Nieuws

Willem Stooker, van Domtoren tot lantaarnconsole

Met de verschijning van hét overzicht van alle Utrechtse lantaarnconsoles in een tweede herziene druk van De Lantaarn Spreekt mag het licht wel weer eens schijnen op: Willem Stooker.

Willem Stooker (Maarssen, 24 februari 1892 - Utrecht, 22 juli 1983) was een Nederlands architect. Hij was vanaf 1917 tot 1957 werkzaam voor de gemeente Utrecht als hoofdopzichter en hoofdarchitect bij restauratiewerkzaamheden aan bouwwerken en archeologische opgravingen. Bij zijn afscheid als hoofdarchitect van gemeente Utrecht, op 22 april 1957, heeft Oud-Utrecht Willem Stooker tot erelid benoemd. Na zijn pensioen ging hij nog 10 jaar als zelfstandig architect aan de slag. 

Van Domtoren tot monumentendienst
Stooker had lange tijd zijn werkkamer in het ontvangstgebouw van de Domtoren. In het daarachter gelegen Flora’s Hof kwamen de werkruimtes van de oudste gemeentelijke monumentendienst: met een kantoor, werkplaats, steenhouwersatelier en materiaalopslag. Deze gemeentelijke dienst was gegroeid rondom Stooker, die sinds 1925 als opzichter namens gemeente Utrecht was toegevoegd aan de Domtorenrestauratie met architect George van Heukelom. De restauratie van de Domtoren werd met spoed voltooid voor de grootse viering van 350 jaar Unie van Utrecht in 1929 en was in 1931 definitief.

Opgravingen bij de Dom

Archeologische opgravingen
Van de proefgraving naar de Heilig Kruiskapel op verzoek van Oud-Utrecht in 1929, tot het laatste bodemonderzoek in 1936, was Stooker bij de opgravingen op het Domplein betrokken als opzichter. Hij had daarbij wetenschappelijke begeleiding van hoogleraren Van Hoorn, Van Giffen, en Vollgraff. Stooker haalde professor van Giffen naar Utrecht en bewerkte zo dat de eerste Romeinse vondsten werden gedaan en dat de Romeinse oorsprong van het castellum en Utrecht werd vastgelegd. Een van de eerste vondsten was een romeinse waterput, en een boog van tufsteen. In 1937 en 1938 begeleidde hij opgravingen in IJsselstein, en in 1940 tot aan het uitbreken van de oorlog de opgraving naar het castellum op de Hoge Woerd. Verslagen kwamen in publicaties van Oud-Utrecht. Andere interessante opgravingen waren er na de oorlog, zoals bij de Paulusabdij en de Pieterskerk.

Opgravingsterrein Heilig Kruiskapel 1929

Opgraving Heilig Kruiskapel 1929

Opgravingen Domplein 1935

Monumentenzorg en restauraties
De vereniging Oud-Utrecht werd in februari 1923 opgericht op initiatief van burgemeester Fockema Andreae. Het verenigingsbestuur zette zich vanaf het begin in voor de bescherming van 'monumenten van geschiedenis en kunst en stedenschoon'. In de gemeentelijke Bouwverordening bestond op dat moment nog geen regeling voor de bescherming van dergelijke monumenten. Het bestuur van Oud-Utrecht verzocht B&W dan ook om een monumentenverordening op te stellen, hetgeen meteen werd toegezegd en vanaf 12 december ging deze in. 

Stooker had 40 jaar werk aan restauratie en onderhoud van de Domtoren, andere middeleeuwse torens van Buurkerk, Nicolaïkerk en Jacobikerk en vele restauraties aan gemeentelijke monumenten als Leeuwenberg, Hoogt nr. 2 en Catharijneconvent. Stooker was groot voorstander van het voorstel van Vereniging Oud-Utrecht tot oprichting van een Utrechts Monumentenfonds. De Gemeente Utrecht sloot na 10 jaar aandringen uiteindelijk aan en de oprichting werd een gezamenlijk initiatief. 

Stooker was als architect en opzichter ook actief buiten Utrecht, zoals bij het kerkje in Blauwkapel, kasteel Cammingha in Bunnik, de Hervormde kerk in Houten en de Nederlands Hervormde kerk in Maarssen. In 1973 schreef Stooker met zijn opvolger, architect Coen Temminck Groll over 50 jaar Monumentenzorg in stad en provincie Utrecht. Stooker nam het deel tot 1957 voor zijn rekening. 

Lantaarnconsoles
Tussen 1929 en 1932 ijverde Oud-Utrecht al om de eigenaren van de werven tot samenwerking te bewegen, ter verbetering van werven en werfmuren. Vanaf 1949 startte de gemeente Utrecht met de onteigening en vervolgens restauratie van de Utrechtse werven, kademuren en werfmuren. Een bijzonder creatief idee van Stooker maakte dat er lantaarnpalen kwamen te staan op door gebeeldhouwde consoles. De net in dienst getreden beeldhouwer Kees Groeneveld maakte de consoles. Hierdoor was er lantaarnlicht op zowel straat als werf, én stadsversiering met gebeeldhouwde Utrechtse verhalen, sagen en legenden. Ook Willem Stooker is vereeuwigd op een lantaarnconsole. 

Er zijn nu zo’n 330 lantaarnconsoles, ze zijn bijeengebracht in de Oud-Utrecht publicatie De Lantaarns Spreekt, een uitgave in samenwerking met Het Utrechts Monumentenfonds. De 2e herziene druk is in 2020 verschenen en verkrijgbaar via de webwinkel van Oud-Utrecht.

Bronnen: Canon van Utrecht, Jaarboek Oud-Utrecht 1973, 1983, Maandblad Oud-Utrecht 1967

Bijlage(n)