Lexicon Kunstliefde van Jaap Röell verschenen
Jaap Röell, oud-voorzitter van het Utrechts Genootschap Kunstliefde, heeft de afgelopen twaalf jaar gewerkt aan het samenstellen van een uitvoerig naslagwerk, een lexicon met 936 lemmata van (Utrechtse) beeldend kunstenaars, die tussen 1807 en 2007 in Kunstliefde hebben geëxposeerd. Dit omvangrijke werk in drie delen, gebundeld in een cassette, werd zondag 21 juni gepresenteerd in het Centraal Museum in Utrecht.
In wisselende periodes van intensiteit verzamelde Röell talrijke gegevens over de kunstenaars in archieven en bibliotheken en met behulp van monografieën, pamfletten, brochures, krantenartikelen, prijslijsten en nog meer bronnen. “Rond het tweehonderdjarig bestaan van Kunstliefde, dat wij groots vierden, kreeg ik vaak de vraag wat ik van bepaalde kunstenaars wist”, vertelt de auteur. “Deels kon ik putten uit parate kennis, maar veel moest ik ook opzoeken. Dat bracht mij op het idee een artikel te schrijven over de kunstenaars die ooit bij het Genootschap hadden geëxposeerd. En ja, dat is een beetje uit de hand gelopen, mag je wel zeggen.”
Bekijk de video met Jaap Röell over het Lexicon bij Art Forever
Genootschap Kunstliefde uit 1807 (één van de oudste kunstenaarsverenigingen van Nederland, ouder dan bijvoorbeeld Arti et Amicitiae in Amsterdam en het Haagse Pulchri) heeft nu als eerste kunstenaarsvereniging een compleet overzicht van wat exposerende leden hebben getoond. Onder hen grote namen als Gerrit Rietveld, Piet Mondriaan, Dick Bruna, Pieter d’Hont, Peter Vos en Joop Moesman.
Deel 1 (142 pagina’s) van het lexicon beschrijft delen van de lange geschiedenis van Kunstliefde met onder meer nieuwe informatie over de turbulente periode van het Genootschap in de Tweede Wereldoorlog, tot nu toe een blinde vlek. Deel 2 (met 820 pagina’s de kern van het drieluik) bevat de 936 lemmata van de kunstenaars in de afgelopen twee eeuwen. “Het is een naslagwerk”, legt Röell uit, “dat ook veel helder maakt over de geschiedenis van de Utrechtse kunstwereld. Maar je leest dit boek niet echt, je zoekt namen en andere gegevens op. Het zou mooi zijn, als het als onmisbaar naslagwerk ooit nog de status krijgt van ‘de Röell’ in de kunstwereld.” In deel 3 (432 pagina’s) zijn zo’n 300 afbeeldingen opgenomen van schilderijen, tekeningen en ander werk van de leden-kunstenaars van Kunstliefde. Die afbeeldingen vormen ook de kern van een expositie in Kunstliefde, dit najaar.