligt er nog steeds.

Net na de spoorwegovergang gaan we weer naar rechts. Daar kijk je nog een keer mooi uit over het kanaal, met rechts de 19e eeuwse bebouwing en links die van de jaren zestig. De wetering verdwijnt in een duiker onder de Waterlinieweg.

Het inundatiekanaal nu, in dezelfde kijkrichting als foto 4 (Wim ten Brinke)Het inundatiekanaal nu, in dezelfde kijkrichting als vorige foto (Wim ten Brinke)

Onder water
Via de Buys Ballotstraat wandelen we langs de Oosterspoorlijn terug naar de Biltstraat. Daar zie je aan de overkant weer die andere watergang, de Biltsche Grift. Van oorsprong zijn Grift en inundatiekanaal verschillend, maar tegenwoordig hebben ze veel overeenkomsten, want beide dragen bij aan een soepele afwatering en beide zijn groene linten, oases voor flora en fauna in de verder zo verstedelijkte omgeving.

Kaart van de routeDe wandelroute

Verder lezen

Nieuwe schrijvers voor deze rubriek zijn van harte welkom. Stuur een berichtje via webmaster@oud-utrecht.nl