Tijdschrift juni 2026
Het dubbeldikke themanummer van Tijdschrift Oud-Utrecht juni 2026 gaat over (Volks)gezondheid: ziekte, gezondheidszorg en preventie, met onderwerpen als wijkverpleging, kraamzorg, fysiotherapie, epidemieën… Losse tijdschriften zijn verkrijgbaar via de webwinkel en bij boekhandels in stad en regio Utrecht. Lid worden van Oud-Utrecht kan ook.

Zorg aan de Springweg
Renger E. de Bruin is senior-onderzoeker bij Geschiedenis en Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en conservator bij de Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht.
Hotel Karel V biedt zijn gasten weldadig comfort, met een 'Wellness Spa' en een restaurant, brasserie en café 'in een idyllische omgeving om volledig tot rust te komen', zoals de gelikte website het aanprijst. In het buurpand verleent de Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht (RDO) hulp aan mensen die aanzienlijk minder te besteden hebben. Zorg en welzijn hebben een lange traditie in het gebouwencomplex aan de Springweg. Het is in de 14e eeuw gebouwd voor de RDO, die het verplegen van zieken en gewonden als doelstelling had, naast de strijd voor het geloof. Later verloor het gebouw zijn zorgfunctie, maar die kwam in 1811 terug met de vestiging van een Militair Hospitaal. Dat maakte eind vorige eeuw plaats voor de huidige gebruikers.

Dollen met Pasen. Archeologisch onderzoek Willem Arntsz Huis
Gerben Beeuwkes en Nils Kerkhoven zijn senior archeologen bij Erfgoed gemeente Utrecht.
In 2021 en 2022 vonden er twee opgravingen plaats bij de Vrouwjuttenhof, het binnenterrein van het Willem Arntsz Huis, het tegenwoordige Altrecht. Het archeologisch onderzoek werpt nieuw licht op de vroegste fase van het Dolhuis en levert fascinerende aanvullende geschiedenis op. De vondst van vele munten leek aanvankelijk moeilijk te duiden. De meest waarschijnlijke verklaring is een van de vreemdste feesten die Utrecht gekend heeft: het Paasdol of de Dolhuiskermis.

Apocalyptische tijden? Pest in Utrecht in de 17e eeuw
Toen begin 2020 duidelijk werd dat covid-19 potentieel meer was dan een griepje, kwamen al snel beelden van oude epidemieën naar boven. Plotseling stond ook de pest weer in de belangstelling. Utrecht liep als centrum van handel en verkeer veel risico en de aanwezigheid van militaire garnizoenen vergrootte de kans op besmetting. Vooral tijdens de Tachtigjarige Oorlog werden talloze ‘krancke en gequetste’ militairen in Utrechtse gasthuizen verpleegd. Ze brachten de pest en andere ziektes met zich mee.

Pieter Nielen (1745-1798), Utrechts medicus op de drempel van de moderne geneeskunde
Jan H. Huiting promoveerde in 2020 op de landbouwgeschiedenis van West-Utrecht. Hij deed uitgebreid onderzoek naar Pieter Nielen.
In de 18e eeuw bevond de geneeskunde zich op een fascinerend kruispunt van religie, bijgeloof en opkomend wetenschappelijk rationalisme. In die context speelde de vrijwel vergeten Utrechtse medicus Pieter Matthijs Nielen een opmerkelijke rol. Hij manifesteerde zich als een kundig en erudiet arts met scherp klinisch inzicht en voor zijn tijd moderne inzichten en een uitgesproken multidisciplinaire werkwijze. Zijn optreden biedt inzicht in de medische praktijk van zijn tijd en werpt licht op de ontwikkeling van de geneeskunde in 18e-eeuws Utrecht, een terrein dat tot op heden slechts beperkt is onderzocht.
Aan dit artikel ligt veel onderzoek ten grondslag dat beschikbaar is op https://independent.academia.edu/HuitingJan met literatuur, archiefbronnen, annotatie, dankwoord, afbeeldingen en de complete werken van Nielen.

Huisdokteren. Wijn als medicijn in Utrechtse recepten
Mariëlla Beukers is historicus en vinoloog. Zij onderzoekt de geschiedenis van wijn en wijngaarden in Nederland.
In 1769 verscheen De Nieuwe Welervarene Utrechtsche Keuken-meid, Confituurmaakster en Huis-doctores. Met ruim 500 recepten werd dit boek binnen enkele jaren driemaal herdrukt. Behalve culinaire recepten bevatte de Utrechtsche Keuken-meid ook medische instructies, bestemd voor de ‘huisdoctores’ uit de titel. Doelgroep was niet zozeer de keukenmeid zelf, maar juist haar meesteres en soms ook meester, burgers uit gegoede families. De meesteressen moesten een huishouden kunnen bestieren, de familie voeden en ook de gezinsleden gezond houden, met recepten uit de eigen huisapotheek.

Met melk zijn we groot geworden
Bert Poortman is historisch onderzoeker en schrijver voor Oud-Utrecht, het Utrechts Monumentenfonds en USINE, de Utrechtse Stichting voor Industrieel Erfgoed.
Als er één product is met een gezond imago, dan is het wel melk. Het heeft nog steeds een sterke reputatie als noodzakelijk voedingsmiddel voor kinderen. Tot in de 20e eeuw kwam die melk rauw de stad in, zonder enige bewerking, rechtstreeks uit de koeienuiers van boerderijen in de nabije omgeving. Door toenemende hygiëne-eisen ontstonden er melkinrichtingen en zuivelfabriekjes. En door melkpromotie steeg de zuivelconsumptie tot ongekende hoogte. Hoe bereikte dit product de consument in Utrecht?

Kruisverenigingen en gezondheidszorg in de provincie Utrecht
Chris Vlam is promovendus in de onderzoeksgroep Economische en Sociale Geschiedenis, Universiteit Utrecht en verbonden aan het onderzoeksprogramma Sustainable Cooperation: Roadmaps to Resilient (SCOOP).
Begin 20e eeuw ontstonden lokale kruisverenigingen met als doel de volksgezondheid te verbeteren. Binnen enkele jaren had bijna elke Utrechtse gemeente een eigen Groene of Wit-Gele Kruisvereniging (neutraal dan wel katholiek). Door het organiseren van gezondheidsvoorlichting, wijkverpleging, kraamverzorging en consultatiebureaus speelden ze een cruciale rol in het verbeteren van de toegankelijkheid van gezondheidszorg in de provincie.

Publieke gezondheid als gemeentelijke verantwoordelijkheid, 1915–2026
Ernst-Jan Kruize is directiesecretaris en teammanager bij Volksgezondheid gemeente Utrecht.
In 1915 werd in Utrecht de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst (GGD) opgericht. Vanaf dat moment speelt de gemeente een centrale rol in het beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van de inwoners. In 111 jaar tijd is er veel gezondheidswinst geboekt, maar ontstonden er ook steeds nieuwe uitdagingen. Naast vaccinatie, preventie en voorlichting kreeg de dienst te maken met verslavings- en straatzorg. De stad veranderde ingrijpend, waarbij steeds duidelijker werd dat publieke gezondheid niet losstaat van sociale, maatschappelijke, ecologische en ruimtelijke ontwikkelingen.

Antroposofische zorg in Zeist
Pierre Rhoen is oud-gemeentearchivaris van Zeist en publiceerde veel over de historie van deze gemeente.
Aangetrokken door de gezonde bosrijke omgeving hebben zich sinds de 19e eeuw veel zorginstellingen op de Utrechtse Heuvelrug gevestigd. Wie de zorgsector in Zeist bekijkt, zal opvallen dat veel aanbieders werken op antroposofische grondslag. Zeist werd in 1995 in De Groene Amsterdammer 'het antroposofisch bolwerk’ genoemd en HP/De Tijd sprak in 2011 van 'de hoofdstad van antroposofisch Nederland'. De naam die onlosmakelijk verbonden is met de antroposofische zorg in Zeist is die van Bernard Lievegoed, arts, psychiater, pedagoog, organisatiedeskundige en auteur.

'Mijn ploas is noas mijn vrouw'. Utrechtse bevalverhalen van Ausems en Muller
Hieke Huistra is wetenschapshistoricus aan de Universiteit Utrecht. Ze onderzoekt de veranderende rol van de geneeskunde bij geboorte en dood.
In grote lijnen verschillen geboortes van vroeger niet veel van nu: er is een zwangere vrouw en na enkele of vele uren hard werken, is er een kind. Maar de manier waarop zo’n bevalling plaatsvindt en begeleid wordt, is in de loop der tijd wel veranderd. Dat blijkt uit de memoires van twee bekende Utrechtse vrouwenartsen: Andreas Wilhelmus Ausems (1871–1946) en Maurits Lodewijk Muller (1884–1943). Samen bieden hun memoires een venster op de Utrechtse bevalcultuur van begin 20e eeuw. In deze tijd werden langzaam veranderingen zichtbaar in waar en hoe kinderen ter wereld kwamen.

Bartholomeus Gasthuis ontkwam ternauwernood aan sluiting
Sander Bonneur is masterstudent Cultuurgeschiedenis en Erfgoed aan de Universiteit Utrecht en liep de afgelopen maanden stage bij het Bartholomeus Gasthuis.
Het Bartholomeus Gasthuis aan de Lange Smeestraat behoort tot de oudste Nederlandse instellingen die eeuwenlang ononderbroken zorg hebben verleend. In de tweede helft van de 20e eeuw kreeg het gasthuis te maken met nieuwe eisen en moest er gemoderniseerd worden. Tegelijkertijd dreigde sluiting, diende rekening gehouden te worden met het monumentenbelang en lieten buurtbewoners van zich horen. Na een jarenlang proces kon in 1987 eindelijk het vernieuwde Bartholomeus Gasthuis worden heropend.

Vrouwengezondheidscentrum Aletta in Utrecht, 1980-1998
Marjet Douze was adjunct-directeur bij het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV), nu Atria.
In 1980 richtte een groep activistische vrouwen – na een aanloop van twee jaar - het Vrouwengezondheidscentrum Utrecht op. Daar troffen vrouwelijke patiënten en (aanstaande) artsen en hulpverleners elkaar. Gezamenlijk ontwikkelden zij kennis over gezondheidsproblemen van vrouwen, experimenteerden ze met voor vrouwen geschikte hulpverleningsmethoden en bedachten manieren om de reguliere gezondheidszorg te verbeteren. In 1984 kreeg de groep landelijke subsidie op voorwaarde dat er een experimentele huisartsenpraktijk werd gestart. In 1998 bleef alleen de huisartsenpraktijk Aletta over.

Thim van der Laan maakte school met fysiotherapie
Ton van den Berg is freelance-journalist en mede-auteur van boeken als Van stadsie tot stad en Verdwenen horeca in Utrecht.
‘THIM’ staat er op de gevel van het pand van de Internationale Hogeschool aan de Newtonbaan in Nieuwegein. Hoewel nieuwe studenten denken dat THIM een afkorting is, wordt met die naam de man in ere gehouden die in 1974 de opleiding heeft opgericht: Thim van der Laan (1924-1993). De voetbaltrainer en sportmasseur had een droom en maakte die als eigenzinnige ondernemer waar. Het fysiotherapie-onderwijs is nog altijd aan zijn naam verbonden — in Utrecht en in Zwitserland.
Zie over Thim van der Laan als redder van voetbalclub DOS een extra bijdrage van Ton van den Berg.
Korte bijdragen:
- Joostengasthuis Tessel Grijp
- Catharinagasthuis Paul Krijnen
- Utrechtsch Kinderziekenhuis Bettina van Santen
- Volksbadhuis Zonstraat Arjan den Boer
- Wit-Gele Kruisgebouw De Meern Arjan den Boer
- Homeopathisch Ziekenhuis Oudenrijn Joyce Pennings
- Sanatorium Zonnegloren Bettina van Santen
- Gezondheidswoningen Kromme Rijn Bettina van Santen
- Revalidatiecentrum De Hoogstraat Kaj van Vliet
- Wijkgezondheidscentrum Lunetten Maarten Brinkman