Historie van het waterleidingbedrijf in Utrecht

Halverwege de negentiende eeuw brak het besef door dat zuiver drinkwater belangrijk was voor de volksgezondheid. Het leidde in 1881 tot de oprichting van de Compagnie des Eaux d'Utrecht. Afgelopen vrijdagavond hield Bert Poortman van Oud-Utrecht een lezing over de historie van het waterleidingbedrijf in het Barholomeus Gasthuis.

In de negentiende eeuw braken in Utrecht meerdere cholera-epidemieën uit die soms grote aantallen slachtoffers eisten. Halverwege de negentiende eeuw drong het inzicht door dat een belangrijke oorzaak van deze epidemieën de kwaliteit van het drinkwater was.
De drinkwaterproblematiek in Utrecht leidde in 1855 tot de instelling van een Gezondheidscommissie. De in Utrecht woonachtige schrijver Nicolaas Beets dichtte in 1873 over het drinkwater:

Voert water aan, voert water aan,
Uit zilvren waterwellen!
Geen drab, waar ziekte en dood uit gist,
Maar zuivre bron, die 't bloed verfrischt'

In 1871 werd op de Neude een 150 meter diepe put geslagen die voor schoon water zorgde. Maar het was te duur om ook elders pompen te slaan en met die ene pomp kon niet heel Utrecht van schoon water worden voorzien. De vraag was of hier een taak was weggelegd voor de overheid of dat dit kon worden overgelaten aan de markt. In 1881 werd de Compagnie des Eaux d'Utrecht opgericht. Dit bedrijf ontstond uit een Belgisch bedrijf te Luik, de Compagnie General des Conduites d'Eau. Dit bedrijf vervaardigde buizen voor waterleidingen en legde ze ook aan, onder meer in Parijs. Voor de stad Utrecht en omstreken wist het bedrijf de opdracht te krijgen voor de aanleg, financiering en exploitatie van de waterleidingen. Van de opbrengst ging 10 procent naar de gemeente.
De Compagnie des Eaux d'Utrecht legde in Utrecht een waterleidingnet aan dat in 1883 werd geopend in park Tivoli. Over een afstand van zo'n 15 kilometer werd het drinkwater getransporteerd vanuit Soestduinen. Het verval van circa 50 meter was in de beginjaren, samen met een stoomaangedreven pompstation, genoeg om voldoende druk op de waterleiding te houden.
Het aantal afnemers steeg echter snel. Om de druk in het waterleidingnet constant te houden, werd besloten in de binnenstad van Utrecht, op de Lauwerhof, de eerste watertoren te bouwen, in de achtertuin van de directeur van de in 1889 omgedoopte Utrechtse Waterleiding Maatschappij (UWM). Het waterreservoir van de watertoren heeft een inhoud van 1500 m3 en was het grootste waterreservoir in Nederland.
In 1897 liet de UWM een tweede watertoren aan de Riouwstraat verrijzen. Uiteindelijk werden er in Utrecht vijf watertorens gebouwd.
De gemeente had spijt dat het waterleidingbedrijf in particuliere handen was. Het waterleidingbedrijf verdiende goed en het werd hoog gewaardeerd. In 1965 werd de Utrechtse Waterleiding Maatschappij verkocht aan het Waterleidingbedrijf Midden Nederland. En in 1967 werd de UWM geliquideerd.