2024
PDF-bestanden van Tijdschrift Oud-Utrecht in deze jaargang: Tijdschrift 2024 01, Tijdschrift 2024 02, Tijdschrift 2024 03, Tijdschrift 2024 04, Tijdschrift 2024 05, Tijdschrift 2024 06.
Voor korte inhoud per nummer zie hieronder.
december 2024
Schröder & Rietveld Architecten Truus Schröder-Schräder (1889-1985) als interieurontwerper
Honderd jaar geleden prijkten de witte letters 'Schröder & Rietveld Architect'* op het raam boven de deur van het Rietveld Schröderhuis. Deze woning en de architect Gerrit Rietveld zouden wereldberoemd worden. Minder bekend is dat Truus Schröder-Schräder niet alleen opdrachtgever was, maar zelf een cruciale bijdrage leverde aan het ontwerp van het huis. Zij speelde ook een sleutelrol bij andere projecten, zowel binnen als buiten Utrecht. Nu het Rietveld Schröderhuis al een eeuw lang een baken is van moderniteit, wordt het hoog tijd om de vrouw die er zestig jaar woonde haar rechtmatige plek in de architectuurgeschiedenis te geven.
Kunsthistoricus Pieter Singelenberg en zijn band met Rietveld
Pieter Singelenberg (1918-2007) werd bekend als Berlage-deskundige en Rietveld-kenner. Hij was van 1946 tot 1978 werkzaam bij het Kunsthistorisch Instituut aan de Drift 25 in Utrecht. Daarna werd hij hoogleraar in Nijmegen, maar bleef maar wat graag in Utrecht wonen in zijn eigen Rietveldwoning in Oog in Al. Pieter Singelenberg zette zich in voor het behoud van Utrechts erfgoed zoals het Rietveld Schröderhuis en — met minder succes — de gebouwen van levensverzekeringsmaatschappij De Utrecht.
Stichtse gezichten: wie is de ‘heer met sigaar’?
De jonge kunsthandelaar Shayan Barjesteh van Waalwijk van Doorn uit Eijsden kwam op een veiling een anoniem portret uit de jaren dertig tegen dat hem fascineerde. Hij zocht uit wie de kunstenaar was: een autodidact die later burgemeester werd, maar destijds in Utrecht studeerde. De volgende stap was achterhalen wie er op het schilderij is afgebeeld en hoe het portret tot stand moet zijn gekomen. De geportretteerde blijkt een prominente Utrechtse advocaat te zijn die zeer actief was op maatschappelijk gebied.
Utrechtse wereldwandelaars en wereldfietsers
In de periode 1905-1935 was er sprake van globetrottermanie. Vele honderden, misschien wel duizenden jonge Nederlandse arbeiders gingen op stap. Ze begonnen wandelend of fietsend aan een wereldreis en bleven soms jarenlang weg. Onder de globetrotters waren ook de nodige Utrechters. De typograaf Anton Zonhoven en de marktkoopman Dirk van Dam zijn twee bijzondere voorbeelden.
Reuring en scheuring: Winand Kotte en zijn Willibrordgroep 1969-2009
In september 2024 verscheen het boek De Utrechtse Willibrordkerk. Deze monografie behandelt vooral de kunsthistorische aspecten van het neogotische gebouw, in 1875 ontworpen door Alfred Tepe en ingericht door leden van het Sint-Bernulphusgilde. Ook over de gemeenschap van de Willibrordkerk vallen echter veel verhalen te vertellen. Zo trok de geschiedenis rond pater Kotte vanaf 1967 diepe sporen onder de katholieken in de stad.
Van pomp naar waterleiding: de watertransitie in Utrecht
Tegenwoordig wordt er gepleit voor een 'watertransitie' om overbelasting van het drinkwatersysteem tegen te gaan door regenwater en grijs (gebruikt) water te benutten. Deze situatie vormt het spiegelbeeld van de transitie die eind 19e eeuw plaatsvond: de overstap van pompwater op leidingwater. Het aantal waterleidingaansluitingen nam vanaf de aanleg van de Utrechtse waterleiding in 1883 gestaag toe, maar er waren praktische, politieke en culturele weerstanden. Sociale ongelijkheid speelde een rol en ook de gemeenteraad hield nog lang vast aan drinkwater via stadspompen.
Boekbespreking: Katholieke overlevingsstrategieën in 17e-eeuws Utrecht
De Japanse onderzoeker Genji Yasuhira publiceerde onlangs een boek met de indrukwekkende titel Catholic Survival in the Dutch Republic. Agency in Coexistence and the Public Sphere in Utrecht, 1620-1672 (Katholieke overleving in de Republiek. Kracht in co-existentie en het publieke domein in Utrecht, 1620-1672). Eerder promoveerde hij op deze materie aan Tilburg University. Het boek, dat 20 september jongstleden gepresenteerd werd in de Gertrudiskapel, biedt interessante en belangwekkende inzichten over de positie van katholieken na de reformatie.
oktober 2024
Margaretha Cornelia Boellaard: kunstenaar, verzamelaar, begunstiger
De bijdrage van vrouwelijke verzamelaars aan de totstandkoming van museale kunstcollecties bleef lang onderbelicht. Platform De Andere Helft, waarin musea samenwerken met de RKD, doet hier momenteel onderzoek naar. Ook Utrecht kende belangrijke vrouwen die kunst verzamelden, zoals Margaretha Cornelia Boellaard (1795-1872). Aanvankelijk was ze zelf actief als kunstenaar, na 1840 legde zij zich toe op verzamelen. Boellaard was het eerste vrouwelijke lid van Kunstliefde en liet haar woning en vermogen na aan het genootschap. Nog altijd ondersteunt het Boellaardfonds Utrechtse kunstenaars.
Verleden en toekomst in de kunst van Toon van Ham
Niet minder dan zeventig jaar lang was het grote kunstwerk onzichtbaar voor het publiek: een gefantaseerd, kleurrijk beeld van de stad Utrecht op twaalf glazen panelen. Deze achterglasschildering beslaat vier bij twee meter en werd in 1951 gemaakt. Sinds 2020 is het bijzondere kunstwerk voor iedereen te bezichtigen in de Bibliotheek Neude. Wie was eigenlijk de kunstenaar die het maakte en wat was zijn relatie met de stad Utrecht?
Eén groot misverstand: Dolle Dinsdag in Utrecht
Op 5 september jongstleden was ‘Dolle Dinsdag’ precies tachtig jaar geleden. Op die dag in 1944 dacht bijna iedereen dat de geallieerden zouden komen en dat de bevrijding van Nederland nabij was. Ook veel Utrechters vierden feest en hingen de rood-wit-blauwe vlag uit. NSB’ers daarentegen raakten in paniek en sloegen op de vlucht. In de dagen daarna bleek het allemaal een misverstand te zijn geweest; de bevrijding van heel Nederland liet nog maanden op zich wachten. Wat gebeurde er die dinsdag allemaal in de stad en wat waren de gevolgen?
Integratie door konfrontatie: Utrechtse homoseksuele en lesbische jongeren in opstand
Homoseksuele en lesbische jongeren streden net als hun heteroseksuele leeftijdgenoten vanaf midden jaren zestig voor grotere seksuele vrijheid. Ze wilden afschaffing van wettelijke beperkingen, meer ontmoetingsmogelijkheden en een samenleving waarin homoseksualiteit als ‘gewoon hetzelfde’ werd gezien. Om dat te bereiken kozen de meest radicale jongeren voor ‘integratie door konfrontatie’. Utrechtse jongeren namen daarin het voortouw, blijkt uit een nieuw boek.
augustus 2024
Een succesvol archeologisch experiment
De historische attractie DOMunder is eigenlijk een onmogelijk project. Hoe ontvang je elke dag bezoekers in een archeologische opgraving zonder het erfgoed te beschadigen? Het experiment blijkt een succes en vierde op 2 juni 2024 zijn tienjarig bestaan. Om DOMunder te realiseren, werd er in 2011-2014 op het Domplein gegraven. De uitwerking van dat archeologische onderzoek heeft ook tien jaar gekost. Het resultaat is een vuistdik rapport met bijna 500 pagina's 'pure poezië', volgens kenners. Het onderzoeksverslag is tegelijk een poort naar verder onderzoek en voor stichting Ondergronds Domplein het startpunt voor de volgende stap: verder graven in DOMunder en Paleis Lofen. Eerst is het goed om stil staan bij wat er gevonden is. Wat betekent het rapport voor de archeologie van de toekomst?
Straatgroen in Utrecht: schaduwbomen, hanging baskets en tegelwippen
De binnenstad van Utrecht wordt steeds groener. Dat komt niet alleen door het beleid van de gemeente, maar ook door de inzet van veel bewoners. Klinkers en stoeptegels worden gelicht en vervangen door een grote diversiteit aan vegetatie. Klimplanten bestormen de gevels en fraai gevulde potten sieren straten en stegen. Ook in vroeger eeuwen was Utrecht een groene stad. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen het straatgroen van toen en dat van tegenwoordig?
Tempeest Tastbaar
Op 1 augustus 2024 is het precies 350 jaar geleden dat een storm met tornado's een spoor van vernieling trok door Utrecht. Niet alleen de Domkerk raakte zwaar beschadigd. Aan deze ramp wordt deze zomer op veel plekken aandacht besteed. Zo is er een zomerpresentatie te zien bij Het Utrechts Archief. Daar brengen acht verhalen de noodlottige woensdag 1 augustus 1674 en de nasleep ervan tot leven. En op het Domplein staan grote reproducties van de bekende tekeningen die Herman Saftleven kort na de ramp maakte van de ravage bij de Domkerk. In de Winkel van Utrecht (Domplein 9) is een speciale buitenspeurtocht verkrijgbaar voor kinderen. Tenslotte is er de stadswandeling met audiotour ‘Tempeest Tastbaar’.
Gastarbeiders in Utrecht 1960-1985
Op 23 juni is in het Majellapark het Eerbetoon Gastarbeiders onthuld. Dit kunstwerk van Aimée Zito Lima bestaat uit drie stalen panelen met afbeeldingen en teksten uit verleden en heden. Het materiaal is een verwijzing naar de gastarbeiders die in de staalindustrie werkten, zoals bij de nabijgelegen machinefabriek Jaffa. Vanaf 1960 kwamen arbeiders uit Italië, Spanje, Turkije, Marokko, Griekenland en Joegoslavië te werken in de Utrechtse industrie. Zij leverden een belangrijke bijdrage aan de wederopbouw en economische groei van de stad. In 25 jaar tijd groeide een kleine groep buitenlandse werknemers uit tot een aanzienlijk aantal nieuwe burgers. Rond 1985 werd duidelijk dat zij bleven en raakte de term gastarbeider achterhaald.
Vader en zoon Noyons, onderwijs en onderzoek in hart en nieren
In 1872 werd in een bedrijfspand in de Twijnstraat de Sint-Martinusschool geopend, een van de eerste katholieke lagere scholen in Utrecht. De stichting door aartsbisschop Schaepman was onderdeel van de katholieke emancipatie in de tweede helft van de 19e eeuw. Eduard Christiaan Noyons werd aangesteld als onderwijzer en een jaar later als schoolhoofd. Noyons bleek een onderwijsman in hart en nieren. Een van zijn zoons, die ook op de Martinusschool zat, was Adriaan Karel Marie Noyons. Hij zou een vermaard medisch wetenschapper worden. Vader en zoon hebben zich hun hele leven met ziel en zaligheid ingezet voor onderwijs en onderzoek.
juni 2024
Knooppunt Oudenrijn: Utrecht als middelpunt van infrastructuur
Utrecht wordt al snel geassocieerd met infrastructuur. Met welk vervoermiddel ook, je kunt nauwelijks door het land reizen zonder Utrecht te passeren. Is dit zo omdat Utrecht toevallig in het midden van het land ligt of hebben Utrechtse bestuurders en ondernemers zich er actief voor ingezet? De ontwikkeling van de infrastructuur kan in verband worden gebracht met enkele grote transities in de afgelopen duizend jaar. De auteur ontwikkelt momenteel een historisch project met de stichting Wateratelier, waarin vier transitiemomenten worden onderscheiden: 1275, 1562, 1861 en 1932. Een uitgebreidere versie zal verschijnen in een boek over de verandering van Nederland.
Conflicten bij de aanleg van de trekvaart Utrecht-Leiden
Snel en comfortabel vervoer tussen steden: de trekschuit wordt niet voor niets wel de 'intercity van de Gouden Eeuw' genoemd. Het netwerk van trekvaarten dat in de 17e eeuw in de Republiek werd aangelegd, was tot ver over de grenzen vermaard vanwege de strakke organisatie en de betrouwbare dienstregeling. Maar voor de aanleg moesten de nodige conflicten en obstakels overwonnen worden, zien we bij de verbinding tussen Utrecht en Leiden die in 1664 van start ging.
De veerhuizen van Utrecht
Tegenwoordig is station Utrecht Centraal een knooppunt waar treinen en bussen uit tal van plaatsen samenkomen. In de tijd dat de trekschuit het belangrijkste vervoermiddel was voor mensen en goederen, vormden veerhuizen de vertrekpunten. Ze lagen meestal net buiten de stadsmuren aan de waterwegen. Wat was de functie van zulke veerhuizen? Waren ze te vergelijken met een bushokje of meer met een stationsrestauratie? En waar stonden de belangrijkste Utrechtse veerhuizen precies?
Postpaarden, wagendiensten en diligences
Ruim twee eeuwen lang hadden veel paard-en-wagens die de stad inreden hun eindstation op het Jansveld. Daar, achter het Grote Vleeshuis aan de Voorstraat, bevond zich logement en stalhouderij De Postpaarden. Al in 1740 kon men hier terecht voor vrachtvervoer naar Amerongen, Wageningen en Barneveld en begin 20e eeuw kwamen de eerste vrachtautochauffeurs bij De Postpaarden koffiedrinken. Hoe paste dit bedrijf in het bredere vervoersaanbod van koetsen, diligences en andere wagens? En wat waren eigenlijk postpaarden?
Abraham Keer en de Utrechtse luchtbol
De eerste vorm van luchtvaart boven Utrecht was in januari 1784: de oplating van een onbemande luchtballon vanaf Rotsoord. Abraham Keer, de bewoner van deze buitenplaats, was gek op natuurkundige experimenten. De proeven met ballonvaart inspireerden in diezelfde dagen tot een patriottisch pamflet over een 'politieke luchtreis' vanaf het Utrechtse stadhuisplein. Prinsgezinde bestuurders zouden zogenaamd het luchtruim kiezen onder de uitroep ‘Oranje Boven! De burgers onder’.
Zeist als vakantieoord dankzij straatweg en spoorrails
Dat Zeist kon uitgroeien tot een bekende toeristenplaats was niet alleen te danken aan het landschap, dat aanvankelijk niet erg bosrijk was. Ook de aanwezigheid van de Evangelische Broedergemeente rond Slot Zeist vormde een attractie. Door de centrale ligging en goede bereikbaarheid werd Zeist aantrekkelijk voor welgestelden die de zomers doorbrachten in buitenhuizen, maar later ook voor dagjesmensen. Rond 1900 was Zeist maximaal per openbaar vervoer bereikbaar met twee spoorlijnen en een tram. Daar bleef na de Tweede Wereldoorlog weinig van over.
Werken en wonen rond het Maliebaanstation
Het Maliebaanstation bestaat 150 jaar. Het was in 1874 veel meer dan alleen een stationsgebouw: een uitgebreid complex met voorplein, hoofdgebouw, perrons met een grote overkapping en een emplacement met locomotievenloods. Ook waren er verschillende dienstwoningen. In zekere zin was het stationseplacement een soort dorp, aanvankelijk in onbebouwd gebied. Opmerkelijk genoeg was dit 'ensemble' nog vrijwel compleet toen in 1951 werd besloten tot vestiging van het Spoorwegmuseum, maar werden vervolgens de onderdelen een voor een gesloopt, behalve het stationsgebouw. Aan de hand van drie functionarissen die op het terrein woonden, kijken we naar het complex zoals het er oorspronkelijk uitzag.
Renard-treinen op de Utrechtse wegen
Een tram zonder rails, getrokken door een speciaal automobiel. Rond 1905 leek dit de toekomst van het openbaar vervoer, vooral op het platteland waar de aanleg van sporen niet rendabel was. Al snel nadat de Fransman Renard deze techniek had gepresenteerd, ging een Utrechtse ondernemer rijtuigen en 'locomoteurs' produceren en werd er ook een vervoersmaatschappij opgericht. Vele proeven en demonstratieritten in de provincie Utrecht en daarbuiten trokken grote publieke belangstelling. Hoewel de proefritten succesvol leken, zou het daarbij blijven.
Stationswerk: Opvang van Duitse dienstmeisjes op station Utrecht
Tijdens het interbellum kwamen veel Duitse meisjes naar Nederland, mogelijk gedreven door de armoede, werkeloosheid en gierende inflatie in hun eigen land. Vaak kwamen ze per trein. Zogenaamde stationsdames in steden als Amsterdam, Arnhem en Utrecht werden vanaf 1920 als eersten geconfronteerd met deze werkzoekende jonge vrouwen. Op het station van Utrecht arriveerden soms vijftig à zestig Duitse meisjes tegelijk. De hulpverleensters probeerden deze omvangrijke grensoverschrijdende mobiliteit in goede banen te leiden en de ongehuwde vrouwen te beschermen tegen uitbuiting en misbruik. Hun hulp stond ook wel bekend als stationswerk.
De Berekuil, een Utrechts verkeersicoon
De Berekuil aan het einde van de Biltstraat is een van de iconische plekken in Utrecht. Het verdiepte grasveld, omgeven door bakstenen muren, tunnels en bovenlangs rijdend autoverkeer heeft iets geheimzinnigs. Het is een haast labyrintisch bouwwerk dat zichtbaar uit een ander tijdperk stamt. Weinigen die de Berekuil passeren, weten dat dit het oudste verkeersplein van Nederland is met gescheiden circuits voor auto’s en fietsers. Het Utrechtse verkeersplein diende als voorbeeld voor soortgelijke berenkuilen die daarna overal in het land werden geconstrueerd.
'Opwindender dan stofzuigen': De eerste vrouwelijke buschauffeurs
De eerste vrouwelijke chauffeur verscheen in 1978 op de Utrechtse stadsbus. Haar naam was Wilma Bongers. Twee van haar opvolgsters, Meta Beukelman (1943) en Jolanda Kompier (1959), blikken terug op hun ervaringen bij het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Utrecht (GVU). In de loop der jaren is er veel veranderd. Wat blijft is de omgang met passagiers en het machtige gevoel dat rijden met een grote bus geeft. Het aantal vrouwelijk chauffeurs ligt nog altijd laag, maar de waardering van passagiers is gekenterd.
Ga toch fietsen! De wording van Utrecht fietsstad
Utrecht laat zich er graag op voorstaan een fietsstad zonder weerga te zijn. We hebben de grootste openbare fietsenstalling ter wereld, een zich continu uitbreidend netwerk van fietsstraten en enkele bijzondere fietsbruggen. Utrecht strijdt al jaren met Amsterdam en Kopenhagen om de titel wereldfietsstad. Maar wanneer is deze dominantie van de fiets eigenlijk begonnen? Hoewel eind vorige eeuw de contouren van een ambitieus fietsbeleid al zichtbaar waren, volgde de echte doorbraak pas na 2010.
Korte bijdrages over restanten van verdwenen vervoer.
april 2024
Tekenmeester Cornelis van Hardenbergh
Na een afwezigheid van zo’n anderhalve eeuw is de wolf terug in Nederland. Niet alleen als ‘dwaalgast’ die af en toe opduikt, mDe nu vrijwel vergeten Cornelis van Hardenbergh (1755-1843) behoorde rond 1800 tot de meest vooraanstaande kunstenaars van de stad Utrecht. Van 1780 tot 1832 was hij tekenleraar bij de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude en vanaf 1801 was hij dat eveneens bij het Gereformeerd Burgerweeshuis. In zijn eigen werk legde Van Hardenbergh vooral eigentijdse rampen vast en het verdwijnende stadsbeeld van Utrecht. Veel van zijn tekeningen zijn vanaf 13 april tot begin juli te bewonderen op de tentoonstelling De getekende stad bij Het Utrechts Archief.
Jonkvrouw Carla de Jonge, modeconservator en museumdirecteur
'Freule' Carla de Jonge (1886-1972): een naam die nog altijd echoot in de depots en zalen van het Centraal Museum. Wat dreef deze bijzondere dame en wat liet zij na? Haar lange carrière speelde zich af in een periode waarin het niet vanzelfsprekend was om als vrouw te studeren en te promoveren. Ze kreeg het zelfs voor elkaar om de eerste vrouwelijke directeur van het Centraal Museum te worden en was daarmee een van de eersten in Nederland. Bovendien was zij grondlegger van de belangrijke modecollectie. Ze zorgde voor een decennialange vaste kostuumpresentatie in het museum. Die is er nu ook weer als onderdeel van de nieuwe vaste opstelling Collectie Centraal.
NSB-burgemeester Coenraad van der Voort van Zijp
‘Ná de oorlog’ ontstonden er onder de bevolking bezwaren tegen straatnamen die genoemd zijn naar omstreden personen. Men denke bijvoorbeeld aan de dirigent Willem Mengelberg en NSB-lid Coenraad van der Voort van Zijp (1871-1935), burgemeester van Maartensdijk. De Mengelberglaan, die nota bene naar de váder van de dirigent heette, werd hernoemd naar een verzetsheld: Wolter Heukelslaan. De Burgemeester van der Voort van Zijplaan in Tuindorp draagt echter nog steeds de naam van deze man. Wat kunnen we leren van zijn levensverhaal?
Een wetenschappelijk testament vanuit de cel
De in Utrecht opgeleide bioloog Lourens Gerhardus Marinus Baas Becking (1895-1963) muntte in 1934 de term geobiologie, die staat voor het onderzoek naar de interactie tussen de fysieke aarde en de biosfeer. Op basis van zijn biologische kennis kwam hij tot een vroege vorm van de Gaia-hypothese: de aarde als levend organisme. In een cel in het Huis van Bewaring aan de Gansstraat in Utrecht schreef Baas Becking in 1944 een beklemmend appel aan de mensheid om onze planeet niet te vernietigen, maar als goede rentmeesters te beheren. Waarom zat hij daar gevangen?
Bespreking: Vondsten uit Fort Vechten
In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is een (bescheiden) expositie te zien over twee eeuwen archeologisch onderzoek in Vechten bij Bunnik. Honderd bijzondere Romeinse vondsten worden afgewisseld met tekeningen, onderzoeksverslagen en foto’s. Er is niet alleen aandacht voor de archeologische voorwerpen, maar evenzeer voor de mensen die ze verzameld hebben. Zo is het behalve een archeologische ook een historische tentoonstelling geworden. Tegelijk is het een eerbetoon aan jonge amateurarcheologen uit de jaren zeventig die genegeerd werden door de officiële archeologie. De afgelopen jaren zijn veel vondsten uit hun verzamelingen aan de museumcollectie toegevoegd.
februari 2024
De wolf in Utrecht
Na een afwezigheid van zo’n anderhalve eeuw is de wolf terug in Nederland. Niet alleen als ‘dwaalgast’ die af en toe opduikt, maar het dier heeft zich hier weer permanent gevestigd. Ook op de Utrechtse Heuvelrug is de wolf al gespot. Sinds maart 2023 worden er regelmatig meldingen gedaan in onze provincie. De komst van de wolf maakt veel discussie los, maar hij is geen vreemde en kent in ons land een lange historie. Wim van Heugten, die samen met zijn broer Wiro (1950-2013) jarenlang onderzoek deed naar de geschiedenis van de wolf, publiceerde onlangs het boek De wolf in de Lage Landen. Een historisch overzicht. Wat kunnen we daaruit leren over de relatie tussen wolf en mens in het verleden van de provincie Utrecht?
De Biltse doldrank uit Woerden
In de 19e eeuw was er in Woerden een kruidendrank te koop als remedie tegen hondsdolheid. Het product werd eerder vervaardigd in De Bilt, zodat de doldrank algemeen bekend stond als Bildsche drank. De samenstelling was geheim, maar desondanks genoot het middel het vertrouwen van velen, waaronder aanvankelijk ook medici en bestuurders. Gaandeweg nam echter het wantrouwen toe. Na de ontdekking van Louis Pasteur bleek het drankje nutteloos.
Marskoning John Philip Sousa in Utrecht
Op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1900 lieten de Verenigde Staten zich muzikaal vertegenwoordigen door John Philip Sousa, bijgenaamd The March King, en zijn ruim zestig man sterke band. Aansluitend ging de Sousa Band op tournee door Duitsland, België en Nederland. Op vrijdagavond 24 augustus was Utrecht aan de beurt. Wat konden de bezoekers verwachten? Wat zagen en hoorden ze? Het spraakmakende bezoek kreeg nog een Utrechts staartje.
De katholieke hoveniers van Utrecht en hun kleding
In het depot van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem liggen een aantal objecten met het label 'hoveniersdracht Utrecht'. De verzameling bestaat uit een jurk, enkele damesmutsjes en negentien tekeningen. Het is kleding die op zon- en feestdagen werd gedragen door de hoveniers (tuinders) die rond de stad Utrecht hun groenten, fruit en aardappelen verbouwden. Alle stukken werden in 1948 gedoneerd door Johanna Theodora de Rijk (1880-1967), weduwe van Cornelis Johannes van der Steen. Over haar vermeldt de collectiebeschrijving dat zij 'het costuum nog trouw is gebleven en tegenwoordig als enige tuindersvrouw met de traditionele muts op ter kerke gaat'. Er was dus zoiets als een traditionele dracht van de Utrechtse hoveniers. Wie waren zij en wat maakte hun kleding zo speciaal?
Boekbespreking: Universiteit Utrecht en koloniale kennis
De universiteit heeft een belangrijke rol gespeeld in het koloniale verleden van Nederland. Niet dat zij zich direct schuldig maakte aan uitbuiting of slavernij, maar zij nam wel deel aan het westerse superioriteitsdenken. De onderontwikkelde bewoner van de kolonies, later de Derde Wereld genoemd, behoefde beschaving. En die werd onder meer geleverd door in Utrecht opgeleide theologen, wetenschappers en ambtenaren. Aldus betoogt universiteitshistoricus en cultureel antropoloog Henk J. van Rinsum in zijn eind 2023 verschenen boek Universiteit Utrecht en koloniale kennis.