Lezing 'De ijdelheid van de kanunnik'
Woensdag 15 april 2026 nam Hendrik Callewier, gastdocent aan de Katholieke Universiteit Leuven en diensthoofd van de Rijksarchieven in Kortrijk en Brugge, ons mee in de geschiedenis van de opmerkelijke kanunnik Joris van der Paele, misschien wel de beroemdste kanunnik uit de kunstgeschiedenis.
Hendrik Callewier op 15 april 2026 in het Bartholomeus Gasthuis
De naam Van der Paele is vooral verbonden aan het schilderij dat Jan van Eyck in 1436 in opdracht van hem maakte, een werk dat nog altijd bewondering oproept, net als de andere schilderijen van Van Ecyk, door de grote mate van complexiteit en detail. Maar achter dat devote portret gaat een veel complexer en ietwat minder devoot leven schuil, waarin Callewier ons bevlogen in meeneemt.

Van Brugse elite tot pauselijke macht
Joris van der Paele werd geboren in het welvarende Brugge, in een familie die al tot de stedelijke elite behoorde. Het lag dan ook voor de hand dat hij een positie binnen de kerk nastreefde. Al op jonge leeftijd vertrok hij naar Rome, waar hij terechtkwam in het hart van de pauselijke administratie, midden in het Westers Schisma. In die periode streden meerdere pausen om de macht, wat leidde tot grote politieke en religieuze chaos. Van der Paele wist zich juist in die onrustige omstandigheden op te werken. Hij maakte carrière, verzamelde inkomsten en schopte het uiteindelijk zelfs tot een functie dicht bij de paus, als ‘butler’. Hij wist zich uitstekend te bewegen binnen de religieuze netwerken en vergrootte zo zijn macht en invloed.
Ambitie en tegenslag in Utrecht
Na de gebeurtenissen rond het Concilie van Pisa en later Konstanz, waar pausen werden afgezet en de kerk opnieuw werd georganiseerd, kwam er een einde aan zijn Romeinse carrière. Rond 1415 besloot Van der Paele naar Utrecht te gaan, destijds een belangrijke kerkstad vol kapittels en kansen. Hij werd kanunnik bij de Dom en probeerde er zijn carrière nieuw leven in te blazen. Zijn ambities reikten ver: hij hoopte op hogere functies, misschien zelfs het bisschopsambt. Toch pakte zijn verblijf in Utrecht minder succesvol uit dan gehoopt. Hij raakte verwikkeld in conflicten met andere geestelijken en moest zich verdedigen in juridische procedures, waarvan de sporen nog altijd in archieven terug te vinden zijn. Uiteindelijk bleek Utrecht eerder een tussenstation dan een nieuw begin.
Teleurgesteld keerde Van der Paele terug naar Brugge, waar hij als vermogend man zijn laatste jaren doorbracht. Hij was inmiddels ouder en kampte met gezondheidsproblemen, maar zijn ambitie had hij nog niet helemaal losgelaten.
Het schilderij als spiegel van een leven
In deze fase van zijn leven gaf hij opdracht voor het schilderij dat hem onsterfelijk zou maken. Dat was niet alleen een kwestie van prestige: in de laatmiddeleeuwse wereld speelde de angst voor het vagevuur een grote rol. Door geld te investeren in religieuze kunst en het stichten van missen hoopte men het verblijf in het hiernamaals te verkorten. Het schilderij van Van Eyck moet dan ook in dat licht worden gezien.
Detail van Jan van Eyck, Madonna met kanunnik Joris van der Paele (Groeningemuseum, Brugge)
Onderzoeker Callewier neemt ons in anderhalf uur mee in het indrukwekkende leven van de ambitieuze kanunnik maar de geschiedenis komt echt dichtbij bij de lezing van de details in het schilderij Madonna met kanunnik Joris van der Paele. Van der Paele wordt knielend afgebeeld in een heilige setting, naast Maria en het Christuskind, omringd door heiligen. Alles aan het schilderij straalt rijkdom en precisie uit: de glans van metalen objecten, de weergave van stoffen, de reflecties van licht en zelfs de stoppels op het gezicht van de kanunnik. Opvallend detail is de bril die hij vasthoudt – een van de vroegste afbeeldingen van een bril in de schilderkunst – die zelfs iets vertelt over zijn gezichtsvermogen. Tegelijkertijd is het portret niet flatterend: Van der Paele wordt getoond zoals hij is, met alle tekenen van ouderdom en kwetsbaarheid. Juist dat maakte diepe indruk op latere beschouwers, onder wie Johan Huizinga, die sprak over een ongekend diepgaande karakterweergave.
Zo ontstaat het beeld van een man die allesbehalve een eenvoudige, vrome geestelijke was. Van der Paele was ambitieus, berekenend en wist handig gebruik te maken van de mogelijkheden die de kerk hem bood, ook als dat op het randje of eroverheen was. Tegelijkertijd bleef hij, zoals zoveel tijdgenoten, gevoelig voor religieuze zorgen over het hiernamaals. Het schilderij van Van Eyck vangt precies die spanning: tussen devotie en ijdelheid, tussen geloof en eigenbelang. Dankzij het onderzoek van Callewier, vastgelegd in zijn boek De ijdelheid van de kanunnik komt deze intrigerende figuur opnieuw tot leven. En daarmee krijgt ook Utrecht een bescheiden, maar betekenisvolle plek in het verhaal van een van de beroemdste schilderijen uit de kunstgeschiedenis.