2023

PDF-bestanden van Tijdschrift Oud-Utrecht in deze jaargang: Tijdschrift 2023 01Tijdschrift 2023 02Tijdschrift 2023 03Tijdschrift 2023 04Tijdschrift 2023 05Tijdschrift 2023 06.

Voor korte inhoud per nummer zie hieronder.

december 2023

Op de thee bij Hester Ranst: sporen van het koloniale verleden in Paushuize
In de binnenstad van Utrecht lijkt het koloniale verleden verder weg dan in VOC-steden als Amsterdam, Middelburg of Hoorn. Toch werden veel grote huizen langs het Janskerkhof, de Drift en de (Kromme) Nieuwegracht verbouwd en ingericht met geld dat verdiend werd in de koloniën. Het Herdenkingsjaar Slavernijverleden geeft aanleiding tot nader onderzoek naar de sporen hiervan in Utrecht. Een tot nog toe onderbelicht voorbeeld is dat van Hester Ranst, die met in de overzeese handel verkregen rijkdommen een stevig stempel heeft gedrukt op Paushuize.

250 jaar Provinciaal Utrechts Genootschap: drie perspectieven
Dit jaar bestaat het Provinciaal Utrechts Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen 250 jaar. Dat maakt het PUG tot een van de oudste wetenschappelijke genootschappen van Nederland. Vooral in de loop van de 19e eeuw verwierf het een indrukwekkende staat van dienst als leesgezelschap met een ruime bibliotheek, met de opbouw van een archeologische collectie en door de publicatie van een reeks voordrachten en lezingen. Het PUG lijkt daarmee een vaste waarde te vertegenwoordigen in het culturele en wetenschappelijke landschap. Bij nader inzien is het echter niet evident wat het PUG precies is. Is het een gezelligheidsvereniging of heeft het genootschap een wetenschappelijke opdracht? Voert het PUG een culturele agenda? Is er een stabiele kern of is het genootschap voortdurend onderhevig geweest aan veranderingen?

De twee kathedralen van Utrecht: 300 jaar Utrechts Schisma
Een opvallend aspect van het Utrechtse kerkelijke landschap is het bestaan van twee kathedralen, de Catharinakathedraal aan de Lange Nieuwstraat en de Gertrudiskathedraal aan het Willemsplantsoen. Hier staan de zetels (kathedra in het Grieks) van de rooms-katholieke en oud-katholieke aartsbisschop van Utrecht. Momenteel zijn dat respectievelijk Wim Eijk en Bernd Wallet. Beiden zien zich als opvolgers van Willibrord, de allereerste Utrechtse bisschop. Deze kerkscheuring ontstond in 1723 bij de verkiezing van een aartsbisschop en staat bekend als het Utrechts Schisma.

Een stadsparochie met allure: de gerestaureerde Augustinuskerk
Sinds 1840 is de Augustinuskerk beeldbepalend aan de Oudegracht. Eind 2016 ging de kerk jarenlang dicht omdat het interieur aan restauratie toe was. Nu prijkt achter de classicistische voorgevel weer een feestelijk neobarok interieur. Vanaf 3 december 2023 zijn er weer eucharistievieringen. Niet alleen het kerkgebouw heeft allure, ook het parochieleven drukte een stempel op de stad. Het is een gemeenschap met veel geschiedenis en een onzekere toekomst.

Boekbespreking: 975 jaar Utrechtse Pieterskerk
Op 1 mei 2023 was het 975 jaar geleden dat de Pieterskerk werd ingewijd door bisschop Bernold. De huidige eigenaar van het gebouw, de Waalse Kerk, liet bij dit memorabele jubileum een boek samenstellen over de geschiedenis van de kerk. Voor het eerst is alle bestaande kennis uit artikelen, bouwhistorisch onderzoek, archieven en archeologische rapporten samengevat in één boek voor een breed publiek. Een van de doelen van de uitgave is het gebouw meer bekendheid te geven. De Pieterskerk ligt in de schaduw van de Dom, aan het verstilde Pieterskerkhof. Door het instorten van beide torens bij de stormramp van 1674 is de kerk niet erg zichtbaar in het stadssilhouet.

oktober 2023

Sinti, Roma en woonwagenbewoners in Utrecht
Recent laten veel Nederlandse gemeenten pijnlijke gebeurtenissen uit het plaatselijke verleden onderzoeken. Zo gaf Utrecht opdracht tot een onderzoek naar de eventuele rol van de gemeente in de vervolging van Sinti en Roma in de jaren 1940-1945. Uit het onderzoek, dat in mei werd gepresenteerd, blijkt dat er in de stad geen zogeheten ‘ontrechting’ van Sinti en Roma heeft plaatsgevonden. Dat was niet vanwege een moedige stellingname, maar omdat zij in de oorlogsjaren niet in de stad verbleven. Wel heeft de Utrechtse politie bij de ‘zigeunerrazzia’ op 16 mei 1944 ten onrechte zo’n honderd woonwagenbewoners opgepakt en naar Westerbork gezonden.

'Bandenpater’ Frans Vocking
De progressieve pater Frans Vocking (1936-2014) liet tussen 1968 en 1985 in Utrecht van zich horen. Hij begon een commune in Overvecht, was gemeenteraadslid voor de PPR en werkte in de UBO-bandenfabriek om solidair te zijn met de 'gastarbeiders'. Vanwege zijn huwelijk met zuster Mariëtte moest hij uit zijn orde treden. Met succes leidde Vocking het Vormingswerk Jong Volwassenen, maar het directeurschap van ‘allochtonen-studio’ IM brak hem op.

Boekbespreking: Utrechtse adel of adel in Utrecht?
In mei verscheen het boek Adel en ridderschap in Utrecht van historicus Renger de Bruin. Hij houdt zich al vele jaren bezig met elites uit het verleden, in het bijzonder de adel, tegenwoordig als senior-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Het boek is geschreven op verzoek van de Ridderschap van Utrecht en verscheen in samenwerking met de Ridderlijke Duitse Orde, Balije van Utrecht. Inmiddels is het genomineerd voor de Ithakaprijs, bedoeld ter stimulering van het onderzoek naar Nederlandse kastelen, buitenplaatsen en landgoederen.

Bosshardt, befaamde textielfamilie uit de Twijnstraat
‘Een oude zaak’, noemde het Utrechtsch Nieuwsblad manufacturenwinkel H.A. Bosshardt in de Twijnstraat al in 1907. Bosshardt verkreeg toen het predicaat hofleverancier omdat de winkel 'te goeder naam en faam' bekend stond. Hendrik Antoni Bosshardt was al de derde generatie met die naam en er zou er nog een volgen. Het assortiment bestond uit wollen, linnen en katoenen kleding en garen, band en wol. De zaak leverde veel aan zorginstellingen en de Bosshardts bekleedden tal van kerkelijke en maatschappelijke functies. Het bekendste familielid, majoor Bosshardt, stond als meisje nog in de winkel.

Het auteurschap van een Utrechtse wandelgids uit 1942
Dit voorjaar werd een anoniem verschenen wandelgidsje uit 1942 aan de vergetelheid ontrukt. Salon Saffier publiceerde een mooi verzorgde facsimile-herdruk, gecompleteerd met foto's van Nico Jesse en een nawoord door Hans Ebbink. Het boekje Een Dom en de stad rondom blijkt nog steeds lezens- en wandelwaardig. Hoewel de bezorger de tekst toeschrijft aan Jan Engelman, is over het auteurschap het laatste woord echter nog niet gezegd.

augustus 2023

De Utrechtse boomkwekersfamilie Van der Stoop
In de 17e en 18e eeuw was de familie Van der Stoop een bekende en vooraanstaande familie van boomkwekers. Zij verkochten hun bomen aan de hoogste kringen, zoals aan stadhouder Frederik Hendrik van Oranje voor diens buitenverblijven. Waarschijnlijk leverde stamvader Willem van der Stoop de honderden linden en iepen voor de aanleg van de Maliebaan.

‘Heerlykste hofsteden: Het buitenplaatslandschap langs de Oude Rijn tussen Utrecht en Leiden
Bij de Leidse Rijn en Oude Rijn denken de meeste mensen niet direct aan buitenplaatsen. Toch bloeide langs deze rivier ooit het buitenleven; in de 17e en vooral de 18e eeuw lagen er minstens 130 buitenplaatsen tussen de steden Leiden en Utrecht. De omvang en ontwikkeling van dit buitenplaatslandschap is enkele jaren geleden voor het eerst volledig gereconstrueerd.

Het Hommelbosje, restant van buitenplaats Welgelegen
Wie vanaf Utrecht Centraal over de Weg der Verenigde Naties richting het 24 Oktoberplein fietst, ziet naast de drukke fly-over en het benzinestation opeens een oude eikenlaan. In maart en april komen allerlei stinzenplanten tot bloei in het bescheiden bosje tussen de laan en de seniorenappartementen van Park Welgelegen. Wat is het verhaal van dit historische groenfragment op de overgang van de wijken Kanaleneiland en Oog en Al?

‘Ondernemer van kunstmatige grotwerken’: de firma Moerkoert in cementrustiek
In 1902 adverteerde de Utrechtse firma Moerkoert voor ‘Grot en Waterwerken, Tunnels, Bruggen, Ruïnes, enz.’ Hieruit spreekt een laatromantisch vocabulaire. Kunstmatige ruïnes en grotten waren toen al een hele tijd passé. Maar Moerkoert gebruikte een uiterst modern materiaal en hanteerde een destijds nog populaire stijl: de zogenaamde cementrustiek. Deze geheel veronachtzaamde stijl en het bijbehorende ambacht ontwikkelde zich in de tweede helft van de 19e eeuw en werd tot in de jaren 1920 gebruikt. Franciscus Johannes Moerkoert was de aanjager van de cementrustiek in Nederland.

Annebetje van Tuyll, hartsvriendin van Belle van Zuylen
De beste vriendin van Belle van Zuylen was haar vijf jaar jongere nichtje Annebetje. Zij heette voluit Anna Elisabeth Christine van Tuyll van Serooskerken (1745-1819), net zoals Belles naam eigenlijk Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken (1740-1805) luidde. Annebetje en Belle kenden elkaar van kinds af aan en zouden hun hele leven nauw contact houden. Ze correspondeerden veel en nadat Belle van Zuylen zich na haar huwelijk in Zwitserland vestigde, volgden er wederzijdse bezoeken.

juni 2023

Het jubileum-themanummer '100 jaar passie voor Utrecht'

Inleiding: De leden van het eerste uur
‘De geschiedenis van Utrecht te beoefenen en de kennis daarvan in brede zin verspreiden’, was de doelstelling van de in 1923 opgerichte vereniging Oud-Utrecht. Juist vanwege de wens tot ‘brede verspreiding’ was volgens de initiatiefnemers een groot aantal leden nodig uit brede lagen van de bevolking, binnen en buiten Utrecht. Vanaf het begin deed men dan ook veel aan ledenwerving. Welke middelen zette de vereniging daarbij in en hoe breed was eigenlijk de groep van geïnteresseerde Utrechters die in de eerste jaren lid werden?

Joachimus Pieter Fockema Andreae (1879-1949): Tussen Oud-Utrecht en de modernisering van de stad
Burgemeester Fockema Andreae kan worden beschouwd als de stichter van de vereniging Oud-Utrecht. Begin 1923 nodigde hij een aantal historisch geïnteresseerde stadgenoten uit voor een bijeenkomst. Dit initiatief zou op 12 februari leiden tot de oprichting van de vereniging Oud-Utrecht, waarvan Fockema Andreae tot aan zijn overlijden erevoorzitter zou zijn. Fockema Andreae zette zich in voor het behoud van Utrechts erfgoed, maar evenzeer voor de ontwikkeling van Utrecht tot moderne stad. ‘Het bestaande stedenschoon zorgvuldig behouden en daarnaast nieuw stedenschoon scheppen’, was zijn devies.

Johannes Anthonius Moesman (1859-1937): Fotografisch chroniqueur en vermaard verzamelaar
‘De vereeniging “Oud-Utrecht” heeft één harer merkwaardigste leden verloren’, zo opende het in memoriam dat G.A. Evers schreef in het Maandblad Oud-Utrecht van januari 1937. Om daarna te memoreren dat Joh. A. Moesman een lid was van het eerste uur, een zeer geregelde bezoeker van de bijeenkomsten en ‘de meest trouwe deelnemer aan hare rondgangen en tochten’. En nooit deed de vereniging tevergeefs een beroep op Moesman om uit zijn rijke collecties materiaal ter beschikking te stellen.

Willem Graadt van Roggen (1879-1945): Dienaar van Mercurius en Kleio
Graadt van Roggen was grondlegger en jarenlang secretaris-generaal van de Jaarbeurs. Maar zijn hart lag bij de literatuur en de lokale geschiedschrijving. Als bestuurslid van het eerste uur behoorde hij tot de oprichters van de vereniging Oud-Utrecht. Zijn vele publicaties in het Jaarboekje getuigen van een bijzondere belangstelling voor het Utrechtse marktwezen en voor de literaire banden met Duitsland.

Ina Boudier-Bakker (1875-1966): Driemaal Domstad, oud en nieuw
Ze werd oud, schrijfster Ina Boudier-Bakker, maar liefst 91 jaar. Het grootste deel van haar lange leven woonde ze in Utrecht, een halve eeuw in totaal, verspreid over drie perioden en evenzovele huizen. Geboren in Amsterdam bleef ze haar hele leven verknocht aan de hoofdstad, maar ze hield ook intens van Utrecht. In haar werk heeft de stad niet veel sporen nagelaten, maar enkele keren liet zij zich uit over ‘Utrechts verleden en heden beide'.

‘Een enkele begaafde vrouw’
De beschrijving uit Het Bureau van J.J. Voskuil is niet bepaald flatteus: ‘Ze had een verstild, bescheiden gezicht met een knoetje samengebonden grijs haar. Haar hoofd schudde een beetje.’ Catherina van de Graft was toen 84 jaar. Dit beeld doet geen recht aan haar leven, dat vol was van publicaties, lezingen, commissies en besturen. En dat in een tijd waarin vooral mannen de dienst uitmaakten, waartussen zij haar ‘mannetje’ stond. Van de Graft was in 1925 de eerste vrouw in het bestuur van Oud-Utrecht. Zij schreef vele artikelen in het Maandblad en in het Jaarboek en bleef tot haar dood verbonden met de vereniging.

Alfred Johan Salomon van Lier (1874-1971): Een trouw lidmaatschap met gedwongen onderbreking
In Utrecht is Truitje van Lier een bekende historische figuur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog redde zij samen met Jet Berdenis van Berlekom tientallen Joodse kinderen door hen, in afwachting van een onderduikplaats, onder te brengen in haar crèche. Ook haar nicht Truus van Lier was verzetsstrijder, voor wie onlangs een standbeeld is opgericht. Maar voor de oorlog was Truitjes vader, Alfred van Lier, een prominente Utrechter. Wie was deze man die al in 1923 lid werd van de vereniging Oud-Utrecht?

George Charles Labouchere (1896-1971): Voorvechter van monumentenzorg en het Derde Rijk
In het Jaarboek Oud-Utrecht 1971 verscheen een opmerkelijk artikel van de hand van Theun Haakma Wagenaar. Hierin deelde hij enkele ‘geniale theorieën’ van zijn goede vriend George Charles Labouchere, die kort daarvoor was overleden. Het waren ideeën die Labouchere zelf nooit aan het papier had durven toevertrouwen, in de vrees ‘iets op schrift te stellen dat niet volkomen onaanvechtbaar was’. In oudere jaargangen van de jaarboeken en maandbladen van Oud-Utrecht had hij echter veelvuldig gepubliceerd, voor het laatst in 1941 over de Utrechtse bolwerken. Waarom bleef het daarna zo lang stil

Marie Anne Tellegen (1893-1976): De ontdekking van een geestverwante
Tot de meest bijzondere onder de duizenden leden die de vereniging Oud-Utrecht in honderd jaar geteld heeft, behoort ongetwijfeld Marie Anne Tellegen. Eigenzinnig, onafhankelijk, kritisch en origineel: dat zijn karaktertrekken van zowel Tellegen als van de door haar bewonderde Belle van Zuylen. Tellegen vroeg als een van de eersten in Nederland aandacht voor de 18e-eeuwse schrijfster en beroemdste bewoner van Slot Zuylen.

Gerrit Rietveld (1888-1964): 'Ik heb geen afkeer van het oude'
Niets lijkt verder van elkaar af te staan dan de modernistische architectuur van Gerrit Rietveld en de gotische bouwstijl van de Domkerk. Toch heeft Utrechts bekendste architect meermaals aangeven dat hij de Dom bewonderde en vond hij dat zijn eigen werk een 'gotische proportie' had. Wel had Rietveld een eigenzinnige visie op wat wel en niet behouden moest blijven van het verleden. Naast Oud-Utrecht pleitte hij voor de oprichting van een vereniging 'Nieuw Utrecht'.

Rob Dettingmeijer (1945-2016): Architectuurgeschiedenis en activisme
Architectuurhistoricus en publicist Rob Dettingmeijer schreef in het Jaarboek Oud-Utrecht van 2010 een bijdrage over Gerrit Rietveld, getiteld 'Wereldberoemd in Utrecht'. Hij merkte daarin op dat de bekende Utrechtse architect en meubelmaker groot belang hechtte aan de sociale functie van volkshuisvesting. En dat was een typische Rob Dettingmeijer-waarneming: ook voor hemzelf had architectuur en stedenbouw alles te maken met emancipatie en sociale rechtvaardigheid.

Aart Oosting (1935-2006): Een leefbare toekomt voor de binnenstad
Voor architect Aart Oosting stond één ding voorop en dat was een bewoonbare binnenstad. Vanaf zijn allereerste activiteiten aan het begin van de jaren zestig maakte hij zich daar druk over. Hij stoorde zich aan de grote doorbraakplannen van de gemeente, maar mopperde net zo hard op oudheidkundige organisaties die zich verzetten tegen iedere vernieuwing van de stad. Oosting was een man met een uitgesproken mening die hij niet onder stoelen of banken stak. Maar hij hield het niet alleen bij woorden. Als architect droeg hij met zowel nieuwbouw- als restauratieplannen veel bij aan de binnenstad.

Hubertus Louis Leonard van Hoogenhuijze (1900-1979): Lid voor het leven met liefde voor Zeist
Het vijftigjarig bestaan van de vereniging Oud-Utrecht werd op 20 maart 1973 gevierd tijdens een feestelijke ledenvergadering in het Spoorwegmuseum. De oudste leden ontvingen een oorkonde behorende bij het lidmaatschap voor het leven. Een van hen was de gepensioneerde advocaat Huib van Hoogenhuijze, wiens naam al voorkwam op de allereerste ledenlijst van 1924. Behalve levenslang lid van Oud-Utrecht was hij een van de oprichters van de Van de Poll-Stichting, het Zeister historisch genootschap.

Anthony Lisman (1943-2020): Een jongensdroom die uitkwam
De buitenplaatseigenaar Anthony Lisman had zijn liefde voor historische gebouwen van huis uit meegekregen. Het familiebedrijf Lisman en Lisman, dat teruggaat tot de 19e eeuw, ontwikkelt en exploiteert vastgoed met respect voor historie. Anthony Lisman zette zich in het bijzonder in voor buitenplaats VreedenHoff aan de Vecht bij Nieuwersluis en kasteel Heemstede bij Houten, waarover hij ook publiceerde.

Tjeerd Pot (1923-2006): Op zoek naar een verleden medemens
De gewezen tandarts Tjeerd Pot legde de basis voor het gebitsonderzoek aan archeologische schedelvondsten in Nederland. Als vrijwilliger hield hij zich ook jarenlang bezig met de restauratie van voorwerpen uit de Utrechtse bodem. Bovendien wist hij daarover met een originele blik en op een toegankelijke manier te schrijven. Pot was altijd op zoek naar 'de verleden medemens', zoals de titel luidde van zijn bundeling bespiegelingen over archeologische en bouwhistorische vondsten in Utrecht.

Bernard Martens van Vliet (1938-2011): Vollekstaol en verzamelwoede
De journalist Bernard Martens van Vliet, actief en kritisch lid van Oud-Utrecht, is bekend geworden om zijn publicaties over de Utrechtse volkstaal. Daarnaast legde hij een grote verzameling aan van handels- en reclamedrukwerk uit de stad Utrecht. De duizenden briefhoofden, zegels, reclamekaarten, verpakkingen en suikerzakjes vormen een staalkaart van Utrechtse winkels, bedrijven, instellingen en verenigingen uit de 19e en 20e eeuw.

Gerda Barents-Vermeer (1923-2017): Amat alta silentia musa
Muziek verlangt intense aandacht, zo luidt de vertaling van Amat alta silentia musa. Onder dit motto voltooide Gerda Barents-Vermeer in 1998 haar studie muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Deze zinspreuk werd gebruikt door het Collegium Musicum Ultrajectinum, het Utrechtse muziekgezelschap waarop zij op 75-jarige leeftijd afstudeerde. Wie was de vrouw die de levensfase waarin anderen van hun pensioen genieten, wijdde aan de geschiedschrijving van de Nederlandse muziek?

Joop van Schaik (1942-2016): Gevelstenen-manuscript van Nicolaas van der Monde ontsloten
In 1990 verscheen het bescheiden uitgevoerde maar belangrijke boekje Nicolaas van der Monde en de Utrechtse gevelstenen. De uitgave was gebaseerd op de doctoraalscriptie van Joop van Schaik, die zijn studie kunstgeschiedenis naast zijn werk deed. Aan de hand van een ongepubliceerd manuscript met tekeningen van de 19e-eeuwse stadshistoricus Van der Monde gaf het boekje een overzicht van historische gevelstenen in de stad Utrecht. Dankzij Van Schaik verscheen het manuscript na 140 jaar alsnog.

Ronald de Groen (1961-2021): Utrechtse stadsgezichten en Noord-Koreaanse propaganda
De Utrechtse ondernemer Ronald de Groen liet bij zijn overlijden in 2021 een grote kunstcollectie achter. Hiervan waren sociaal-realistische schilderijen uit Noord-Korea de afgelopen decennia al te zien op tentoonstellingen. Een goed bewaard geheim was echter dat De Groen ook Utrechtse stadsgezichten verzamelde. Veertien van deze werken, vooral uit de 19e eeuw, worden nu opgenomen in de collectie van het Centraal Museum.

Portretten huidige leden
Froukje van der Meulen (1985), bestuurslid en erfgoedspecialist
Bram van der Wees (1953), stadsuitgever en (geen) klokkenluider
Ton van Schaik (1941), kritisch katholiek kerkhistoricus
Tolien Wilmer (1948), liefhebber van historisch groen
Michiel Plomp (1958), kunsthistoricus en tuinliefhebber
Kathleen Verdult (1993), historisch 'verbindingsofficier'
Joep Haffmans (1948), antiekhandelaar en verzamelaar
Jaap Roëll (1946), galeriehouder en Kunstliefde-kenner
Bert Maes (1944), groen- en cultuurhistoricus
Bini Biemans-van der Wal (1954), huishistoricus van de Klaaskerk
Juliette Jonker-Duynstee (1965), kenner van de Vechtstreek
Mariëlla Beukers (1963), historisch wijnschrijver
Katrijn Kuypers (1963), gezicht van de Pieterskerk en Utrechtse koormuziek
Willemijn Bánki (1971), stadsgids en tufsteenfan

april 2023

De Raadskelder en Dietsche Taveerne in en rond de Tweede Wereldoorlog
In 1946 werd horecaman Cornelis Vriens gearresteerd wegens collaboratie. Zijn café-restaurants onder het stadhuis en aan het Oudkerkhof waren tijdens de bezetting levendige trefpunten geweest voor NSB'ers, WA-mannen, SS'ers, SD'ers en Wehrmachtsoldaten. Vriens had er goed aan verdiend, maar er waren ook getuigenissen dat hij informatie doorspeelde aan het verzet. Waarom hadden fascisten zich eigenlijk zo thuis gevoeld in de Raadskelder en Dietsche Taveerne?

De kernthema’s van een strijdbare historicus: Pieter Geyl (1887–1966)
Pieter Geyl, hoogleraar Nieuwe Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht, was geen historicus in een ivoren toren, maar een die zich mengde in de discussies van zijn tijd. Geschiedenis en politiek hadden elkaar iets te bieden, vond hij. De eenheid van de 'Nederlandse Stam', de aanvaringen tussen Orangisten en Staatsgezinden en de overmoed van historische systeembouwers als Jan Romein en Arnold Toynbee waren de drie grote thema’s waarover hij zich met verve liet horen.

Leidsche Rijn, de groeipijnen voorbij
Het is 25 jaar geleden dat de bewoners van het eerste opgeleverde huis in Leidsche Rijn, aan het Klifrakplantsoen in Langerak, de sleutel overhandigd kregen. Kort daarna werden de eerste huizen in Veldhuizen opgeleverd door de toenmalige gemeente Vleuten-De Meern. In dat jaar 1998 woonden er ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal iets meer dan 20.000 mensen. Anno 2023 zal het aantal inwoners de 100.000 bereiken. Het Masterplan Leidsche Rijn is daarmee een echt ‘Deltaplan wonen’ gebleken.

Boekbespreking: De Vechtstreek als frontgebied tijdens het Rampjaar
Het afgelopen jaar is landelijk en ook in Utrecht het Rampjaar 1672-1673 uitgebreid herdacht. Uiteraard vormde het gedenkjaar aanleiding voor het uitbrengen van meerdere boeken, waarvan een aantal zich toespitst op gebeurtenissen in de provincie Utrecht. Twee van deze publicaties betreffen de Vechtstreek. Auteurs Wouter van Dijk en Daan Wolfert beschrijven deels dezelfde gebeurtenissen, maar hebben ieder hun eigen aanpak.

Boekbespreking: Kanalen van Drusus in de Vecht?
Dankzij klassieke teksten weten we van Romeinse waterwerken in de Rijndelta die werden aangelegd onder leiding van generaal Drusus, de adoptiefzoon van keizer Augustus. In Tussen de Dam van Drusus en de Zuilen van Hercules presenteert Jan Verhagen de resultaten van zijn onderzoek naar deze dammen en kanalen, op het snijvlak van archeologie en bodemkunde. Aan de hand van oude en nieuwe gegevens concludeert hij dat de Vecht tussen Overmeer en Nigtevegt de meest waarschijnlijke locatie is voor het Kanaal van Drusus. Houdt zijn stelling stand?

februari 2023

Jacob Olie Jr., pionier van de kleurenfotografie in Utrecht
De eerste autochromes (vroege kleurenfoto's op glasplaat) die in de stad Utrecht gemaakt zijn, dateren uit de periode 1909-1932. De fotograaf was de scheikundige Jacob Olie Jr., van oorsprong een Amsterdammer. Hij kwam in 1909 met zijn vrouw Tine Reeders en zus Aagje Olie in Utrecht aan het Wilhelminapark wonen. De autochromes geven een uniek beeld van het huiselijk leven daar en van Utrecht en Nederland in het eerste kwart van de vorige eeuw.

‘Altijd ‘n volle zaal’: het Volksconcert en Utrecht
In de receptiegeschiedenis van de klassieke muziek neemt het Volksconcert een aparte plaats in. Volksconcerten brachten de lagere klassen goedkoop in aanraking met hoge muziekcultuur. Het publiek zat letterlijk en figuurlijk voor een dubbeltje op de eerste rang. In 1863 adopteerde Utrecht de formule. Die sloeg aan, maar raakte verwaterd. Er was een coup voor nodig om het tij te keren. De doorstart maakte van het Volksconcert een vaste waarde in het Utrechtse muziekleven.

Willem de Famars Testas (1834-1896), een oriëntalist in Utrecht
Willem de Famars Testas wordt beschouwd als de vroegste Nederlandse vertegenwoordiger van het oriëntalisme, de romantische verbeelding van het Oosten in de westerse schilderkunst. Hij maakte in 1858 en 1868 twee lange reizen door Egypte en het Midden-Oosten, waarop zijn meeste werken zijn gebaseerd. Minder bekend is dat de geboren en getogen Utrechter ook graag honden en paarden schilderde. Hij legde ruiters en wedrennen vast aan de Maliebaan en was zeer actief bij het Genootschap Kunstliefde.

Een rebelse vrede: de Pacificatie van Gent in Utrecht
De Pacificatie van Gent (1576) betekende voor Utrecht een kentering in politiek en religieus opzicht. Het verdrag markeerde de Utrechtse deelname aan de Opstand en het begin van de Reformatie. Er ontstonden echter verschillende interpretaties van de betekenis van het verdrag voor de godsdienstvrijheid. De lokale toepassing van de Pacificatie diende uiteindelijk als wapen om katholieken uit te sluiten en steun voor de Opstand af te dwingen.