Nieuws

Catharina van Rennes, componiste en gematigd feministe

Catharina van Rennes (1858-1940), geboren en getogen Utrechtse, is vooral bekend geworden als componiste van kinderliedjes. Maar ze was ook in andere opzichten een markante vrouw, die leefde tijdens de eerste feministische golf. Ze vatte haar vak als musicus serieus op en wilde als zodanig erkend worden, ook door haar mannelijke collega’s. In hoeverre vond ze vriendschap en steun bij haar geëmancipeerde zusters?

Catharina van Rennes zangpedagoge componiste Stadsarchief Amsterdam Atelier J Merkelbach

Catharina van Rennes zangpedagoge componiste, Stadsarchief Amsterdam, Atelier J Merkelbach

De stad Utrecht stond in de 19e eeuw bekend om haar bloeiend muziekleven. Brahms schijnt tegen Amsterdamse musici gezegd te hebben: ‘Ihr seid liebe Leute, aber slechte Musikanten. Musizieren tue ich weiter nur in Utrecht. Nach Amsterdam komme ich nur zurück um gut zu essen’. Midden in dat bruisende Utrechtse stadsleven kwam de kleine Catootje op 2 augustus 1858 ter wereld in het ouderlijk huis aan de Mariaplaats. Haar ouders hoorden tot de gegoede middenstand. Catootje was de oudste van drie muzikale kinderen. Volgens haar biograaf Van Dokkum was ze een stout en guitig kind, heel ondernemend en fantasierijk, en had haar moeder de handen vol aan haar. Vader was graanhandelaar. Hij speelde piano en zong jarenlang tenor in het Toonkunstkoor Utrecht. Er wordt verteld dat hij zijn kinderen op de piano zette om hen naar muziek te laten luisteren. Na zeven jaar lagere school werd Richard Hol Catharina’s muziekleraar (Hol is onder andere bekend van enige vaderlandse liederen zoals ‘Waar de blanke top der duinen’ en ‘In een blauw geruite kiel’). Een andere leraar tijdens haar muziekopleiding in de jaren tachtig was Johan Messchaert, in die tijd in Nederland een beroemde basbariton. Het verhaal gaat dat leraar en leerlinge genegenheid voor elkaar opvatten. Overigens bleef Catharina haar hele leven ongehuwd. Of dit een bewuste keuze is geweest, weten we niet.

Shelfisch Club

Shelfish Avond

De Shelfish-club was een Utrechts muzikaal genootschap. De naam kwam van een Duits schilder in wiens geboorteplaats Keulen gezellige avonden met schelvis georganiseerd werden. Het Engelse klinkende Shelfish komt van de Duitse uitspraak van het Nederlandse woord schelvis (en is dus geen typfout voor shellfish).

Muzikale vrienden 
Tot haar muzikale vrienden rekende ze de componist Johan Wagenaar (1862-1941), tevens jarenlang de directeur van de Toonkunst Muziekschool, de voorloper van het Utrechts conservatorium. Als jonge man richtte hij de Shelfish-club op bestaande uit muzikale, kunstminnende vrienden die gezellige avonden organiseerden met komische muziek- en zanguitvoeringen. Wagenaar componeerde onder andere de komische cantate De Schipbreuk, op tekst van De Schoolmeester. Op 15 juni 1889 vond tijdens zo’n Shelfish-avond in besloten kring de première plaats in café Buitenlust aan de Maliebaan. Catharina zong de sopraanrol en maakte veel indruk, omdat zij niet alleen haar stem op hoogst komische wijze kon inzetten, maar ook goed kon acteren. De Shelfish-club werd opgevolgd door De Muzikale Kring waarvan vrouwen officieel geen lid konden worden. De ledenlijst van 1895 vermeldt Catharina echter wel als erelid. Ze konden haar eenvoudig niet missen! Met Johan Wagenaar bleef ze haar hele leven goed bevriend. Hetzelfde geldt voor de dirigent Willem Mengelberg en de componist en pianist Julius Röntgen, met wie ze in gezamenlijke concerten optrad. In hun concerten in het Amsterdamse Concertgebouw hanteerde ze soms ook de dirigeerstok. Tijdens haar lange leven heeft Van Rennes aan zo’n 3.000 leerlingen zangles gegeven. Aan het einde van haar carrière had ze faam verworven door heel Nederland en werd ze geroemd om haar pedagogische en organisatorische kwaliteiten. Bij het 40-jarig bestaan van haar zangschool Bel Canto in 1927 werd ze in de Utrechtse Schouwburg grootscheeps gehuldigd en was iedereen uit het hele Nederlandse muziekleven aanwezig, onder wie haar oud-leerlingen Jo Vincent en Prinses Juliana. Catharina van Rennes kreeg een feestboek aangeboden met velerlei bijdragen. Een typerend gedicht hieruit, getiteld ‘Lentemorgen in de Maliebaan’:

 ‘Lentemorgen in de Maliebaan…. O, zie eens zeg! –
wie komt daar aan Van d’overkant?.. De kloek’gestalt
Je verre al in den kijker valt.
Met forschen tred met vasten blik
Vol ernst, - toch glunderend van schik, -
Zacht schuddebollend in een maat,
Zij nu nog enkel zelf verstaat,
Maar die verklapt een pril gespin,
Een komend liekens broos begin…’ 

Het gedicht gaat dan verder dat ze een bruin stompje potlood te voorschijn haalt, op een vodje papier haar muzikale inval zet en dan weer snel verder loopt. Van Rennes bereikte uiteindelijk een leeftijd van 82 jaar. De laatste jaren bracht ze door in een rusthuis in Amsterdam. Ze stierf 23 november 1940 en werd begraven in Utrecht.

Inhuldigingsfeesten de aubade van schoolkinderen voor koningin Wilhelmina en koningin Emma bij Paleis Noordeinde 1989 Haags Gemeentearchief

Inhuldigingsfeesten: aubade van 1800 schoolkinderen onder leiding van Catharina voor koningin Wilhelmina en koningin Emma bij Paleis Noordeinde, 1898, Haags Gemeentearchief.

Na de aubade

Na de aubade een groet aan de vorstinnen, 1898, Haags Gemeentearchief 

Behoorlijk geëmancipeerd 
Als we onder emancipatie verstaan dat vrouwen als zelfstandige personen dezelfde handelingen kunnen verrichten als mannen, dan was Catharina behoorlijk geëmancipeerd voor haar tijd. Zo wenste ze erkenning en honorering van haar werk. Tijdens de kroningsfeesten van de jonge koningin Wilhelmina in 1898 dirigeerde ze liefst 1.800 schoolkinderen en een fanfarekorps in de Oranje Nassau-cantate, in de tuin van Paleis Noordeinde. De dirigeerstok was een meter lang! Toen iemand haar vroeg of ze een ridderorde voor deze gelegenheid had ontvangen, antwoordde ze gevat: ‘Ja zeker, ik heb een orde gekregen: de orde van Oranje-nothing en de hartelijkheid van 1.800 kinderen’. Ze kreeg loffelijke recensies. Het organiserend comité vond dat het een hele eer voor Catharina was dat ze haar eigen werk mocht dirigeren, maar dan wel onder het mom van ‘met welwillende medewerking’, met andere woorden: zonder honorarium. En dat stak haar, zo kunnen we opmaken uit de uitgebreide correspondentie die in haar archief bewaard is gebleven. Ze schreef nogal felle, gevatte brieven om zich te verweren, maar kreeg tenslotte nul op rekest. Alleen haar reiskosten werden vergoed. Die correspondentie ging op de volgende toon. De heren schreven: ‘[…] tenslotte mogen wij niet ontveinzen, dat de toon van, en de bedoelingen met uw schrijven van 2 October op onze Commissie een hoogst pijnlijke indruk heeft gemaakt, dien wij het meest betreuren, met het oog op uwe reputatie en als vrouw, en als kunstenaresse’. Catharina schreef in het klad hieronder: ‘Ten slotte mag ik niet ontveinzen, dat de correspondentie die u mij verplicht te voeren een hoogst pijnlijke indruk op mij maakt, dien ik het meest betreur met het oog op uw reputatie als Haagsche gentlemen als Royaal Comité van Kroningsfeesten.’ Of ze dit antwoord ook verzonden heeft, vertelt het verhaal niet. Haar liefste wens was dirigente worden en met name van een koor, hoe groter hoe liever. Ze schreef daarover: ‘Daarom alleen kan ’t me soms wel spijten, dat ik geen man geboren ben. Mijn liefste illusies verwezenlijkt mogen zien - die levenstaak staat jammer genoeg in onzen tijd voor een vrouw nog niet open.’ 

Plattegrond van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid te s Gravenhage Koloniale Afdeling juli september 1898 klein

Een zinvol bestaan
In diezelfde zomer van 1898 was Van Rennes uitgebreid betrokken bij de grote Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid. Die was uniek in die zin dat burgerlijke feministen (‘recht op werk en betaling’) en de socialistische vrouwen (‘menswaardig bestaan van de arbeidster’) samenwerkten. Catharina leidde met haar dames- en kinderkoren diverse matinees, recenseerde de muziekuitvoeringen en kwam in contact met vele vrouwen, onder wie ook de voorzitster van de organisatie. Dat was Cecile Goekoop-de Jong van Beek en Donk (1866-1944), een adellijke dame, getrouwd met de puissant rijke heer Goekoop. In 1897 publiceerde ze de invloedrijke tendensroman Hilda van Suylenburg. Centrale figuur is daarin een jong burgermeisje dat vanuit haar leventje van luxe, nietsdoen en uitgaan - om aan de goede man te komen - rechten gaat studeren om een zinvol bestaan op te bouwen als vrouw. De roman baarde veel opzien, beleefde vele herdrukken en werd in brede kring gelezen, ongetwijfeld ook door Van Rennes. Over Catharina schreef Goekoop-De Jong in de jubileumuitgave van Belcanto in 1927: ‘Het was in den zomer van onze Nationale Tentoonstelling in 1898 dat tusschen Catharina en mij, de blijde vriendschap gesloten werd, die nog altijd voortbloeit. In die tijd van zo zware arbeid, verscheen Catharina als een zangvogel, die ons dwong te luisteren, te rusten, te glimlachen.’

Bond voor Vrouwenkiesrecht
Ook met een andere feministe sloot Van Rennes vriendschap: Lizzy van Dorp (1872-1945). Dit was de eerste vrouw die in Nederland rechten en economie studeerde en daarin in 1905 promoveerde. Met haar voerde Catharina tussen 1903-1923 een deels diepgaande vriendschappelijke, maar soms ook emancipatoire correspondentie. Catharina was veertien jaar ouder dan Lizzy en in het begin trad ze vooral op als een moederlijke vriendin voor de pas afgestudeerde vrouw. Later verinnigde zich de vriendschap. Catharina schreef karakteristieke brieven, een keer ondertekend met: ‘een man, een man, een vrouw een vrouw’, en een andere: ‘hoewel ik nog wel zeer feministisch ben’. In 1905 toen Lizzy hevig liefdesverdriet had, steunde Van Rennes haar en schreef ze in een lange brief, vrij vertaald: ‘maar lieve Lizzy, God heeft jou voor iets heel anders bestemd in het leven, jij zult nog grote dingen doen, dat weet ik zeker’. En deze woorden waren profetisch: in 1922 werd Van Dorp het eerste vrouwelijke parlementslid in Nederland van de Liberale partij. Samen met een andere vrouw, Esther Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserink (1876-1956), tevens een gematigd feministe, richtte Van Dorp in 1906 de Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht op. Ook Wijnaendts Francken was een zeer actieve vrouw, ijveraarster voor het vrouwenkiesrecht en voor vrijheid van arbeid. Zij behoorde tot de pioniersters van het Nederlandse Padvindstersgilde. In 1927 zocht ze contact met zes vrouwen in Nederland om een Soroptimistenclub te beginnen. Dat waren vrouwen van verschillend beroep die zich aaneensloten om samen naar het beste voor vrouwen te streven. Een van de eerste die ze benaderde was Catharina van Rennes. Volgens de archieven van de Bond voor Vrouwenkiesrecht behoorde Van Rennes tot de eerste aangeslotenen te midden van een adellijk gezelschap en zestien professoren! De Bond pleitte voor vrouwenkiesrecht langs parlementaire weg en bleef het gezin centraal stellen. Ook mannen mochten lid worden, wat niet zo was bij de Vereniging van Vrouwenkiesrecht. Van Rennes voelde zich, net als Van Dorp en Wijnaendts Francken blijkbaar zeer thuis bij de Bond. De scheuring - tussen Bond en Vereniging - in de gelederen van het vrouwenkiesrecht zorgde indertijd voor veel consternatie. Toen het derde Internationale congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht in 1908 in Amsterdam werd gehouden, mochten de leden van de Bond niet deelnemen. Behalve Catharina van Rennes. Die moest toch haar bijzondere muzikale bijdrage kunnen leveren? Dat vonden kennelijk ook Aletta Jacobs, de voorzitster en haar rechterhand Rosa Manus. Van Rennes vroeg nog wel om toestemming aan de Bond, maar vervolgens was ze tijdens het congres nadrukkelijk aanwezig.

Vrijheid in reformkleding
Tijdens de openingsceremonie in het Concertgebouw dirigeerde ze een koor van 350 dames, meisjes en jongens. Heel wat vrije vrouwen liepen op dat congres in reformkleding rond. Dat wil zeggen zonder korset en niet in getailleerde kleding, waardoor vrouwen zich letterlijk vrijer konden bewegen. Zo ook Catharina van Rennes. Het geheel trok veel aandacht van de pers en werd uitvoerig becommentarieerd. Aletta Jacobs opende het congres en op de wijs van een lied uit Valerius’ Gedenckklank dirigeerde Rennes het volgende: ‘Bij het volk, dat vrijheid bemint als het leven, Welkom o vrouwen al te gaer! Gij, die vruchten vraagt van uw ijvren en streven, Pleit voor wat goed is, rein en waar!’
De Oprechte Haarlemmer Courant schreef: ‘Catharina van Rennes heeft zich niet over achteruitzetting door de mans te beklagen. Zij is alle congressisten, van wat tong of taal ook, vooruit. Zij blijkt niet gelijk gesteld te zijn met de man, maar er boven. Zij heeft de leiding - leiding over mans en knapen. Zij had de leiding over muzikanten van het 7e regiment infanterie, die zelfs in hun krijgsmans kleding als gehoorzame kinderen bij haar neerzaten.’ En over haar kleding: ‘Zij had zich een eigenaardig kleed om het lichaam gedaan. Een zwart kleed, in vorm het midden houdend tusschen een pij en een toga, iets van een zwaluwstaart. Het maakte den indruk of ze een lijkkleed omgeworpen had en gaf aan haar gestalte als ze vooroverboog, of zenkingen maakte allerminst aanspraak op schoonheid. De lijn van schoonheid ontbrak volkomen, zodat men een leugen zou zeggen, wanneer men van Catharina van Rennes dirigeerende in zulk een pij, wilde getuigen: “elle a la ligne”.’

Gezag en roem
Of Catharina, lichtgeraakt, zich deze kritiek aantrok is niet bekend, maar na 1908 richtte ze zich toch vooral op haar muzikale loopbaan, waaronder ook de promotie van de euritmie in Nederland. Zij was toen 50 jaar en genoot volop van haar roem als zangdocente en componiste. Zij straalde gezag uit, beschikte over een groot netwerk en bleef haar gehele leven bevriend met de drie eerder genoemde feministische vrouwen, maar ook met haar mannelijke muzikale collega’s. We kunnen concluderen dat ze een gematigd feministe was, maar wel een die wist wat ze wilde! Het huis op de Brigittenstraat 1 waar Catharina zolang leefde en werkte staat er nog altijd. De plaquette op de gevel toont Van Rennes met enkele leerlingen en daaronder een variant op haar beroemde Zonnelied: ‘Trouw zal ons hart u bewaren, regen en stormen ten spijt’.

Door Frederiek Eggink. Studeerde geschiedenis en muziekwetenschappen in Utrecht. Zij houdt lezingen over Catharina van Rennes en treedt op met haar liedrepertoire. Dit artikel verscheen eerder in Tijdschrift Oud-Utrecht 2009 in Boven het maaiveld. Een serie biografische portretten van opmerkelijke Utrechtse vrouwen.

 Catharina van Rennes uit foto A Greiner

Catharina van Rennes, foto A Greiner.

Relif Catharina van Rennes

Reliëf Catharina van Rennes bij haar woonhuis op Brigittenstraat 1, gemaakt door Isabella van Beeck Calkoen.

Jong Holland

 

 

Bijlage(n)