Wijkentour Leidsche Rijn: over hoe rond de Limes werd gewoond, gewerkt en geleefd
Een brede, meanderende rivier, stroomruggen, modderige komgronden en overal veen. Maar ook boten op het water, wachttorens, een drukke weg, een groot fort en een levendig dorp er omheen. Het landschap rond Castellum Hoge Woerd moet er 2000 jaar geleden heel anders hebben uitgezien. Toch komt het merkwaardig dichtbij tijdens de wijkentour van Oud-Utrecht naar Leidsche Rijn op 12 september, waar de Romeinse Limes centraal stonden. Een buiteling in de tijd.
“Kijk, hier lagen crematiegraven. Romeinen verbrandden hun doden. De resten begroeven ze in kuilen langs de weg. Stukjes bot, maar ook resten van grafgiften die waren mee verbrand. Muntjes, sierraden, etenswaren. Veel kip en eend. In die kuil werden vaak ook nog meer voorwerpen meegegeven. En dan ging er zand overheen. Het moet hier vol gelegen hebben met heuveltjes.” Als er iemand levendig kan vertellen over het leven rond het Romeinse fort is het Erik Graafstaal, archeoloog bij de gemeente Utrecht en al jarenlang betrokken bij de opgravingen in de nieuwe Vinex-wijk.

Stadsarcheoloog Erik Graafstaal bij de hoofdstraat van de vicus - het dorp bij het Castellum.
Varen op de Rijn
Graafstaal vult het ochtendprogramma van de wijkentour. Oorspronkelijk zou het een fiets- en wandeltocht worden. Maar Graafstaal was bang tijd te verliezen. Het werd dus alleen een wandeling om het Castellum. Uit de losse pols vertelt hij het ene verhaal na het andere. Over de twee wachttorens, de "oudste ten Noorden van de Alpen” aldus Graafstaal, die een stukje westwaarts bij toeval werden gevonden en waarvan er één bij het Castellum is gereconstrueerd. Over de verharde en goed gefundeerde limesweg. Over de vele grote en kleine vondsten in de rivierbedding en op de bodem van poeltjes, soms bewust als offer in het water gegooid. En natuurlijk over de dertig meter lange Romeinse rivierpraam De Meern 1. Maar bovenal laat Graafstaal zien hoe onderzoek naar de vondsten heeft bijgedragen aan wat we weten over hoe de mensen rond de limes woonden, werkten en leefden. Wat ze aten, hoe ze bevoorraad werden, hoe ook zij al streden tegen het water. En ineens zie je ze varen. Die Romeinse schepen op de toen veel bredere Rijn. Onder dezelfde septemberzon.

Rob Koops over zijn boek De Romeinse kogel. Met op de tafel het limes brood.
Tijdreis
Bij Brouwerij Maximus werd er vervolgens geluncht met limes brood van bakkerij Vroeg uit Bunnik. Ondertussen las Rob Koops voor uit zijn onlangs verschenen kinderboek De Romeinse kogel en vertelde hij over de ontstaansgeschiedenis. Als kind was hij gegrepen door Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman. En ook in De Romeinse kogel reist een kind terug in de tijd. De avonturen die Maud beleeft in het Leidsche Rijn van 2000 jaar geleden heeft Koops verzonnen, maar de beschrijving van de historische context is levensecht. Daarbij heeft hij zich laten adviseren door - hoe kan het ook anders - Erik Graafstaal.

De bevlogen gids legt uit hoe De Meern 1 is geconserveerd.
Scheepsinventaris
Wie wilde kon ’s middags nog deelnemen aan een rondleiding langs het Romeinse schip De Meern 1 in het Castellum zelf. Het werd gevonden in 1997. Maar het duurde nog tot 2003 tot het kon worden opgegraven en in een speciaal geconstrueerde bak naar het restauratieatelier bij de Bataviawerf in Lelystad werd gebracht. De gids legt uit hoe de conservering in zijn werk ging. “Het schip werd in een bad gelegd met polyethyleenglycol, een wasachtige substantie die heel langzaam werd verwarmd en zo tot diep in de poriën van het hout kon dringen.” Uiteindelijk duurde het tot 2011 voor De Meern 1 klaar was. Sinds 2015 wordt het tentoongesteld in het Castellum. Veel Utrechters weten niet hoe bijzonder het schip is. "Het is het meest complete en gave Romeinse rivierschip dat in Noordwest-Europa is gevonden. Je kunt zien dat de Romeinen al goede botenbouwers waren. De gangboorden zijn gemaakt van hele, deels uitgeholde stammen. Daardoor zit er geen naad tussen de boorden en het vlak van het schip. Echt precisiewerk. En de spijkers werden een tweede keer verwarmd zodat ze teruggeslagen konden worden in het hout”. Ondanks de sterke bouw zonk De Meern 1'terwijl het nog volop in bedrijf was. Men denkt door een navigatiefout van de schipper. Omdat het snel bedekt werd door sediment, is niet alleen het schip, maar ook de inventaris bewaard gebleven. Er werd meubilair gevonden, kisten en gereedschappen, waaronder een complete timmermanskist met schaven en zagen. Maar ook persoonlijke bezittingen van de schipper en andere opvarenden. Kookpotten, voedselresten, een schrijfstiftje en zelfs resten van schoenen.
De derde buiteling in de tijd!







Wijkentours
Erfgoed verbindt! Daarvan is de historische vereniging Oud-Utrecht overtuigd. Oud-Utrecht is daarom initiatiefnemer van de wijkentour, waarbij de vereniging organisaties en bewoners ondersteunt bij het opzetten van activiteiten rond geschiedenis en erfgoed. Dat gaat van historische wandelingen en fietstochten onder leiding van een gids, tot pubquizzen en aansluiting bij specifieke gebeurtenissen in een wijk, zoals de herdenking van de herbouw van Molen De Ster in Lombok en de opening van de vernieuwde Ooster- en Westerkade in Hoograven. De laatste wijkentours van dit jaar gaan naar:
- zaterdag 24 oktober: Overvecht
- zaterdag 7 november: Oog in Al
- zaterdag 12 december: Kanaleneiland
Meer informatie is te vinden in de agenda op deze website.