Nieuws

De geschiedenis van de Van Lunterens, kwekers en architecten naast de Domtoren

Mario Gibbels interviewde auteur Dominique Vermeulen over zijn boek Een eeuw parken en architectuur. De Van Lunterens, kwekers en architecten naast de Domtoren, 1803-1910.

Dankzij een erfenis kon de jonge tuinknecht Hendrik van Lunteren in 1803 aan de voet van de Domtoren de bloem- en boomkwekerij ‘Flora’s Hof’ stichten. Drie generaties Van Lunteren zouden actief zijn in Flora’s Hof. Ze speelden bovendien een belangrijke rol in de negentiende-eeuwse Utrechtse tuin- en architectuurgeschiedenis, zo is te lezen in het onlangs verschenen boek Een eeuw parken en architectuur.

Het idee voor een boek over de familie Van Lunteren was afkomstig van Michiel Plomp en Ronald Trum, vertelt Dominique Vermeulen, een van de redacteuren en hoofdauteur van het boek. ‘Trum was ooit directeur van Toerisme Utrecht en kwam op een gegeven moment achter het bestaan van een vergeten tuintje achter de Domtoren. Het had jarenlang gediend als opslagplaats van de gemeente. Er was onder meer natuursteen voor de restauratie van de Domtoren opgeslagen.’

Trum besloot, zo’n vijftien jaar geleden, om de stichting vrienden van Flora’s Hof op te richten. De stichting zou zich gaan bezighouden met het beheer van het tuintje achter de Domtoren, Flora’s Hof. En hij besloot ook dat er een boek moest komen over de geschiedenis van de familie Van Lunteren. Want het was Hendrik van Lunteren die in 1803, achter de Domtoren, een kwekerij was begonnen. En de familie Van Lunteren was drie generaties actief geweest in de kwekerij Flora’s Hof.

Hendrik van Lunteren groeide op in Doorn, vlak achter huis Doorn dat tegenover buitenplaats Schoonoord lag. Daar woonde Hendrik Swellengrebel, zoon van de gouverneur van de Kaapkolonie in Zuid-Afrika. Hendrik van Lunteren werkte samen met zijn vader en broer Dirk als dagloners op de buitenplaats Schoonoord van Swellengrebel.  Hendrik bleek zo’n goede indruk te maken dat Swellengrebel besloot hem in huis te nemen. Vermeulen: ‘Hendrik kreeg steeds meer taken in het beheer van de tuin. Ook reisde Hendrik samen met Swellengrebel naar Engeland waar hij kennis maakte met de romantische landschapsstijl.’

Aan het eind van zijn leven liet Swellengrebel een brief achter voor Hendrik waarin hij hem tweeduizend gulden nalaat en zaden, planten, boeken en tuingereedschap. Met het geld koopt Hendrik een deel van de voormalige tuinen van het middeleeuws bisschoppelijk paleis achter de Domtoren. Vermeulen: ‘Het was een onzekere tijd, net na de revolutie, een tijd van economische achteruitgang. En hij wist dat hij daar nooit zou kunnen uitbreiden. Maar hij wist ook dat iedereen er langs kwam en dat iedereen de kwekerij zou kunnen vinden omdat die zich naast de Domtoren bevond.’

In november 1803 betrokken Hendrik en zijn gezin en zijn broer Dirk het pand aan de Servetstraat bij Flora’s Hof. Vermeulen: ‘In het pand waar nu het Grieks restaurant en de boekhandel Steven Sterk zitten. Aan de achterkant van Steven Sterk zie je nog de grote ramen van de oranjerie waar alle exotische planten stonden.’

Hendrik pakte alles aan, vertelt Vermeulen. ‘Hij verkocht planten, ontwierp en onderhield tuinen, hij was makelaar van buitenplaatsen en assisteerde bij veilingen van plantencollecties omdat hij veel van planten wist en ook nog de Latijnse namen kende, en dat maakte indruk.’

Bij de aanleg van tuinen, ging Hendrik uit van de Engelse landschapsstijl, waarmee hij tijdens zijn reis met Swellengrebel naar Engeland kennisgemaakt had. ‘Waren de tuinen in de 17e eeuw nog kaarsrecht aangelegd, als een soort tuinkamers, eind 18e eeuw en zeker aan het begin van de 19de eeuw werd het allemaal wat vrijer. Met slingerpaden en onverwachte zichtpunten.’ Zo was Hendrik onder meer verantwoordelijk voor de park- en tuinaanleg op de buitenplaats Vollenhoven in De Bilt en de singelparken rondom Amersfoort en Zwolle.

Hendrik begint met de aanleg van tuinen en parken, maar zal zich ook steeds meer op gebouwen richten, vertelt Vermeulen. ‘Hij houdt zich bezig met verbouwingen, de aanleg van bruggen en de bouw van militaire stallen in Amersfoort.’

Op een gegeven moment gaat Hendrik samenwerken met zijn zoon Samuel die op de tekenschool heeft gezeten van Christiaan Kramm. ‘Zo was Samuel samen met Hendrik verantwoordelijk voor de parkaanleg en het bouwen van bruggen en dierenhokken in Artis in het voorjaar van 1842.’ Samuel zou overigens niet alleen tuinen en parken aanleggen maar ook huizen en complete buitenplaatsen ontwerpen. En niet alleen gebouwen voor buitenplaatsen maar ook voor arme mensen en zorginstellingen.

Toen halverwege de 19e eeuw Hendrik en zijn broer Dirk waren overleden, namen Samuel en zijn broer Esaije het bedrijf over.  Als Samuel in 1877 overlijdt erven zijn zes kinderen ieder zo’n 60.000 gulden, wat toen een aanzienlijk bedrag was en wat aangeeft dat Flora’s Hof een welvarend bedrijf was. Zijn twee zonen Henri en Izaak namen als derde generatie het bedrijf over. Vermeulen: ‘Izaak richtte zich met name op gebouwen en Henri hield zich bezig met de kwekerij en parken.’

Na de derde generatie stopt het bedrijf. Vermeulen: ‘Zoon Willem wordt bloemist en maakt een reis naar Duitsland waarna hij uit het zicht verdwijnt. De familie van Henri verhuist naar Zeist en Izaak gaat alleen door met gebouwen maar heeft geen kinderen.’

Vermeulen heeft zich vaak afgevraagd waarom tuinarchitecten zoals Zocher en Copijn veel bekender zijn dan de Van Lunterens. ‘In hun tijd waren de Van Lunterens minstens zo bekend als Copijn en Zocher. Maar Zocher was veel beter in zelfpromotie. Hij maakte mooie, grote presentatietekeningen terwijl de Van Lunterens bescheiden en hardwerkend waren en niet op de voorgrond traden. Dat blijkt ook wel uit hun zakelijke correspondentie met opdrachtgevers. Bovendien verdwijnt op een gegeven moment de landschapsstijl uit de mode.’

Wat betreft de architectuur is er volgens Vermeulen lang laatdunkend gedaan over de 19e eeuw. ‘Er werd met pleisterwerk gewerkt in plaats van natuursteen, er werden verschillende stijlen door elkaar gebruikt. Daar werd aan het begin van de twintigste eeuw op neergekeken. Al waren de Van Lunterens wel innovatief met materialen. Zo gebruikten ze bijvoorbeeld ornamenten van terracotta en gegoten zink en besteedden ze veel aandacht aan modern comfort door verwarming en riolering.’ Ze hadden ook een sterk gevoel voor verhoudingen en klassieke ontwerpprincipes, stelt Vermeulen. ‘Wat dat betreft waren ze hun leermeester Kramm trouw.’

Bij Zocher was volgens Vermeulen de tuinaanleg spectaculair maar waren de gebouwen weinig onderscheidend. ‘Bij Samuel van Lunteren zie je dat binnen en buiten mooi in elkaar overgaan. Door middel van grote ramen met uitzicht op het park of via serres en balkonnetjes.’

Het meest indrukwekkend vindt Vermeulen kasteel Sandenburg van Samuel. ‘En het fraaie Scherpenzeel. Zijn zoon Izaak ontwierp bijna nooit parken maar ontwierp in 1886 - 1890 opeens de complete buitenplaats Oostbroek bij De Bilt.’

Tot slot wil Vermeulen nog benadrukken dat de Van Lunterens ook zeer betrokken waren bij de minder bedeelden. ‘Ze ontwierpen hofjes, zoals de Stevensfundatie. Daarvoor hebben Samuel en Izaak hun hele leven het onderhoud gedaan. En aan de Catharijnesingel was, in het oude politiebureau, een badhuis gebouwd voor arme mensen waar de bewoners van Wijk C hun kleding en zichzelf konden wassen. Samuel was zijn leven lang betrokken bij de stapsgewijze modernisering van het weeshuis in het Oude Tivoli en voor het Bartholomeus Gasthuis legde hij een mooie tuin aan voor de patiënten. Samen met zijn leermeester Kramm en later zijn zoon Izaak was hij ook verantwoordelijk voor het enorme gebouw van het Krankzinnigengesticht in Utrecht, op de hoek van de Lange Nieuwstraat en de Agnietenstraat-Nicolaaskerkhof. Izaak was, tenslotte, directeur van een woningmaatschappij, een voorloper van de woningbouwvereniging.’

Het boek van Dominique Vermeulen en Michiel Plomp (red.) vertelt het vergeten verhaal van drie generaties Van Lunteren, pioniers in horticultuur en landschapsarchitectuur in de negentiende eeuw. Het laat zien hoe hun ontwerpen natuur, volksgezondheid en sociale betrokkenheid samenbrachten in Utrecht en daarbuiten. Een eeuw parken en architectuur. De Van Lunterens, kwekers en architecten naast de Domtoren, 1803-1910 is uitgegeven bij Walburg Pers en tevens daar online te bestellen.

Lunteren

 

Over de auteurs

Dominique Vermeulen is restauratie-architect en bouwhistoricus en studeerde Bouwkunde aan de Technische Universiteit in Delft en Sustainable Architecture & Urbanism aan de University of Wales Trinity Saint David in Londen. Hij werkt sinds 2014 bij het Utrechtse architectenbureau Wevers & van Luipen. In zijn vrije tijd is hij aquarellist.

Michiel Plomp is kunsthistoricus en werkte onder andere bij The Metropolitan Museum of Art in New York en Teylers Museum in Haarlem. Nu is hij stadsgids, bedenkt culturele tuinreizen en is actief in groene besturen.