Tijdschrift april 2026

Het aprilnummer van Tijdschrift Oud-Utrecht bevat onderstaande artikelen. Losse tijdschriften zijn verkrijgbaar via de webwinkel en bij boekhandels in stad en regio Utrecht. Lid worden van Oud-Utrecht kan ook.

 

Twee vrouwelijke kunstenaars richtten de Caeciliakapel in

Ingrid Henkemans is erfgoedspecialist bij Museum Catharijneconvent. Op 19 november 2025 sprak ze bij het eeuwfeest van de Caeciliakapel.

Tegenwoordig zijn aan de Plompetorengracht 1-5 de Kathedrale Koorschool en de Theologische Universiteit Utrecht gevestigd. De statige, wit gepleisterde patriciërswoning kende vanaf de 16e eeuw verschillende adellijke bewoners. Begin vorige eeuw werd het echter een onderwijsinstituut. De Rooms-Katholieke Kerkmuziekschool Sint-Caecilia nam in 1925 haar intrek in het gebouw. De opleiding voor studenten en volwassenen kwam tot bloei rond een eigen kapelruimte, de Caeciliakapel. Deze is ingericht met religieuze kunst van twee vrouwen: Joanna Brom en haar schoonzus Hildegard Brom-Fischer. Een unicum in Nederland.

 

Gevelsteen Magazijn de Zon ontdekt onder betonvloer

Andrea Klerks is adviseur cultuur-, bouw- en architectuurhistorie bij de afdeling erfgoed, gemeente Utrecht.

Eind 2025 werd bij werkzaamheden in de kelder van Magazijn De Zon (Stadhuisbrug) in het zandpakket onder de betonnen vloer een hardstenen gevelsteen gevonden. Op de flinke steen, 66x60x22 centimeter groot, is in een rond reliëf een in zichzelf gekronkelde slang afgebeeld tegen een ‘gouden’ achtergrond. Wat direct opvalt is dat de beeltenis nog erg fris oogt: nauwelijks vervuiling of slijtage. Waar komt deze steen vandaan en waarom bevindt hij zich in het zand onder de betonnen vloer uit de jaren 1920-1930?

 

Kurhaus en Krasnapolsky aan de Maliebaan: Utrechtse mede-oprichters van befaamde hotels

Arjan den Boer is auteur van onder meer Vergeten gebouwen in Utrecht (2020) en Theodor Sanders, de vergeten compagnon van Berlage (2024).

De villa Maliebaan 42, later bekend geworden als het Fentener van Vlissingenhuis, is in 1881 ontworpen door de Duitse architect Friedrich Ebert. Hij was ook mede-ontwerper van Krasnapolsky en het Victoria Hotel in Amsterdam en van het Kurhaus in Scheveningen. Dat blijkt geen toeval. Maliebaan 42-bewoner Carel van Notten en zijn buurman, de spoorwegbaas Herman Ameshoff, waren nauw betrokken bij de oprichting en exploitatie van deze vermaarde grand hotels.

 

Gerhard Terlinden, fraudeur aan het Leidseveer

Gerard Aaftink is auteur van het recente boek Catharijne op een kantelpunt (Utrecht 2025).

Op 5 januari 1901 koopt Gerhard Terlinden de blekerij met bijbehorende bleekvelden van Elisabeth van Huussen aan het Leidseveer. Terlinden is een gewaardeerd ondernemer uit Duitsland. Al voor de aankoop heeft de gemeente Utrecht hem goedkeuring gegeven om op het terrein een stoelenfabriek voor 300 medewerkers te bouwen. In juli 1901 gebeurt iets onverwachts: Gerhard Terlinden slaat op de vlucht. In de weken daarna wordt duidelijk dat er sprake is van fraude. De zwendel is zo groot dat kranten er wereldwijd over schrijven. Uiteindelijk wordt Terlinden opgepakt en veroordeeld. Aandeelhouders en banken moeten grote verliezen nemen, de stoelenfabriek gaat failliet. Het zal daarna nog 125 jaar duren tot het terrein aan het Leidseveer (Smakkelaarsveld) bebouwd wordt.

 

Hiaten in de Visscherssteeg

Arjan den Boer is eindredacteur van Tijdschrift Oud-Utrecht.

Wonder boven wonder vielen er geen zwaargewonden bij de gasexplosie van 15 januari 2026, wel was er grote schade. Enkele huizen aan de Visscherssteeg zijn geheel verwoest. Het is niet eenvoudig een goed beeld te krijgen van de getroffen panden en hun (bouw)historie. Zoals te verwachten in een middeleeuwse binnenstad, vormt de bebouwing in de zuidhoek Springweg-Visscherssteeg een wirwar van kleine en grotere bouwsels, verspringende daken, aan- en opbouwen, hergebruikte muren en hiaten in de huisnummering. Dankzij eerder werk van gemeentelijke bouwhistorici en de onvolprezen vrijwilligers van het Utrechts Documentatiesysteem (UDS) kan de kluwen enigszins worden ontward.

 

Joodse onderduikers in De Meern

Arnold van Dijk was werkzaam als psycholoog en schreef Aanpassen, ontduiken en verzet. De Tweede Wereldoorlog in Vleuten, De Meern en Haarzuilens (Zutphen 2025).

In het voorjaar van 1942 had de bezetter het net rond de Joden maximaal aangetrokken. Hun namen en verblijfplaatsen waren bekend, ze mochten niet meer werken en reizen, hun geld was afgepakt. Onderduiken was een onzekere en moeilijk te realiseren optie. Hulp was er nauwelijks, het verzet stond nog in de kinderschoenen. Alleen voor het onderbrengen van kinderen waren er mogelijkheden. Hoe verging het Joodse gezinnen in De Meern? Het afgelopen jaar kwamen verhalen naar boven van de families Oppenheimer, Heller en Simons. Naast deze families waren nog enkele Joden ondergedoken in De Meern.

 

Vijftig jaar ACU aan de Voorstraat

Justine Allasia is cultuurhistoricus en onderzoeker van tegenculturen en daarnaast vrijwilliger bij Queer U Stories.

In het voorbijgaan kun je ACU aan de Voorstraat onmogelijk missen: een turquoise gevel, volgeplakt met stickers en affiches, een regenboogvlag boven de deur. In 2026 bestaat het politieke en culturele centrum vijftig jaar. ACU begon als een krakersbolwerk en werd al snel een filmhuis, café, podium en kantine. Er waren ook veel activiteiten voor en door queer bezoekers en vrouwen, zoals Cruise Control en de Hexennacht. Tijdens het vullen van 'het gat in de Voorstraat' werd het pand aangekocht en ACU gelegaliseerd. Toch is het gelukt om een vrijplaats te blijven.

 

Boekbespreking: Hoe dokter Vlimmen uit de dierenartsenpraktijk verdween

Armand Heijnen is historicus en publicist. Hij werkte als redacteur bij de Universiteit Utrecht.

Een dienstdoende stalknecht die ’s nachts de telefoon van Verloskunde bemande en rond middernacht een mevrouw aan de lijn kreeg met een poes met bevallingsproblemen, reageerde met: ‘Een kàat midden in de nàach? Daor belt ik de dokter niet voor uit z’n bed.’ Aldus een van de vele anekdotes uit het monumentale boek Van veeartsenij naar diergeneeskunde, een zogeheten ‘oral history’ over de Nederlandse dierenarts in de periode 1950-1985, onder anderen geschreven door de Utrechtse emeritus hoogleraar veterinaire geschiedenis, Peter Koolmees.