Nieuws

Groeten uit Utrecht

Velen van ons worden overladen met foto’s in whatsappgroepen met familie en collega’s. Foto’s van het historische Utrecht doen het goed op sociale media. In alle seizoenen worden er stadsgezichten van Utrecht gedeeld via media als Instagram, Facebook en Twitter. Van Utrechtse grachten in de zon en de sneeuw, in het donker, met een botenparade of in lockdown. Dat ging vroeger heel anders. De communicatie ging met de post, op een briefkaart. Ondernemers zagen een kans met de ontwikkeling van mooie kaarten. Het werd een rage. Er waren speciale albums om ze te verzamelen. Johan Moesman organiseerde een tentoonstelling van prentbriefkaarten in Kunstliefde. Tolien Wilmer was de samensteller van een tentoonstelling over prentbriefkaarten bij Het Utrechts Archief in 1992. Zij schreef onderstaand artikel in het Maandblad Oud-Utrecht.

X5502 2351

Stadsgezichten Utrecht op prentbriefkaarten

De bloeitijd van prentbriefkaarten was rond het jaar 1900. In 1892 gaf de overheid haar monopolie op het uitgeven van geïllustreerde briefkaarten op, waarna zich onmiddellijk particuliere uitgevers op deze markt begaven die vele mogelijkheden bleek te bieden.

De collectie van Het Utrechts Archief bestaat met name uit topografische prentbriefkaarten, stadsgezichten dus. De meerwaarde van oude prentbriefkaarten is vaak ook de registratie van het dagelijks leven, wat in mindere mate het geval is bij de foto’s in Het Utrechts Archief. Juist die kaarten waarop mensen te zien zijn, toevallig passerend of bewust poserend voor de fotograaf, brengen ons zo dicht bij het leven in Utrecht aan het begin van de twintigste eeuw.

Onbedoeld hebben ze nog een andere documentaire waarde, althans die kaarten die beschreven en per post verstuurd zijn. Prentbriefkaarten waren rond 1900, toen er nog nauwelijks telefoonverkeer bestond, een communicatiemiddel dat eenvoudig en goedkoop voor iedereen bereikbaar was. Veel teksten hebben dan ook betrekking op reizen: zij berichten de geadresseerde op welke dag en met welke trein men zal aankomen. Andere zijn wat persoonlijker getint, ondanks het feit dat het geschrevene voor iedereen leesbaar was. Er zijn felicitatieteksten bij en bedankjes voor een logeerpartij of voor extra proviand, door militairen van hun moeder ontvangen. Een enkele kaart is in het Frans geschreven, vermoedelijk om nieuwsgierig huispersoneel te misleiden.

Dit cultuurhistorische aspect is een onverwachte verrassing bij het bestuderen van afbeeldingen die toch uitsluitend vanwege hun documentaire waarde zijn verzameld. De grondlegger van de Utrechtse collectie is gemeentearchivaris mr S. Muller Fzn. Hij heeft kennelijk het belang van topografische briefkaarten onderkend al heeft hij er verder geen hoge pet van op: ‘Bij de collectie prentbriefkaarten, die geenszins betrekking hebben op hetzelfde gebouw, maar die door hunne overstelpende massa weinig belangrijke afbeeldingen mij wel noodzaakte of ik wilde of niet af te wijken van mijn systeem, wilde ik niet mijne catalogus doen ontaarden in eene beschrijving van prullen, die stellig het bewaaren verdienen, maar wier belang toch de moeite en de ruimte eener gedetailleerde beschrijving niet rechtvaardigen.’ De door Muller aangelegde basiscollectie bevat uitsluitend onbeschreven kaarten, de beschreven kaarten zijn later door ruiling, schenking of aankoop verworven.

X108845 5046

De ontwikkeling van de prentbriefkaart
De prentbriefkaart kwam voort uit de gewone briefkaart die in 1871 werd ingevoerd met een nieuwe Postwet. In 1883 verschenen de eerste geïllustreerde briefkaarten in de vorm van met bloemmotieven versierde nieuwjaarskaarten. Uit 1887 dateert de eerste prentbriefkaart met beeldvullende voorstelling. Ongeveer drie jaar later verscheen de eerste kaart met kleurendruk. Pas aan het eind van de negentiende eeuw was het mogelijk om foto’s in grotere oplagen te maken. Kleurenfoto’s konden nog niet worden gedrukt. De kaarten werden daarom in handkleurinstellingen van kleur voorzien. 

De foto’s namen een steeds groter deel van de beeldzijde in waarbij er steeds minder schrijfruimte was. Dit veranderde toen de Posterijen in 1905 toestonden dat op de adreszijde een verticale streep werd gedrukt, met rechts de adressering, en links de correspondentie. De bloeitijd van de prentbriefkaart valt in de jaren 1900-1918. In het begin werden veel ‘Schmuckkarten’ uitgegeven, voorzien van Jugendstil omlijsting. 

Tentoonstelling Moesman 1904

De verzamelwoede

De vaak als serie uitgegeven kaarten werden een rage en waren gewilde verzamelobjecten. Er waren speciale albums in de handel voor 50 tot wel 1500 briefkaarten. Stadsgezichten en natuurkaarten waren het meest populair. Dit duurde tot circa 1907, waarna de markt wat inzakte. Het toenemende telefoonverkeer nam de rol van communicatiemiddel over van de prentbriefkaart, en geïllustreerde tijdschriften als De Prins en Het Leven verschenen. Vanaf 1914 namen Nederlandse uitgevers grotendeels de plaats in van de Duitse collega’s omdat de handelscontacten vrijwel onmogelijk waren geworden. Juist in die oorlogsjaren nam de vraag naar prentbriefkaarten toe als correspondentiemiddel van miljoenen militairen.  De later uitgegeven kaarten geven vaak tamelijk saaie straatgezichten te zien. In de jaren ’30 verschenen nog wel creatieve kaarten met een verrassing. De topografische prentbriefkaarten van na de Tweede Wereldoorlog zijn grotendeels wat brave, documentaire zwart-wit foto’s van niet altijd even interessante straten. Sinds de jaren ’70 werden er weer aantrekkelijke prentbriefkaarten uitgegeven.

De prentbriefkaartenindustrie

De productie van prentbriefkaarten was in de negentiende eeuw vooral een Duitse aangelegenheid. Nederlandse ondernemers konden niet in prijs en kwaliteit concurreren. Vanaf de jaren ’80 kwamen er steeds meer Nederlandse uitgevers van Amsterdamse bedrijven als N.J. Boon, J.H. Schaefer en Vivat. Die laatste heeft wel 7000 prentbriefkaarten met Nederlandse stadsgezichten uitgegeven. Naast actuele onderwerpen met rampen, historische gebeurtenissen en Koninklijk Huis was er altijd vraag naar stadsgezichten.

Utrechtse fotografen, fabrikanten en verkopers

De rolverdeling tussen fotograaf, drukker en uitgever is lang niet altijd duidelijk. Dergelijke functies kunnen ook in één persoon zijn verenigd. De bekende Utrechtse lithograaf en fotograaf Johan A. Moesman heeft vermoedelijk in eigen beheer kaarten gedrukt en uitgegeven naar zijn eigen foto’s. Hij verkocht ze in de winkel van zijn moeder aan de Voorstraat.
Een van de eerste en meest productieve uitgevers van topografische prentbriefkaarten in Utrecht was Arnold Latour. Deze als beeldhouwer gekwalificeerde ondernemer vestigde zich in 1900 in het pand Achter de Dom 1, waar hij een prentbriefkaartenwinkel dreef. Een ander adres waar prentbriefkaarten werden verkocht was de papierwinkel van M.S. van der Bokke, Zadelstraat 37. Op de prentbriefkaart die hij van zijn eigen winkel uitgaf staat hij zelf afgebeeld in de deuropening en zijn gezin voor een opengeschoven raam, temidden van wervende reclameteksten. Het opschrift ‘Prentbriefkaarten met Stadsgezichten’ verwijst naar zijn specialiteit.
De naam van de fotograaf is zelden op de kaart vermeld. Wel weten we dat fotograaf J.W. Deetman en F.F. van der Werf foto’s voor prentbriefkaarten verschafte. In de jaren ’30 drukte F.F. van der Werf zelf prentbriefkaarten af op speciaal fotopapier.

Foto's: Het Utrechts Archief

Meer lezen? Zie hieronder het hele artikel van Tolien Wilmer.

Bijlage(n)