Nieuws

Stadskraan Utrecht herrijst

Aan de Oudegracht ter hoogte van de huidige Winkel van Sinkel stond vanaf 1402 tot 1839 een stadskraan, waarmee goederen van de schepen op de werf of naar de straat werden getakeld. Op de Museumwerf Vreeswijk verrijst stukje bij beetje een reconstructie van de middeleeuwse stadskraan van Utrecht. Op 21 mei 2022 wordt hij in gebruik genomen aan de Weerdsingel, naast de Monicabrug.
Er is drie jaar aan gewerkt door de Stichting Stadskraan, met leerlingen van de Ambachtsschool Vreeswijk die worden opgeleid tot vakkracht hout- en metaalbewerking. Binnenin het bouwwerk komt een mechanisme voor de bediening van de kraan. Met tredraderen, waar mensen in lopen, wordt de hijskraan aangedreven. Al met al bereikt de stadskraan straks een hoogte van ongeveer 13,5 meter en een gewicht van 13.000 kilo.


Hieronder een artikel over de geschiedenis van de stadskranen, door Kees Smit, oud-medewerker Het Utrechts Archief, in Tijdschrift Oud-Utrecht 2002.

Stadskraan en Keulse Kraan
Ooit stonden er in de havenstad Utrecht twee grote en meerdere kleine kranen voor het laden en lossen van goederen. De bekendste waren de Stadskraan voor de huidige Winkel van Sinkel en de Keulse Kraan aan de Nieuwekade. In de loop der eeuwen ondergingen de kranen vele gedaanteverwisselingen totdat ze, vrij roemloos, sneuvelden toen het havengebied steeds verder westwaarts opschoof. In de middeleeuwen was Utrecht nog een haven van betekenis. De stad lag aan de Rijn, al was het via de Vaartse Rijn en de Lek, en stond in verbinding met het Europese achterland. Bij een middeleeuwse haven hoorde een stadskraan om goederen te lossen en te laden. De eerste vermelding van de Utrechtse kraan dateert van 1402. De waag, die altijd nauw verbonden was met de kraan, werd al in 1367 genoemd. Tot halverwege de 19e eeuw stonden de waag en de kraan, het centrum van de Utrechtse haven dus, bij het huis Keyserryk, dat nog steeds het hoekhuis van het stadhuiscomplex vormt.

Ganzenmarkt en Stadhuisbrug Droochsloot Centraal Museum

Ganzenmarkt en Stadhuisbrug, Droochsloot, Centraal Museum (vóór 1618).

Van de Wal op de Weert en de Keulse Kraan te Utrecht 1736

Zicht van de Wal op de Weert en de Keulse Kraan te Utrecht, 1736.

In 1840 verhuisden kraan en waag naar een nieuw aangelegd havengebied aan de Nieuwekade. Daar liep de Keulsevaart die de Vecht verbond met de Catharijnesingel. De vaart vormde de verbeterde verbinding tussen Amsterdam en de Rijn, om de binnenstad heen. Die route maakte in 1892 plaats voor het Merwedekanaal, ook weer om de stad heen. En sinds 1952 ligt die verbinding, door het Amsterdam-Rijnkanaal, nog verder van het centrum. Door de bouw van Leidsche Rijn is de waterverbinding alweer ingehaald door de stad.

Kraankinderen
Elke haven in de middeleeuwen had een kraan. Een kraanmeester hield toezicht op de ploeg mannen die met de kraan werkten. Het klinkt gek, maar die heetten ‘kraankinderen’ ook al hadden ze grijs haar. Hun werk bestond niet alleen uit het omhoog of omlaag takelen, maar ook het versjouwen van de vrachten.
Meestal was het tredrad overdekt, zodat de mannen beschut waren tegen regen en kou. Ook het hijstouw dat aan het eind van de balk over katrollen liep, was om die reden beschut. Net als een molen kon het bovenstuk om een as draaien. Een wip was een eenvoudige kraan met een verticale paal waaraan een dwarshout hing dat met een ketting was vastgemaakt. Een paard trok het touw langs de straat waardoor de last omhoog ging. Minder zware objecten konden havenarbeiders met de takels van het schip lossen of laden. 

Westzijde van de Oudegracht te Utrecht met de Bakkerbrug en kleine kraan tekening in trant van Jan Breughel de Oude 1615

Westzijde van de Oudegracht te Utrecht met de Bakkerbrug en kleine kraan, tekening in trant van Jan Breughel de Oude, 1615.

Gezicht op Stadskraan Utrecht Jan de Beijer 1736 1750

Gezicht op Stadskraan Utrecht, Jan de Beijer, 1736-1750

Stadskraan Utrecht ca 1800

Stadskraan Utrecht, ca 1800.

Stadskraan Utrecht A Wijnands 1827

Stadskraan Utrecht, A Wijnands, 1827.

De stadskraan aan de Oudegracht
De eerste stadskraan aan de Oudegracht werd in 1402 gebouwd en stond dichtbij de waag. Op de werf is in 1950 de grondslag van de kraan in het plaveisel gemarkeerd. Op de plek van de kraan staat nu een kastanjeboom. Paarden sleepten de zware wijntonnen die door de kraan aan wal gezet waren, langs het wed omhoog. De kraan werkte met een tredrad dat kraankinderen draaiende hielden. Op een schilderij van Droochsloot van 1625 is door het openstaande raam een stuk van het rad te zien. In 1573 volgde de aanbesteding van een nieuwe stadskraan. Dat is de kraan geworden met de uivormige draaikop die we kennen van verschillende tekeningen en schilderijen. In zijn studie over de stadskraan stelt architect J.C. Meulenbelt dat de kraan omstreeks 1760 voor het laatst vernieuwd is. De onderbouw bestond toen uit metselwerk in classicistische stijl. Dat bleek niet bestand tegen de krachten en daarom moesten metalen banden de boel bij elkaar houden. De gemetselde kraan kreeg in 1779 een spitse kap in plaats van de eerdere halfronde kap. Behalve de grote kranen bij de Weerd en stadhuis stonden er op verschillende plaatsen kleinere kranen, waarschijnlijk ‘wippen’. Er was al heel vroeg, in 1244, een kraan in de buurt van Vreeswijk, de zuidelijke voorhaven van Utrecht, waar schepen of ladingen over de IJssel- of Lekdijk getild werden.

De Keulse kraan bij de Weerd
In de buurt van de Weerdsluis heeft ook altijd een kraan gestaan. Op een 16e eeuwse tekening is de kraan te zien aan de overkant van het water. Het is de prachtig getekende volgelvluchtkaart van de Antwerpenaar Anthonie van den Wijngaerde, uit circa 1558 en bewaard in het Ashmolean Museum in Oxford. Op andere oude kaarten uit die tijd zien we wel de bekende kraan bij het stadhuis, maar niet die tegenover het bolwerk Sterrenburg. Noch de kaart van Braun en Hogenberg (circa 1572), noch die van Joan Blaeu uit 1649 laten die kraan zien. Pas op de gedetailleerde kaart die Jan van Vianen tekende, in 1695 uitgegeven door C. Specht in Utrecht, zijn beide kranen duidelijk afgebeeld. Net als op de kaart van 1558 is de kraan aan de noordkant van de weerdsingel te zien recht tegenover het bolwerk. De kranen zien er allebei hetzelfde uit, als ronde torens met een spits dak en een arm die schuin boven het water uitsteekt. 

Die vergulde Craen

Die vergulde Craen.

Een andere aanwijzing voor het bestaan van een middeleeuwse of 16e eeuwse kraan aan de Weerdsingel is de naam van de Kraansteeg, nu Kraanstraat, recht tegenover de plek waar de kraan stond. Omdat de kraan net buiten de binnenstad lag, in de Bemuurde Weerd, is er weinig over te vinden. Behalve de steeg vinden we ook nog het huis de Kraan, Oudegracht 17, niet ver van de plaats waar de oude kraan stond. Het grachtenhuis heeft in 1994 van de bewoners een moderne gevelsteen gekregen die een vat met een gouden kraan uitbeeldt. Rond 1558 was er in dit huis een brouwerij gevestigd die in 1630 (maar misschien al veel eerder) Die vergulde Craen heette. Het is het huis waarin Trijn van Leemput vanaf 1555 een aantal jaren woonde. Het vat met de gouden kraan lijkt dus heel toepasselijk, maar het had misschien toch een hijskraan moeten zijn. Om het nog verwarrender te maken heeft Jeannot Bürgi in de lantaarnconsole schuin voor dit huis een kraanvogel, de Craen, uitgebeeld.

Gevelsteen Die Vergulde Craen Goosen HUA 
Gevelsteen Die Vergulde Craen, Goosen, HUA

Nog iets verderop ligt Groot en Klein Cranesteyn, Oudegracht 53/55, een vroeg 14e eeuws huizenpaar. Volgens Van Hulzen ontleen het huis zijn naam ‘Then Craen’ en later Cranesteyn aan Jan die Craen die tegen het eind van de 14e eeuw eigenaar van het huis was. Ook in dit geval blijft de vraag of die naam ontleend is aan de kraan die dichtbij stond. Twee huisnamen én een steeg vrij dichtbij de kraan maken het aannemelijk dat ze genoemd zijn naar de voor die buurt beeldbepalende havenkraan.
De kraan aan de Weerdsingel heette eeuwenlang de Keulse Kraan. Rijnaken legden hier aan om hun lading Keulse potten en aardewerk te lossen. Er was ook een herberg of veerhuis met dezelfde naam. De kraan was, en dat is heel merkwaardig, tot dan toe particulier eigendom.
Uit 1737 dateert van de Keulse Kraan een nauwkeurige tekening van Jan de Beijer. Rechts is het bolwerk De Morgenster te zien, en op de achtergrond de huizen van de Bemuurde Weerd Oostzijde. Links zien we de kraan, een lange arm op een zuil, maar zonder tredrad. Er moest gesjord worden aan twee raderen met handspaken. Een soortgelijke houten kraan werd in 1858 nog in Vlaardingen gebouwd.

Bastion Morgenster met de kraan en rechts de waltoren Het Paard Verrijk

Bastion Morgenster met de kraan en rechts de waltoren Het Paard Verrijk.

Op een tekening van T. Verrijk uit ongeveer 1780 zien we het bolwerk Morgenster met een kraan, als een grote luifel met een balkon, en een soort loods met een hoog schuin dak erachter. Het gaat hier niet om de Keulse Kraan, al werd hij wel zo genoemd, en al was hij in zekere zin de opvolger van de eerdergenoemde installatie. Het is namelijk een particuliere hijskraan van de steenhouwer Jan Verkerk, die in 1754 de toestemming verkreeg om ‘een machine te mogen stellen, om steen op te halen’. In 1830 stond die kraan nog steeds op het bolwerk dat acht jaar later gesloopt werd.

Een ijzeren kraan
In 1824 werd de Keulsevaart, die meer scheepvaart door de Weerdsingel Westzijde bracht, in gebruik genomen. Daar moest het stadsbestuur op reageren en dat was burgemeester Van Asch van Wijk wel toevertrouwd. In de jaren 1830 voerde hij een ingrijpende stadsvernieuwing door. De wallen werden gesloopt en vervangen door plantsoenen, woningen en fabrieken. Aan de Nieuwekade kwam, op de plaats van het in 1838 gesloopte bolwerk Morgenster, een havengebied met een waaggebouw en een nieuwe stadskraan, die de oude kraan en de waag bij het stadhuis vervingen. De nieuwe kraan is op talrijke tekeningen, gravures en vooral foto’s te zien. Hij stond recht voor Van Rijn’s Mosterdfabriek.

Kariatiden van Winkel van Sinkel

Kariatiden van de  Winkel van Sinkel.

De oude stadskraan aan de gracht was in 1837 dramatisch ten onder gegaan. Hij bezweek aan de gietijzeren vrouwenbeelden die arbeiders uit een schip optakelden en die amper tien meter verderop als kariatiden voor de Winkel van Sinkel moesten gaan dienen. We weten precies de datum, zaterdag 9 september. Maar was die dramatiek niet een beetje theater van de oude kraan? Als het vijftig jaar eerder was gebeurd, was hij wel weer herbouwd, maar de tijden waren veranderd.
In die tijd werden er niet alleen ijzeren beelden gemaakte, ook hijskranen konden voortaan ijzersterk gefabriceerd worden. Wel veel sterker, maar lang niet zo mooi als de oude houten kranen. Geen wonder dat de nieuwe ijzeren Stadskraan het anderhalve eeuw volhield.
De tijden veranderden, de Keulse Vaart had zijn tijd gehad, het Merwedekanaal had de toekomst. De stadswaag aan de Nieuwekade werd in 1930 buiten gebruik gesteld. Aan de Veilinghaven verschenen een nieuwe kraan en een waaggebouw.

Een nieuwe houten stadskraan?
In 1985 gaf wethouder W. van Willigenburg opdracht aan architect J.C. Meulenbelt de haalbaarheid te onderzoeken van reconstructie van de oude houten stadskraan bij het stadhuis. Leuk voor de toeristen en een verrijking van de stad, vond hij. Het plan verdween in een archiefkast, want er was geen geld. Wel verscheen een plaquette op de werf.
Nu in 2022 komt er dan écht een nieuwe stadskraan, met dank aan Stichting Stadskraan en de leermeester en leerlingen van de Ambachtsschool Vreeswijk die er drie jaar aan werkten op Museumwerg Vreeswijk. De stadskraan herrijst niet op de oude plek bij de Ganzenmarkt, maar bij de Weerdsingel. Op een heel mooi moment, in het jaar dat we 900 jaar stadsrechten en 900 jaar waterbeheer vieren en dat de singel weer rond is.

Plaquette van Stadskraan Utrecht

Plaquette van Stadskraan Utrecht.

Verder lezen?
Zie onder deze pagina het artikel van Kees Smit uit Tijdschrift Oud-Utrecht, met daarin het verhaal van de Cadillac...

Meer informatie over de bouw van de stadskraan-replica.

 

Bijlage(n)