Historisch Caf Ondaatje

Pieter Quint Ondaatje en democratische hervormingen in Utrecht

Op vrijdagmiddag 8 oktober hield de historica Rietje de Bruijn in de theaterzaal van de bibliotheek op de Neude een lezing over de patriottenleider Pieter Philip Juriaan Quint Ondaatje (1758-1818). Ondaatje speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van een democratische bestuursvorm in Utrecht in 1786.

Ondaatje werd in 1758 geboren op het toenmalige Ceylon. Zijn vader Willem Ondaatje, behorend tot de Tamil-gemeenschap van Ceylon, was predikant. Hij had daarvoor op kosten van de VOC in Nederland gestudeerd. Daar was hij met de Amsterdamse Hermina Quint getrouwd om met haar terug te keren naar Ceylon. Kort daarna werd in 1758 Pieter geboren.

In 1773 vertrok Pieter Ondaatje op 15-jarige leeftijd naar Nederland om net als zijn vader predikant te worden. Hij maakte zijn middelbare school af in Amsterdam waar hij bij zijn grootvader Quint woonde. In 1778 begon hij in Utrecht aan de studie theologie. Maar hij zou uiteindelijk promoveren in de filosofie en in de rechten.

Het was een tijd van onrust vertelt De Bruijn. Omdat Amsterdamse kooplieden wapens leverden aan de Amerikaanse opstandelingen verklaarden de Engelsen de oorlog aan de Republiek. Het gevolg was een sterke terugval in de overzeese handel waardoor de werkloosheid steeg tot ongekende hoogte terwijl de voedselprijzen opliepen. De zondebok voor deze malheur werd gevonden in de persoon van de pro-Engelse stadhouder Willem V. De Prins kreeg in een reeks publicaties de schuld in de schoenen geschoven. De tegenstanders van de stadhouder en de hem welgezinde regenten noemden zich 'patriotten'.

De meest geruchtmakende publicatie was een anoniem pamflet, Aan het volk van Nederland, dat in september 1781 werd verspreid. De auteur bleek later de Overijsselse edelman J.D. van der Capellen tot den Pol te zijn. Deze was in zijn Utrechtse studententijd in aanraking gekomen met verlichte ideeën.

Naast pamfletten verschenen er tijdschriften zoals De Post van den Neder-Rhijn. Dit sinds januari 1781 in Utrecht uitgegeven blad was vanaf het begin een enorm succes en bereikte uiteindelijk de voor die tijd gigantische oplage van 3000 exemplaren. De journalist P. 't Hoen voerde de redactie en schreef ook een groot deel van de bijdragen. Verder leverde een groepje rechtenstudenten af en toe stukken, waaronder Pieter Ondaatje. Zijn vriend, de theologiestudent Jacobus Bellamy, publiceerde onder het pseudoniem Zelandus regelmatig gedichten in De Post. Ondaatje zou zich tot leider van deze groep ontwikkelen. In hun gedachtengoed stond centraal het terugwinnen van de politieke rechten die de burgers in het verleden gehad zouden hebben en die de stadhouder en zijn regenten hen ontnomen hadden. In Utrecht richtte de patriotten zich tegen de vertegenwoordiger van de stadhouder, Willem Nicolaas Pesters, die door de patriotten de 'Pest van Utrecht' werd genoemd.

De invloed van de burgerij werd nog vergroot toen de Vroedschap (gemeenteraad) de roep om herstel van de schutterij volgde en de oprichting van het exercitiegenootschap Pro Patria et Libertate toestond. Onder grote publieke belangstelling hielden de blauw geüniformeerde leden van dit patriots gezelschap hun oefeningen in het Sterrenbos, dat net buiten de stad aan de Catharijnesingel gelegen was. Deze bijeenkomsten kregen onder leiding van Ondaatje en Jan van Lidt de Jeude steeds meer een politiek karakter. De patriotten eisten hervormingen. Ondaatje en zijn medestanders ontwierpen een nieuw bestuursreglement. Daarin moesten de de leden van de Vroedschap door de Utrechtse burgers benoemd worden. Een gekozen Vroedschap dat gecontroleerd zou worden door een 'Gequalificeerd Collegie van Gecommitteerden uit de Burgerij'.

Het plan kreeg ruime steun: maar liefst 1215 handtekeningen. Uit deze lijst blijkt dat de patriotse aanhang vooral onder de kleinere ondernemers zat.

De invoering van het democratisch reglement werd in de jaren 1784-1786 het streven van de Utrechtse patriottenbeweging. Om namens hen te onderhandelen, wezen de 1215 ondertekenaars van het reglement in september 1784 24 zogeheten geconstitueerden aan, waaronder Ondaatje. Na lang dralen erkende de Vroedschap de geconstitueerden in februari 1785 als onderhandelingspartner.

Toch kwam het tot een confrontatie tussen de burgerbeweging en de Vroedschap, die zich weliswaar van Pesters had afgekeerd maar in meerderheid niets moest hebben van het conceptreglement. Aanleiding was de vervulling van een vacante zetel in de Vroedschap. De nieuwbenoemde was de antipatriotse regent Jonathan Sichterman. In een inderhaast bijeengeroepen vergadering van de geconstitueerden zette Ondaatje de harde lijn door en werd hij gekozen tot leider van een onderhandelingscommissie.

Toen de Vroedschap tijd begon te rekken en niet toegaf omsingelden groepen burgers het stadhuis. De Vroedschap besloot toe te geven, mits Ondaatje het volk rustig zou krijgen.

De Vroedschap bleef doorgaan met vertragingstactieken, maar de burgerbeweging liet zich niet afschepen. Toen op 20 maart 1786 het reglement nog steeds niet was ingevoerd, werd het stadhuis ondanks een verschrikkelijke sneeuwstorm ingesloten. Op 2 augustus nam de schutterij de macht in de stad over. Op zeven patriotse regenten na werd de Vroedschap afgezet. Volgens de regels van het nu ingevoerde reglement werden er verkiezingen gehouden voor de vrijgekomen zetels.

Op 12 oktober 1786 was de invoering van het nieuwe bestuur voltooid. Daarmee was Utrecht de eerste grote stad in Europa waar democratische hervormingen waren gerealiseerd. En dat was volgens De Bruijn met name te danken aan Ondaatje en daarom heeft hij volgens haar de maandag 11 oktober onthulde gevelsteen meer dan verdiend.

Verder lezen: lees het nieuwe boek over Quint Ondaatje (Uitgave van het Utrechts Geveltekenfonds, leden van Oud-Utrecht krijgen korting).