1923 1933 Header

Expositie: 100 jaar (Oud-) Utrecht 1923-2023

Deze tentoonstelling te zien

t/m 9 oktober in het Vorstelijk Complex in Zuilen
Adres: Pr. Beatrixlaan 2a, Utrecht 

Van 10/10 t/m 27/10 in het Utrechts Archief
Adres: Hamburgerstraat 28, Utrecht

Van 27/10 t/m 25/11 in het Stadskantoor. 
Adres: Stadsplateau 1, Utrecht 
Locatie in het gebouw: eerste verdieping 

Van 25/11 t/m 31/12 in Zimihc Theater Stefanus
Adres: Braziliëdreef 2, Utrecht
Locatie in het gebouw: foyer

De opzet van de tentoonstelling, met getekende ‘banieren’ en een verdeling in tien tijdvakken, is bedacht door de lustrumcommissie van Historische Vereniging Oud-Utrecht. Om de tekenaars op weg te helpen is informatie verzameld door Dick de Jong, Samantha Hassink, Jan Bots en Froukje van der Meulen. Zij maakten een overzicht per tijdvak met opvallende gebeurtenissen en personen in de stad, ontwikkelingen in architectuur/erfgoed/archeologie en cultuur, plus de geschiedenis van de vereniging. Zij hebben ook geholpen bij het zoeken naar beelddocumentatie, bijvoorbeeld in uitgaven van Oud-Utrecht. Daarnaast vormde de beeldbank van Het Utrechts Archief een rijke bron.

Stichting De Inktpot heeft de tien tekenaars van de banieren bij elkaar gezocht. Zij hebben onderling de tijdvakken verdeeld en met elkaar overlegd over de verdere invulling. De uitdaging was om een tijdsbeeld te tekenen van elk van de tijdvakken.

Bij het tekenwerk hebben de tekenaars zich mede laten inspireren door kunststromingen die prominent waren in het desbetreffende tijdvak. Dat was in de eerdere decennia gemakkelijker dan in de latere. Het aanwijzen van stromingen in recente tijdvakken bleek lastiger, misschien omdat die zich nog niet hebben uitgekristalliseerd. Soms boden andere cultuuruitingen dan uitkomst.

De invulling van de banieren was verder aan de tekenaars. Sommigen kozen ervoor een soort strippagina te maken, anderen maakten één grote tekening of juist een collage van losse elementen. Het waren ook de tekenaars die kozen welke door Oud-Utrecht aangeleverde informatie ze in hun tekeningen verwerkten, en daarnaast konden ze uiteraard eigen vondsten toevoegen. Vooral in de schetsfase hebben degenen die de informatie hadden verzameld, meegekeken bij het tekenwerk.

Elke tekenaar heeft een eigen stijl en elk heeft een eigen invulling gegeven aan zijn of haar banier. De banieren vormen niettemin een geheel dankzij de gemeenschappelijke vormgeving van Jeroen Tirion, vaste vormgever van de uitgaven van Oud-Utrecht. Hij heeft ook de uitvoering van de banieren bedacht en verzorgd. Om de tentoonstelling gedurende het jubileumjaar gemakkelijk door de stad te kunnen laten ‘reizen’ zijn de banieren geprint op doek. Bij wijze van verjaardagscadeau is het printwerk betaald door Het Utrechts Archief.

Elke tekenaar heeft ook een toelichting bij de tekening geschreven, zoals hieronder weergegeven.

Stichting De Inktpot bestaat dit jaar ‘pas’ 20 jaar. Zij maakt stripboeken met een Utrechtse invalshoek, vaak over de geschiedenis van de stad. Informatie over (uitgaven van) De Inktpot is te vinden op www.de-inktpot.nl.

Tijdvak 1923-1933, tekenaar Albo Helmafbeelding 1923-1933

Voor de vorm van dit paneel heb ik de ‘traditionele strip’ gekozen, grotendeels in zwart-wit. In het gegeven tijdvak voor drukwerk het meest gebruikelijk. Voor het tekenen gebruikte ik watervaste fineliners 0,3 en 0,5 mm, de grijzen zijn met penseel aangebrachte verdunde acryl-inkt, papier: Clairefontaine 250gr/m2 op A3-formaat. Niet mijn favoriete gereedschappen, maar eenmaal hiervoor gekozen heb ik het maar uitgezongen. Documentatiemateriaal vond ik aan de hand van het ‘referentielijstje’ van Oud-Utrecht, op internet en enkele boeken in eigen archief. Digitale foto’s blies ik in Photoshop op en zo gebruikte ik mijn computer als projectiescherm.

Na een groot aantal schetsen en opzetjes heb ik eerst een scenario geschreven. Dat bepaalde de hoeveelheid plaatjes en hun formaat. Ik begon met de tekstblokjes handmatig te letteren op papier, daarna beeldkaders te zetten en die langzaam te vullen. Eerst potlood, dan het lijnwerk inkten, potlood uitgummen, daarna penseel. Oorspronkelijk was het plan met waterverf nog een rode steunkleur aan te brengen, maar dat leek me bij nader inzien overbodig. Ik heb de strip gescand en in Photoshop de kleuren gecorrigeerd, alsook twee digitale beelden ingemonteerd.

In de bovenste strook is een deel van het steigerwerk rond de Domtoren en de belettering c.q. ‘huisstijl’ van Oud-Utrecht gereconstrueerd uit een oud affiche van de vereniging. Op het eerste plaatje de Lange en Korte Nieuwstraat, waar een elektrische tram door reed.

In de tweede strook links is het affiche van de DADA-veldtocht -een woeste tekstcollage- verwerkt, in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen (nu van het Conservatorium) om het verstorende van de toenmalige voorstelling aan te geven. Zelf zie ik in allerlei aspecten grote verwantschap met de punkgolf die Utrecht in de jaren 70 meemaakte. Van Bart van der Leck vond ik enkel portretfoto’s op hoge leeftijd. Dat paste niet tussen de andere twee kunstenaars, vandaar die uitsnede uit zijn schilderij ‘De Opperman’. Tegelijk een mooi beeldrijm met het bouwen en graven elders in de strip.

De gebouwen in de derde strook heb ik uitsluitend afgebeeld met hun ingang/voordeur. Het zijn publieke ruimtes en men zal deze uit eigen ervaring het best herkennen. Stadsgenoten weten ook wel hoe de gebouwen er verder uit zien.

Onderste strook: van het plan Berlage/Holsboer is op internet gemakkelijk een grote gedetailleerde PDF te vinden. Die ga ik dan natuurlijk niet op die paar vierkante centimeters natekenen. Hier een digitale uitsnede dus. Tekeningen van de opgravingen (links de Heilig Kruiskapel, rechts het skelet van het schip dat nog steeds ligt te stinken in het Centraal Museum) leiden uiteindelijk naar het Bloed en Bodem van het fascisme dat een groot deel van het volgend decennium zal bepalen.

romeinse cijfers

Tijdvak 1933-1943, tekenaar Niels Bongersafbeelding 1933-1943

Met dank aan Nico Stolk, voor het meedenken over opzet en uitwerking van de strippagina.

Ik heb geprobeerd iets van een ‘magisch-realistische’ sfeer in de pagina te krijgen, geïnspireerd op de kunststroming in de jaren 30, vooral in Nederland in de schilderkunst. Het bekendst is waarschijnlijk Carel Willink en in Utrecht Pyke Koch. Magisch-realisme is verwant aan het Surrealisme, maar de voorstellingen zijn niet zozeer vreemd, eerder vervreemdend en wat onheilspellend. Het thema is ‘vuur’, vanwege flinke branden in de stad in dit tijdvak en de ‘wereldbrand’ van WO II.

1. Levensboom, naar een postzegel die Pyke Koch in 1942 ontwierp, onderdeel van een serie rond ‘Germaanse’ symbolen. Koch flirtte enige tijd met het fascisme. Hij was ook de ontwerper van de iconische Utrechtse straatlantaarns en een begenadigd schilder en tekenaar.

2. De Nobeldwarsstraat, in 1935. De werkverschaffing was een behoorlijk hardvochtig systeem, waarin werklozen tegen gering loon werden ingezet om publieke werken tot stand te brengen. Ook het Julianapark werd op deze manier aangelegd.

3. De gemeente Maartensdijk bouwde een woonwijk tegen Utrecht aan, Tuindorp. Er werd ook een kerk gebouwd, de Willem de Zwijgerkerk, tegenwoordig de Pauluskerk. De architect was Charles Quéré, stadsarchitect van Maartensdijk. Quéré werd al in 1933 lid van de NSB, en was in de oorlog wethouder Publieke Werken in Utrecht.

4. In 1934 ging tijdens restauratiewerkzaamheden het dak van de Cunerakerk in Rhenen in vlammen op. Van de excursie van Vereniging Oud-Utrecht dat jaar is een foto, van alle deelnemers voor het gemeentehuis van Rhenen.

5. De brand in het Centraal Station was in een zeer koude decembernacht. De volgende dag was het station overdekt met ijspegels van het bluswater. Architect Sybold van Ravesteyn was al doende met een ontwerp voor een nieuwe bovenverdieping van het station. Na de brand verving hij het beeld op het dak dat in eerdere ontwerpen was voorzien, door een beeld van een Feniks.

6. Jan Jongerius was eigenaar van een conglomeraat aan garages en benzinepompen in en rond Utrecht. Tegen de stad aan, in toen nog de gemeente Jutphaas, had hij een grote fabriekshal waar allerhande transport- en bedrijfswagens werden gebouwd. Ervoor liet hij een woonhuis bouwen voor hemzelf en zijn gezin, tegenwoordig bekend als de Villa Jongerius. (De Zeppelin op het plaatje was eigenlijk bedacht als verwijzing naar een schilderij van Carel Willink, maar Utrecht bleek in de jaren 30 daadwerkelijk door een Zeppelin te zijn bezocht.)

7. Op de hoek van de Oudegracht en de Lange Viestraat bevond zich warenhuis Galeries Modernes, in een samenraapsel van gebouwen. Het warenhuis wilde op dezelfde plek een nieuw, modern pand optrekken, maar de procedures daaromtrent sleepten eindeloos voort. In maart 1939 brak een grote brand uit, die de bestaande gebouwen verwoestte en aldus de nieuwbouw aanzienlijk versnelde. De brandweerman met etalagepop is getekend naar een foto van de toen beroemde Utrechtse nieuwsfotograaf F.F. van der Werf.

8. De dronkeman van professor Ornstein is nagetekend van de muurschildering van De Strakke Hand aan de Oosterkade, die deel uitmaakt van een serie muurschilderingen over belangrijke Utrechtse bèta-wetenschappers.

9. Massale bijeenkomst van de NSB in 1942, in de hal van de Utrechtse Groenteveiling.

10. In 1941 werden er veel gebouwen opgeleverd, waarvan de bouw voor de oorlog begonnen was. Het nieuwe gebouw van de V&D -die tot dan aan de Choorstraat was gevestigd, naast het pand waar tot voor een paar jaar Broese zat- verrees aan de Lange Viestraat, schuin tegenover de Galeries Modernes. Op het plaatje (met ‘Willink-lucht’) is de zijgevel te zien, met de ingang voor leveranciers aan de Jacobsstraat. Eveneens in 1941 werd de architect van het nieuwe pand van Galeries Modernes, Dirk Brouwer, vanwege zijn verzetswerk gefusilleerd...

11. De vleugel van Burgerzaken aan de Ganzenmarkt, in 1942. Eén bestuurslid van Oud-Utrecht stapte op, omdat hij geen zaken wilde doen met het NSB-stadsbestuur. Het vliegende boekje is een verwijzing naar De Dwaalgids van Utrecht, een stripboek dat De Inktpot in 2018 heeft gemaakt ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Utrechts Monumenten Fonds.

romeinse cijfers

Tijdvak 1943-1953, tekenaar Brigida Almeidaafbeelding 1943-1953

Getekend in een combinatie van de Cobra-kunststroming met historisch herkenbare, vertellende tekeningen in sepia om het kleurrijke centrum heen... In dit decennium staat voor mij de bevrijding centraal.

1. Vliegtuigen die voedselpakketten droppen, kondigen de bevrijding aan.

2. De Brits/Canadese ‘Polar Bears’ die Utrecht bevrijden. Ze komen binnen bij de Biltstraat en men staat op de museumbrug met vlaggen om ze te verwelkomen. Daar staat ook Eduard Burger (die zijn verhaal doet in het project Gekomen om te Blijven in het kader van Utrecht 900 Jaar). Hij vertelt dat het vooral de dames waren waar de soldaten oog voor hadden. Een fijne bijkomstigheid was dat de kroegen op de Biltstraat gratis bier schonken! En 50 jaar later, als Eduard weer in de kroeg op de Biltstraat zit, ziet hij buiten een brandweerman die met een brandende fakkel op een ladder klimt. Dan komen er weer vliegtuigen over die nu tulpen droppen: ter herdenking van 50 jaar Bevrijding!

3. Burgemeester Ter Pelkwijk keert terug op het Stadhuis.

4. Vlak bij het huis van Mussert is een herdenkingssteen aan de Prinses Marijkelaan. Enkele dagen na de bevrijding worden tien leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) tijdens een vuurgevecht door de Duitsers gedood. Twee BS’ers weten te ontsnappen.

5. Het COC Utrecht wordt opgericht.

6. Oud-Utrecht helpt bij behoud van het kerkje in Fort Blauwkapel en de wederopbouw van de Geertekerk.

7. Wijnhandelaar Finjé, die in de oorlog zijn wijnopslag in de werfkelders verborgen weet te houden voor de Duitsers, heropent zijn deuren. De zoon neemt het bedrijf over en verwezenlijkt zijn droom door een wijngaard in de Bourgogne te kopen. Hij organiseert een bedrijfsuitje voor de Franse collega’s in Utrecht en ze varen over de Oudegracht alwaar hun bootje omkiept... ze warmen zich aan wijn en cognac (te lezen in een leuk artikel op de site van Oud-Utrecht).

8. Schrijver C.C.S. Crone, die vergeleken wordt met Carmiggelt. Zijn verzameld werk verscheen in De schuiftrompet. Op de omslag een tekening van een stukje Maliebaan, volgens mij. Teksten van hem staan op diverse Utrechtse muren geschilderd.

9. Architect Willem Stooker, bedenker van de hardstenen consoles onder de lantaarnpalen aan de grachten. Klein detail: hier een stenen reliëf van zo’n console met een karikatuur van de architect. Hij heeft een schietlood vast. Op de gracht staat een hedendaags jongetje met ook een touwtje met iets eraan: een magneet-visser. Stooker heeft ook meegewerkt aan het restaureren van de Domtoren.

10. Professor A. van Giffen, archeoloog, die heeft meegewerkt aan de opgravingen op het Domplein. Hij heeft een bepaalde manier van opgraven bedacht: het ‘laag voor laag afschrapen’.

11. De naoorlogse wijk Pijlsweerd wordt aangelegd. Hier zie je een herkenbaar hoofdgebouw aan de Oudenoord met daardoorheen sfeerbeelden van rijtjeswoningen en appartementen.

romeinse cijfers

Tijdvak 1953-1963, tekenaar Ronald van der Heideafbeelding 1953-1963

Algemeen: in de hele opzet van de strip heb ik gezocht naar een stijl die aansluit op illustratie- en grafische vormgevingsstijlen uit de jaren 50. De zwarte silhouetten zoals bekend van Zwarte Beertjes en Havank van Dick Bruna (maar ook Jip en Janneke van Fiep Westendorp), het ritme van abstracte vlakken, vormgeving, en de inkleuring.

1. Onze jaren-50 wijk is Hoograven (omgeving Smaragdplein), waar ik woon. Hoograven werd ontwikkeld op gemeentegrond van Jutphaas, maar wel helemaal tegen de rand van de gemeente, aan de grens met Utrecht. Daarmee werd in feite al voorgesorteerd op annexatie van de wijk door de stad. Een vergelijkbare ontwikkeling zie je bij bijvoorbeeld Tuindorp.

2. Bouwen, bouwen, bouwen. Het was de tijd van de wederopbouw, en er heerste een groot woningtekort.

3. Rietveld was een van de vaandeldragers van de modernistische architectuurstijl het Nieuwe Bouwen. Binnen deze stijl was de opvatting ‘architectuur is het scheppen van ruimte’. Rietveld wilde graag voor het volk bouwen. De Robijnhof en omgeving is een van de weinige plekken waar dit ook daadwerkelijk gelukt is.

4. De plattegronden van de woonwijken bestonden uit zogenaamde ‘stempels’, een opzet van gebouwen die herhaald werd en samen een bijna abstract grafisch patroon opleveren. Ook in de architectuur zag je deze benadering terug. In 1955 schreef het Utrecht Nieuwsblad trots van het ‘samenspel van lijnen en kleuren in Halve Maan en Hoograven’ in het artikel ‘Zo kan Utrecht bouwen’.

5. De Uithof dankt zijn naam aan de boerderij die er nog steeds staat. Het idee achter de opzet was een universiteitsterrein bestaande uit hoge gebouwen in een landelijke omgeving.

6. Het Herderplein werd in 1955 door architect Antonio Salvatore en kunstenaar Jan Boon ontworpen. Kunst werd integraal onderdeel van de openbare ruimte en zag je bijvoorbeeld ook steeds meer op gevels van gebouwen, zoals de Stadionflat, waar ook Jan Boon een kunstwerk maakte van negen verdiepingen hoog.

7. Ook in de vormgeving van meubels werd gezocht naar een samenspel van lijnen en vlakken. Versieringen en decoraties werden zeer spaarzaam en functioneel toegepast. Het dressoir is ontworpen door Cees Braakman, destijds huisontwerper bij de Pastoe-fabriek op Rotsoord.

8. Feuchtinger was een Duits ingenieur/verkeerskundige, die, naar later bleek, overtuigd nazi was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn plan was de Singel rond de stad te dempen en in te richten als een tweebaansweg. Het riep in 1959 veel weerstand op. De staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen liet meteen weten dat de bolwerken en wallen monumenten zijn en niet gedempt mochten worden en er werden poppen van Feuchtinger verbrand. Burgemeester De Ranitz was echter wel voorstander van het plan, en zegde daarom zijn lidmaatschap bij Oud-Utrecht op.

9. D.O.S. (Door Oefening Sterk) werd opgericht in Oudwijk en was de eerste club die scoorde in de eredivisie na de start van het betaalde voetbal in Nederland (1954-1955, doelpunt Luc Flad). De club speelde in de Galgenwaard en fuseerde in 1970 met Elinkwijk en Velox tot FC Utrecht.

romeinse cijfers

Tijdvak 1963-1973, tekenaar Joshua Peetersafbeelding 1963-1973

Voor de algehele uitstraling van mijn banier heb ik mij laten inspireren door de Pop Art. Vooral het werk van Roy Lichtenstein, maar meer nog door de Pop Art-strips van Guy Peellaert, zoals ‘Jodelle’ en ‘Pravda’.

1. Logo van Oud-Utrecht dat begin jaren 70 in het Tijdschrift van Oud-Utrecht gebruikt werd

2. Bouw van een experimentele flat aan de Pernambucodreef, 1970

3. Toegang tot Hoog Catharijne, 1973

4. Transitorium 1, het eerste opgeleverde universiteitsgebouw in 1963

5. Bouw van enkele flatgebouwen in Kanaleneiland

6. De ‘Baas in eigen buik’-actie van de Dolle Mina’s voor het recht op abortus tijdens het gynaecologencongres in Utrecht, maart 1970

7. Het Verdomhoekje, protest tegen de sloop van de Stationsbuurt, begin jaren 70

8. Marokkaanse gastarbeiders, één tijdens het snijden van een stuk plaatstaal met een snijbrander bij de N.V. Nederlandse Staalfabrieken DEMKA

9. Anton Geesink wint Olympisch Goud, 1964

10. Marga Klompé, minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM), voorkwam eind jaren 60 de complete demping van de Stadsbuitengracht door deze aan te wijzen als Rijksmonument

11. De eerste selectie van de nieuwe profclub FC Utrecht, 1970

12. Affiche van het eerste popfestival in Nederland, ‘A Flight to Lowlands Paradise’, dat plaatsvond in de Jaarbeurs in 1967

13. Dirkje Kuik, graficus en schrijfster. Hoewel haar transitie pas eind jaren 70 plaatsvond, droeg zij eerder al graag vrouwenkleren

14. Eén van de prenten die Kuik maakte van de ’10 gezichten op Utrecht’ in opdracht van Oud-Utrecht

15. Kuik richtte samen met Joop Moesman en Henc van Maarseveen het grafisch gezelschap ‘De Luis’ op

16. Prent van Kuik met de titel ‘De Singeldemper’

Over de hele pagina staan onomatopeeën, geluidsnabootsingen, uit de Batman tv-serie van de jaren 60.

romeinse cijfers

Tijdvak 1973-1983, tekenaar Milou van Montfortafbeelding 1973-1983

Jaren van protest, kraak en sloop: op zijn zachtst gezegd was dit een roerig tijdvak. Er vonden veel veranderingen plaats in de stad, waar niet iedereen het altijd mee eens was. De gebeurtenissen in dit tijdvak voelden voor mij chaotisch, wat het beeldmateriaal uit deze tijd beaamt. Chaotisch was ook mijn werkproces, geïnspireerd door de Outsider Art, die zich begin jaren 70 manifesteerde. Ik heb alle elementen los van elkaar getekend en later zowel analoog als digitaal aan elkaar geknipt en geplakt.

Boven in mijn prent zijn de beelden te zien die het meest indruk op mij maakten. Links de sloop van de Monicakerk aan de Herenweg in 1977 en daarnaast die van de stevige O.L. Vrouw ten Hemelopneming uit de Biltstraat. Rechts daarvan heb ik verschillende beelden gecombineerd van de hevige protesten tegen de verbreding van de A27 bij Amelisweerd. In 1982 werd hierbij de ME ingeschakeld om demonstranten uit het bos te verjagen.

In de jaren 70 nam de krakersbeweging steeds meer vorm aan. Zo werd het N.V.-huis aan de Oudegracht meerdere malen gekraakt door ‘Tivoli Tijdelijk’. In 1981 volgde de officiële vestiging van poppodium Tivoli. Inmiddels is het poppodium alweer bijna 10 jaar verhuisd naar het Vredenburg, maar recent is een nieuw bestemmingsplan eindelijk goedgekeurd en kan het gebouw weer opgeknapt worden en een nieuwe functie krijgen. Oud-Utrecht heeft Utrechters in de afgelopen jaren uitgedaagd een nieuw plan voor het Tivolicomplex te verzinnen. Het winnende plan van hun wedstrijd heeft echter niet genoeg steun mogen ontvangen van het stadsbestuur: een badhuis in de grote zaal.

Nog vóór het N.V.-huis werd in 1976 de Auto Centrale Utrecht in de Voorstraat gekraakt, waar tegenwoordig nog steeds politiek-cultureel centrum ACU gevestigd is. In haar begintijd zette stichting ACU zich erg in voor krakers, mede door middel van advies over kraken maar ook middels gedeelde maaltijden.

Het Gouden Kalf, Utrechts trots, mag niet ontbreken! Afgebeeld met een verwelkt boeket. De eerste editie van de Nederlandse Filmdagen in 1981 had namelijk zo’n laag budget dat de organisatie maar één boeket aan had kunnen schaffen, dat de hele week werd uitgedeeld - en vervolgens achter de schermen weer werd ingeleverd. Aan het einde van dit eerste filmfestival was het boeket inmiddels alleen nog maar een bosje dode takken.

Het oude Stadion Galgenwaard werd in 1981 verbouwd. Reden daarvoor was de toename van het voetbalvandalisme dat ook in Utrecht steeds vaker uit de hand liep - het stadion moest hufterproof gemaakt worden. Na de laatste wedstrijd in het oude Galgenwaard, FC Utrecht tegen PSV, holden de Utrecht supporters het veld op en begonnen eigenhandig aan de sloop van het stadion. Ironisch. Op YouTube zijn hier komische en indrukwekkende beelden van terug te vinden.

Niet alleen Galgenwaard en kerken werden gesloopt. Volgens sommigen nog wel het ergst van allemaal: het jugendstil verzekeringskantoor De Utrecht moest wijken voor het nieuwe stationsgebied. Als troost zijn meerdere elementen van dit imposante gebouw nog bewaard gebleven, zoals de “Schele Maagd” op het balkon van TivoliVredenburg.

Naast het stationsgebied werden veel stadswijken vernieuwd. In 1978 begon de bouw van een nieuwe, bijzondere, wijk: Lunetten. Deze wijk is een stedenbouwkundig experiment - het is de eerste wijk waarbij toekomstige bewoners inspraak hadden op het ontwerp. Tegenwoordig kennen we hem allemaal wel: de lichtgevende champignon waar in spiegelbeeld ‘Lunetten’ op staat, maar dit aparte voorwerp kent een net zo aparte voorganger: de piramide. Door Utrechters veelal bestempeld als ‘lelijk’, ‘nutteloos’ en ‘een doorn in het oog’. Deze roestige, stalen punt was altijd wel beklad met graffiti, waarbij ook suggesties werden gedaan van wat er in de plaats zou kunnen staan - een buurthuis, bijvoorbeeld.

In die roerige jaren heeft Vereniging Oud-Utrecht ook niet stil gezeten. In 1974 richtten zij het Utrechts Geveltekenfonds op. Op de website van dit fonds is een prachtige, digitale verzameling te vinden van alle Utrechtse geveltekens, groot en klein. Ook bracht de vereniging Utrechts eerste stadsarcheoloog voort: Tarq Hoekstra (1939-2020). In 1976 legde hij de restanten van Kasteel Vredenburg bloot. Een archeologisch onderzoek dat Utrecht altijd bij zal blijven.

romeinse cijfers

Tijdvak 1983-1993, tekenaar Matt Baaijafbeelding 1983-1993

Voor mijn overzichtsplaat voor Oud-Utrecht ben ik eerst even in de globale geschiedenis gedoken, daarna gelezen wat er in Nederland speelde - wat een beetje leidde tot een ‘rabbit hole dive’ over illegale casino’s waarvan er, na lang zoeken, dan net niet eentje in Utrecht stond. Daarna ben ik in het foto-archief van Het Utrechts Archief gedoken en heb gekeken naar nieuwsfoto’s uit die tijd, geen onderscheid makend tussen groot nieuws of heel klein, maar vooral kijkend naar pakkende beelden, en ik heb die gebruikt als inspiratie. Met een plaat over Utrecht is het altijd te makkelijk om de Dom in het midden te gooien, dus het was mijn plan dit zeker niet te doen... Maar toen vond ik de foto’s van de Dom met een even grote raket ertegenaan en was mijn plan zo weer van tafel. De rest van de compositie viel er makkelijk omheen.

romeinse cijfers

Tijdvak 1993-2003, tekenaar Anastasia Krylovaafbeelding 1993-2003

Voor de banier van 1993 tot 2003 was de collage-stijl een grote inspiratie. Deze zag je bij cd-voorkanten. Er werden een aantal kleuren veel gebruikt, zoals de pastelblauwe/roze en oranje kleur. Als ik aan de jaren 90 denk, denk ik ook aan WordArt en verschillende manieren om texturen aan te geven door lijnen en stippen.

Linksboven zien we een persoon die over het kanaal springt met een schep. Dit is een metafoor voor Utrecht dat over het kanaal sprong om uit te breiden. Want in 1997 werd de eerste paal geslagen in de grond waar Leidsche Rijn gebouwd zou worden. Ook in 1997 werd het Romeinse schip De Meern 1 gevonden en in 2003 werd het opgegraven. In 2003 werden er ansichtkaarten verstuurd met de nieuwbouw van Leidsche Rijn, met de tekst: Groeten uit Leidsche Rijn.

Rechtsboven zien we het gezicht op de saneringswerkzaamheden in het Griftpark, tijdens de vroege ochtenduren, 1994. De foto die ik als referentie gebruikte, kun je in Het Utrechts Archief vinden. Het Griftpark werd in de volksmond Gifpark genoemd. Dit kwam omdat het een sterk vervuild terrein was van de voormalige gemeentelijke gasfabriek. De vuile grond werd ingepakt, de omwonenden kregen een flesje alcohol als verontschuldiging voor de overlast. In 2002 was er een feestelijke opening van het park.

In het midden kun je de grote bronzen deuren van de Domkerk zien die in 1996 werden ontworpen en gemaakt door Theo van de Vathorst. Tijdens mijn onderzoek kwam ik een YouTube video tegen waar hij vertelt over hoe hij het maken van de deur heeft aangepakt. Tijdens het kijken heb ik een screenshot gemaakt waar Theo van de Vathorst aan het werk was.

Rechts midden zien we Henk Westbroek, om meerdere redenen. Hij wordt mede-eigenaar van het café Stairway to Heaven. In 1994 richt Henk Westbroek met een aantal vrienden een lokale partij op, Leefbaar Utrecht. In 1998 treedt Westbroek op als lijsttrekker van Leefbaar Utrecht en behaalt hij tot ieders verbazing negen zetels.

Linksonder staat het Van Schijndelhuis uit 1992, aan het Pieterskerkhof. In 1995 kreeg architect Mart van Schijndel de Rietveldprijs voor het ontwerp en de bouw ervan!

Rechtsonder zie je een referentie naar het Historisch Café van Oud-Utrecht. Het eerste wat ik voor me zag waren historische figuren die over een kopje thee een gesprek aan het houden waren. Dat is het jammer genoeg niet. Het is wel een plek waar lezingen en activiteiten over erfgoed, geschiedenis, monumenten en archeologie worden gegeven. Eerste bijeenkomsten werden gehouden tussen de resten van Paleis Lofen, in café Het Weeshuis, daarna jarenlang in het Bartholomeus Gasthuis. Vanaf 2021 in de theaterzaal van de nieuwe bibliotheek aan de Neude.

romeinse cijfers

Tijdvak 2003-2013, tekenaar Tobi Dahmenafbeelding 2003-2013

Omdat mijn tijdvak nog niet zo lang geleden is, en er ook geen sprake is van een typische stijl of stroming, heb ik voor een moderne aanpak gekozen, iets wat tegenwoordig bij de straatcultuur hoort: de stickers. Ik heb dus alle gebeurtenissen, gebouwen en personen als warnet van stickers getekend, zoals je die ook op een muur of lantaarnpaal in de stad zou kunnen zien. De kleuren zijn bijgevolg fel, om de verbinding met de straatcultuur en street art te leggen.

  • In 2006 is de Opening van het Nijntje Museum vlak bij het Centraal Museum. Dick Bruna als haarschepper, geliefd bij alle Utrechters, krijgt ook nog een extra plek op mijn canvas.
  • 2006 Het Joods Cultureel Centrum aan de Nieuwegracht is met een dienst in de gerestaureerde synagoge geopend. Het centrum en de synagoge zijn gevestigd in het voormalige Joodse weeshuis.
  • 2007 Nederlands oudste coffeeshop Sarasani (sinds 1968) aan de Oudegracht sluit haar deuren. Achter in de coffeeshop zat een terrarium met krokodillen, ook zij moeten verhuizen.
  • 2008 Het publiekscentrum van Het Utrechts Archief gaat open aan de Hamburgerstraat. Naast de archiefbewaarplaats aan de Alexander Numankade haalt HUA in de exposities over stad en provincie Utrecht alles uit de kast voor het grote publiek.
  • Colin Benders, alias Kyteman, is winnaar van de Popprijs 2009. Hij richt in 2010 Kytopia op, een creatief muziekatelier, aan de Zeedijk, later in het oude Tivoli aan de Oudegracht en ten slotte in de bossen van Den Dolder.
  • 2010 Wethouder Floris de Gelder opent de uitbreiding van het Volksbuurtmuseum Wijk C met een extra expositieruimte.
  • 2010 De Schatkamer Domplein, de kelder onder het Utrechts Centrum voor de Kunsten is nu voor het publiek open. Het is het begin van een ondergronds stelsel dat bezoekers de geschiedenis van het Domplein laat beleven. Schatkamer Domplein groeit uit tot DOMunder (2014) en Paleis Lofen (2022).
  • Bovendien krijgt in 2010 het Domplein een aanwijzing als archeologisch monument. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ronald Plasterk wil de overblijfselen van het verleden van het Domplein wettelijk beschermen.
  • 2010 De ‘Leugenaarsbank’ in de Anton Geesinkstraat bij de Rode Brug wordt officieel geopend. Bij de ‘hangouderen’ valt de nieuwe bank slecht. “Je kunt er niet lekker zitten, het tocht en als het regent word je er nat.”
  • De kleine skater, die al deze stickers heeft geplakt, lijkt sprekend op de dochter van de tekenaar die de stickerprenten heeft getekend. Deze jongedame is een van de rond 360.000 Utrechtse burgers, ze is geboren in 2008, en hoort dus ‘for starters’ ook zeker in dit tijdperk.

romeinse cijfers

Tijdvak 2013-2023, tekenaar Niels de Hoogafbeelding 2013-2023

1. Daphne Schippers wereldkampioen, 200 meter in 21,63 seconde.

2. ‘Celestial Teapot’ van Lily van der Stokker

3. Dick Bruna overleden, 1927-2017

4. Stationsgebied vernieuwd, Stadskantoor, TivoliVredenburg, stationshal, grootste fietsenstalling ter wereld

5. Corona-pandemie, mondkapjes en priklocatie

6. Singel rondom bevaarbaar

7. Regenboog-zebrapad

8. Tour de France, Vuelta en Giro in Utrecht

romeinse cijfers