Nieuws

Interview: Peter Gieling over de Utrechtse politie

Peter Gieling was 43 jaar werkzaam bij het politiekorps Utrecht, van agent tot commissaris. Na zijn pensionering schreef hij een boek over de geschiedenis van het Utrechtse politiekorps tussen 1975 en 2010. Voor zijn onderzoek sprak hij meer dan honderd betrokkenen en dook hij in archieven en plakboeken. Gieling is daarnaast actief voor Oud Utrecht en verzorgt op 19 juni voor het Historisch Café een lezing met de titel Politiewerk ‘op z’n Utregs’, waarin hij vertelt over de Utrechtse politiecultuur en de ontwikkelingen binnen het korps.

Peter Gieling had het al lang in zijn hoofd zitten om een boek te schrijven over het Utrechtse politiekorps. Het werd echter concreet toen hij begin 2022 met een aantal mensen rond de tafel zat – onder andere journalist Ton van de Berg, Marti Huetink van WBooks en archivaris Kaj van Vliet – om de Utreg Kwis voor te bereiden.

"Marti vroeg me, toen we even tijdens een pauze koffie zaten te drinken, of ik niet een boek wilde schrijven over de Utrechtse politie. Ik verzorgde toen al een aantal jaren bij het Gilde Utrecht de misdaadtour en had ook al het boekje "Blauw. De kleur van mijn vak" over mijn ervaringen als diender geschreven. Nou, als een uitgever van mooie boeken, waarvan er verscheidene in mijn kast staan, je zoiets vraagt dan is het antwoord natuurlijk: dat gaan we doen."

Gieling heeft zijn hele werkzame leven bij de politie gewerkt maar wilde eigenlijk piloot worden. "Ik was door de keuring van de KMA maar werd uitgeloot. Althans, dat vertelden ze me. Later hoorde ik echter dat mijn opa te rood was. Hij was geabonneerd op de communistische krant De Waarheid. Terwijl het de meest lieve en pacifistische man was die je kon bedenken."

"Nadat ik had gehoord dat ik uitgeloot was, ben ik als bijrijder bij een expeditiebedrijf gaan werken. Ik vond dat wel leuk maar mijn vader vroeg of ik niet iets anders wilde doen met mijn atheneumdiploma. Maar ik wilde niet meer studeren. Via mijn vader, die ober was in een café op het Lucas Bolwerk, kwam ik in aanraking met veel politieagenten. Die hadden allemaal mooie verhalen over de politie. Die maakten dingen mee, elke dag was anders en je weet niet wat er over een kwartier gebeurt. Ik wilde echter niet naar de politieacademie om een officiersopleiding te gaan volgen. Dat duurde vier jaar, dat was veel te lang. Ik wilde meteen de straat op. En achteraf ben ik blij dat ik eerst het vak op straat heb geleerd." Anderhalf jaar geleden is Gieling serieus begonnen met het boek. Uiteindelijk heeft hij meer dan honderd mensen voor zijn boek gesproken en talloze plakboeken bekeken. Zijn boek bestrijkt ongeveer de periode dat Gieling zelf diender is geweest in Utrecht, van 1975 tot 2010.

image00530Gieling: "Tijdens het proces tegen de terrorist Knut Folkerts wordt de rechtbank zwaar bewaakt" 

image00532Gieling: "Tijdens de ME-opleiding ervaren de cursisten ook een heet moment. Ze hopen dit in de praktijk nooit mee te maken…"

Het boek behandelt de geschiedenis van het Utrechtse politiekorps in vier periodes. De eerste periode omvat de jaren 1975 tot en met 1980 en heeft als titel "Politie in verandering". De titel verwijst naar het rapport 'Politie in verandering' dat in 1977 uitkomt.

"Ik hoorde daarover als jonge agent tijdens een heisessie maar heb amper geluisterd. Ik wilde naar buiten, naar Hoog Catharijne waar de junks en dealers waren. Dat was spannend. Maar het idee van het rapport was dat de agent op straat meer dingen zelf ging doen, meer contact legde met de burger, verbinding maken."

"Zo zijn we bijvoorbeeld mee gaan reizen met de hooligans bij uitwedstrijden. Want we hadden in die tijd de gekste hooligans van Nederland. Nou kun je ervoor kiezen om nog harder met de lat erover te gaan maar wij besloten als politie om in burger met de supporters mee te reizen. Ze vonden het niet leuk maar ze accepteerden het wel. En als ze dan op de tribune zaten met hun neus vol en veel bier op dan trokken ze zich nog niks van ons aan. Maar de maandag erop kregen ze dan wel een uitnodiging om even langs te komen op het bureau. Het was kennen en gekend worden. De korpsen in de andere steden vonden het helemaal niks en dachten dat we vriendjes van de supporters waren. Maar tegenwoordig is het ook bij andere korpsen standaard."

Het tweede hoofdstuk, met als titel Het beginsel van beweging, gaat over de periode 1980 tot 1990. Het was de titel van de installatierede van Jan Wiarda, die in 1983 korpschef in Utrecht werd. "Het idee daarvan was dat je als politie moest meebewegen met de samenleving. Het was de tijd van de konings- en krakersrellen. Je wilt niet weten hoeveel stenen we naar ons hoofd hebben gehad. De gedachte was ook dat je niet alleen op zenden moest staan, maar ook moest luisteren."

Je kunt dat volgens Gieling ook terugzien op de foto op de cover van het boek. "Je ziet daar de korpschef Peter Vogelzang op de voorgrond staan tijdens de ontruiming van een kraakpand aan de Nieuwegracht. Ik heb hem gevraagd waarom hij er zo ontspannen bijliep. Hij vertelde me dat hij zojuist naar de linie was gelopen en in gesprek was gegaan met de krakers die hij kende uit de collegebanken van de rechtenstudie. En ze hadden afgesproken dat ze zouden stoppen met stenen gooien. Het kostte toen alleen nog moeite om de ME in toom te houden, want die wilde gaan slaan."

Het gaat hierbij volgens Gieling om het gedachtengoed van het Utrechtse korps. "Kennen en gekend worden. De platte pet voorop, laag beginnen, zacht als het kan, hard als het moet. De ME uit het zicht, niet escaleren. Toegegeven, het werkte niet altijd. Maar het werkte bijvoorbeeld wel bij de krakersrellen in de jaren 80, bij Geen woning, geen kroning. In die nacht werden 26 panden gekraakt. En elke keer als de politie kwam om te ontruimen, dan was de afspraak dat er geen geweld werd gebruikt. Ook aan de zijde van de krakers. En dat herhaalde zich in die nacht keer op keer."

In de jaren 80 traden er ook steeds meer vrouwen toe tot het Utrechtse politiekorps, vertelt Gieling. "Zo zouden er zes vrouwen naar het bureau Paardenveld komen. Daar hadden we zes ploegen. De leiding besloot bij drie ploegen elk twee vrouwen te plaatsen. Dan hadden ze steun aan elkaar en zouden ze sneller een plek vinden in de ploeg. Daar was over nagedacht."

"Maar toen mijn vrouw, die ik bij de politie heb leren kennen, vier maanden zwanger was van onze dochter, wist men nog niet wat men daarmee aan moest. In ieder geval geen nachtdiensten. Ook al waren dat de leukste diensten. Ze kreeg daarom een vroege dienst. Maar ze heeft toen wel geholpen bij het aanhouden van twee mannen die een gewapende overval hadden gepleegd op een juwelierswinkel in Hilversum. Een foto daarvan staat in het boek."

Na vijf jaar op straat te hebben gewerkt besluit Gieling te solliciteren bij het arrestatieteam. "Ik zat echter nog maar een jaar bij het arrestatieteam toen ik de mogelijkheid kreeg om naar de Politieacademie te gaan voor de officiersopleiding. Daar was ik nog helemaal niet aan toe. Ik had net een geweldige nieuwe baan. Ik kreeg toen nog een tijdje uitstel voordat ik uiteindelijk 'door de rangen ging' en commissaris werd. En dat ben ik vervolgens nog elf mooie jaren geweest."

image01426 Peter Gieling

Gieling vindt dat hij een geweldige tijd bij de politie heeft gehad. "En het schrijven van dit boek was een prachtige manier om het af te sluiten. Want tijdens je werk als agent heb je helemaal geen tijd om erbij stil te staan. En met dit boek heb ik daarvoor nu die tijd wel gehad."

Het eerste halfjaar na zijn pensionering had Gieling nog weleens zin om even mee te doen als iets over de politie in het nieuws was. "Maar dat is nu wel over. Ik geef nu nog rondleidingen aan politieteams voor 't Gilde over misdaad in de stad.