Tijdschrift februari 2026

Het eerste nummer van Tijdschrift Oud-Utrecht in 2026 bevat onderstaande artikelen. Losse tijdschriften zijn verkrijgbaar via de webwinkel en bij boekhandels in stad en regio Utrecht. Lid worden van Oud-Utrecht kan ook.

 

De wereld achter het 18e-eeuwse Chinese behang in Oud-Amelisweerd en Sparrendaal

Hilda Groen studeerde kunstgeschiedenis in Utrecht en won de Duparc Prijs van het Mauritshuis voor haar masterscriptie, inmiddels bewerkt tot het boek Chinees behang in Nederland.

Chinees behang uit de 18e eeuw is een zeldzaamheid in Nederland. De provincie Utrecht telt twee locaties met zulk behang: landhuis Oud-Amelisweerd in Bunnik en landhuis Sparrendaal in Driebergen-Rijssenburg. De interesse voor Chinees behang ontstond in een tijd waarin de VOC kostbare Aziatische materialen als Japans lakwerk, Indiase chintz en Chinese zijde introduceerde in de interieurs van de Nederlandse elite. De productie van Europees behang in Chinese stijl vanaf 1740 fungeerde als wegbereider voor 'echt' Chinees behang, dat de VOC vanaf 1753 in verschillende varianten importeerde.

 

Erwin Olaf en Oud-Amelisweerd

Arjan den Boer is eindredacteur van Tijdschrift Oud-Utrecht.

Op de tentoonstelling Erwin Olaf – Freedom, tot 1 maart 2026 in het Stedelijk Museum Amsterdam, kan de oplettende bezoeker opeens iets opvallen tussen de spraakmakende foto's. Naakten uit de serie Skin Deep (2015) poseren tegen de achtergrond van historische behangsels in landhuis Oud-Amelisweerd. Erwin Olaf Springveld (1959-2023), zoals de befaamde fotograaf voluit heette, had een bijzondere band met het Bunniks-Utrechtse landhuis, die teruggaat tot 1991.

 

De goede bedoelingen van de Utrechtsche Zendingsvereeniging

Geertje Mak is hoogleraar Gendergeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en senior onderzoeker bij NL-Lab, KNAW. Zij schreef een boek over 19e-eeuwse zending op Papoea.

Het werk van zendelingen – mensen die hun christelijk geloof op allerlei plekken in de wereld wilden verspreiden – vond niet alleen ‘ergens ver weg’ plaats. Heel Nederland leefde mee, en als het ging om Nieuw-Guinea vooral ook heel Utrecht. Zo werd een Papoea-meisje van een jaar of 17 in de Jacobikerk gedoopt en zamelde een doodziek Utrechts meisje geld in voor de zending. Wat verklaart de grote betrokkenheid van Utrecht bij de zending in Nieuw-Guinea en waarom speelden juist Papoea-kinderen daarbij zo’n grote rol?

 

Het Indië-standpunt van kardinaal De Jong

Ton H.M. van Schaik is historicus, publicist en oud-redacteur van dit tijdschrift.

Aartsbisschop van Utrecht Jan de Jong was als leider van het geestelijk verzet uit de bezettingsjaren 1940-1945 gekomen. Toen in Nederlands-Indië de revolutie uitbrak, pleitte hij direct voor herstel van rust en orde. Daarna bleef hij de koloniale KVP-politiek steunen en de katholieken oproepen op die partij te stemmen. Bovendien was hij als 'legerbisschop' verantwoordelijk voor de aalmoezeniers die 'de jongens overzee' morele steun gaven, waarmee ze de koloniale oorlog rechtvaardigden en er zelfs aan meededen.

 

Een Dordts gezicht op de Utrechtse Pauluspoort

Kaj van Vliet is rijks- en gemeentearchivaris bij Het Utrechts Archief en redacteur van dit blad.

Van de Utrechtse Pauluspoort zijn vandaag de dag alleen nog de contouren terug te vinden in het plaveisel, aan het begin van de Korte Nieuwstraat, bij de kruising met de Hamburgerstraat. De poort werd daar midden 16e eeuw gebouwd als toegang tot het terrein van de Paulusabdij. De fraaie zuidgevel in renaissancestijl markeerde eeuwenlang het einde van de Lange Nieuwstraat. De straat daarachter, de Korte Nieuwstraat, is rond 1620 aangelegd, toen grote delen van het voormalige abdijterrein werden verkaveld voor de bouw van nieuwe woonhuizen.

 

‘Louis Armstrong verovert Utrecht’

Lutgard Mutsaers is cultuurhistorica van muziek, theater en dans.

In november 1933 was Louis Armstrong, de wereldberoemde trompetvirtuoos en pionier van de hot style in de jazz, voor het eerst in Nederland. Met zijn tien man sterke Hot Harlem Band trad hij in anderhalve week negentien keer op in vijf steden, waaronder Utrecht. Niet veel later dwong een blessure hem tot het afbreken van zijn Europese tournee. Na zijn revalidatie keerde hij aan het jazzfront terug als ‘de nieuwe Armstrong’. Nederland had dus nog net ‘de oude’ meegemaakt. De Utrechtse muziekjournalist Wouter Paap legde het historische moment vast.

 

Portret van David van Mollem door Nicolaas Verkolje

Juliette Jonker-Duynstee is kunsthistorica en historisch onderzoeker van de Vechtstreek.

Afgelopen september werd dit portret van David van Mollem door Nicolaas Verkolje (1673-1746) geveild bij veilinghuis Van Spengen in Hilversum. Het doek kon worden toegevoegd aan de grote collectie wetenschappelijke instrumenten, klokken en schilderijen van Planetarium Zuylenburgh. Deze is bijeengebracht door de verzamelaar Bert Degenaar, die woont op de buitenplaats Zuylenburgh in Oud-Zuilen. Momenteel is het portret te bewonderen op de tentoonstelling Getekend, de natuur in het Centraal Museum, naast een portret van Van Mollem met zijn familie uit het Rijksmuseum, eveneens van de hand van Verkolje.

 

Utrechtse hoogleraar Gilles Quispel onder de indruk van Greet Hofmans

Han van Bree en Armand Heijnen zijn beiden historicus en publicist. Van Bree schreef in 2025 een biografie over Greet Hofmans.

Tijdens een in 2001 gehouden symposium met als titel ‘Greet Hofmans: adviseur achter de troon?’ trok journalist en columnist Henk Hofland fel van leer tegen deze ‘Nederlandse Raspoetin’. Hofmans was in 1956 bekend geworden doordat zij als gebedsgenezeres koningin Juliana in haar macht zou hebben gehad. Hofland werd op zijn beurt fors de oren gewassen door Gilles Quispel, hoogleraar aan de theologische faculteit in Utrecht. Hij vond Hofmans een ‘bijzondere vrouw met een hoogstaand karakter’. Wat hadden deze eminente kenner van de gnosis en de raadselachtige Amsterdamse volksvrouw met elkaar uit te staan?

 

Boekbespreking: Historische verdedigingswerken in de provincie Utrecht

Casper J. van Dijk is conservator late middeleeuwen en archeologie bij het Nationaal Militair Museum.

Als logistieke hub in het midden van Nederland, waar de meeste snelwegen, spoorlijnen en vaarwegen samenkomen, zal Utrecht een belangrijke militaire rol vervullen als Nederland ooit weer in oorlog zou raken. Historisch gezien is dit nooit anders geweest. Bijna alle oorlogen van Nederland en zijn voorlopers zijn deels uitgevochten rond en in Utrecht. In de nieuwe Atlas van historische verdedigingswerken in Nederland: Utrecht, uitgegeven door Matrijs in samenwerking met de Stichting Menno van Coehoorn, wordt gedetailleerd uiteengezet hoe de provincie zich met defensieve structuren wapende tegen oorlogsgeweld.